Hallo Nunc,
Je schreef:
quote:
Die mensen in het jaar 0 waren echt niet gek en ze wisten best wel dat wonderen niet gebeuren en doden niet opstaan!
&
quote:
..., terwijl men in het jaar 0 toch echt niet geloofde dat dode lichamen zomaar weer levend werden. Dat gebeurde misschien in oude griekse mythen, maar niet in het harde dagelijkse leven.
Waarschijnlijk verwacht niemand dat lichamen ‘zomaar’ weer levend worden. Maar wat betreft het geloof in de opstanding: het is van oudsher inherent aan de Joodse overtuiging dat de rechtvaardigen zouden verrijzen tijdens de komst van de messias- (de eindtijd volgens Daniel). (bijv:’ Maar gij, ga henen tot het einde, want gij zult rusten, en zult opstaan in uw lot, in het einde der dagen’. [Daniel 12])
Niet alleen in de oude Joodse geschriften, maar eveneens in het Christelijke Nieuwe Testament kun je over dat geloof lezen (bijv. Johannes 11.23: “Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal wederopstaan. Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage. Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven;”)
Feit is wel, dat dit geloof meestal gerelateerd was aan de/een eindtijd, waardoor “De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt,...” vermoedelijk onverwacht kwam en men niet voorbereid was in het dagelijkse leven op iets dergelijks (maar hoe waarschijnlijk ook- dat is niet meer dan een psychologische pretentie).
Wat echter met zekerheid gesteld kan worden: men had conform de geschriften zondermeer
wel de overtuiging dat met de komst van de Messias (die toen werd verwacht!) doden ‘zomaar’ tot leven konden worden gewekt.
quote:
Dus ze gaan vertellen dat Hij, Jezus, gelijk is aan God. Ondanks dat de basis van het joodse geloof is, dat God 1 is! Wat ze gingen vertellen was blasfemisch! Het was een extreme godslastering, waarvoor ze dan ook al heel snel, eerst door joden, later door romeinen, vervolgd worden.
&
quote:
Hij zegt dat Hij 1 is met de Vader (johannes 10:30)
Ik kan nergens in de geschriften vinden dat het hier blasfemie betreft. Iets anders is, dat het door velen als zodanig werd
ervaren.
Binnen de Tanach ligt geen
werkelijke weerlegging van de Christelijke drie-Eénheid besloten- en daarmee ook niet tegen de Zoon.
Een voorbeeld Exodus 20:3:
quote:
Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
In het (originele!) Hebreeuws, is dit:
‘Lo jihjeh lecha elohim aherim al panai.’ Wat vreemd is, is de syntax: het werkwoord
jihjeh ("zal hebben") is enkelvoudig, terwijl het onderwerp ‘Elohim’ ("goden") meervoudig is. Grammaticaal is dit fout; beiden- werkwoord en subject- zouden enkelvoudig óf meervoudig moeten zijn, maar dat is niet het geval hier. Dit is niet louter semantiek. We geloven dat ieder woord en iedere letter van de Torah vol betekenis is en niet voor niets op z’n plaats staat. Bovendien: deze werkwoord-subject-inconsistentie zich herhaalt in de Tanach, waarmee ‘toeval’ zo goed als uitgesloten is.
De frase gaat van enkelvoudig naar meervoudig. Deze richting zou een argument kunnen vormen tegen het Christelijke concept van een trivalente-God. In het geval van deze strofe, waarin het enkelvoudige aan het meervoudige wordt gelinkt, vertelt de Torah dat we niet kunnen claimen dat ‘Hij’ die enkelvoudig & absoluut uniek is, in feite, ‘velen’ is. De reflexieve connotatie van het klaarblijkelijk overtollige
‘al panai’, wat letterlijk betekent "in/op mijn gezicht" maar feitelijk een expressie is van "in mijn plaats/ in plaats van mij," voegt daar extra bevestiging toe. In wezen zou je kunnen zeggen dat in Exodus 20:3 staat (inter alia): Beweer
niet dat Ik, de Ene, die Ik Ben, vele Goden is.
Maar dit is geen weerlegging van de drie-eenheid, aangezien het Christendom niet leert dat er drie Goden zijn, maar Eloihainu Echod (overeenkomstig met de Torah)- Eén God, bestaand uit meerdere ‘frequenties-tegelijk’
quote:
4)Hij stelt zichzelf gelijk met God’s Wijsheid
Dit is vergelijkbaar (en zelfs verenigbaar) met de Judaistische verklaring die eveneens teruggrijpt op God’s 10 ‘attributen’. Het attribuut van ‘Chochmah’ betekent letterlijk “wijsheid” en onderscheidt zich van ‘Binah’, onderscheidt zich van ‘da'as’, onderscheidt zich van ‘chesed’,… , alles betreft één God.
Hoewel met nadruk gezegd moet worden dat de tien attributen waarschijnlijk
na Christus als verklaring voor de syntax zijn gekomen, zal duidelijk zijn, dat ze de Torah niet tegenspreken, waarmee Jezus’ gelijstelling aan God’s wijsheid evenmin tegenstrijdig was met de Torah.
quote:
Ze gaan vertellen dat Jezus de Messias is, terwijl Hij gekruisigd is. Wat is nu een gekruisigde messias? Veel, maar niet alle, joden verwachtten dat de messias zou komen als koning David, groot in macht, om die rot-romeinen eens goed uit het land te trappen en een goddelijk koninkrijk op aarde te beginnen, met de joden als belangrijkste volk op aarde.
Dat deze veronderstelling bij de mensen leefde, is niet vanwege een eenduidige messias-beschrijving binnen de Joodse geschriften van weleer. De verwachting van een krachtdadige koning als messias komt vermoedelijk voort uit simpel menselijk vrlangen, gecombineerd met de ellendige toestand waarin het landen volk toendertijd verkeerde. En als je goed kijkt naar de rollen die de Joodse geschriften toekenden aan de Messias, dan past het plaatje vrij perfect op Jezus van Nazareth:
Inderdaad, de Messias zou als koning David zijn, als Melchizedek, hij zou Israel verlossen uit de slavernij en het zou een leider van alle naties zijn. Maar er staat eveneens geschreven dat het een verraden en een afgewezen messias zou zijn; dat hij zou worden gedood, zou worden doodgestoken
en zou verrijzen als Davidische koning. Het zou een leraar van niet-joden zijn en een lijdende diennaar. Hij zou zich opofferen voor de zonden van Israel en zou komen ‘op een ezel’, alswel ‘op wolken.’ Hij zou de ‘gelovigen’ behouden. Dit alles staat/stond in de Joodse geschriften.
Aangezien veel van de eigenschappen van de messias elkaar lijken tegen te spreken, heeft men vermoedelijk in meerdere messiassen geloofd. (de ‘Dode Zee’-rollen die in Qumran zijn gevonden, vormen daarvoor een extra aanwijzing [‘Messiach ben Josef en Messiach ben David’= Messias, zoon van Josef; en Messias zoon van David]).
Al met al zou ik concluderen dat de 11 discipelen best een goede kans maakten weldenkende Joden te overtuigen van ‘Jezus de Christus’. Ik vermoed dan ook dat de 11 zijn vervolgd vanwege angst bij de gevestigde orde- en niet omdat ze zaken verkondigden die tegen de geschriften ingingen.
Het eindpunt is echter hetzelfde: de 11 moeten overtuigd zijn geweest van hetgeen ze verkondigden, aangezien zeer onwaarschijnlijk is dat iemand zijn leven geeft voor een leugen waar hijzelf niet in gelooft.