quote:
Ja,
dat kun je inderdaad in de bijbel lezen. Daar zal niemand over vallen. Waar mensen wel terecht over vallen, is dat jij denkt deze joden (die bij de Galaten de besnijdenis (en dus de joodse wet) willen invoeren) het 'evangelie van de bensijdenis' verkondigen.
Dat is iets wat je niet in de bijbel kan lezen en het is dan ook allang weerlegd in één van mijn eerdere posts.
quote:
Waarom je die woorden van Petrus aanhaalt, is mij niet duidelijk.
Ik heb niet gezegd, dat we niets uit de brieven van de apostelen der besnijdenis kunnen leren. Er is zelfs zeer veel uit te leren! Maar de teksten waar ik op gewezen heb, laten er geen tijfel over bestaan, dat zijn uitdrukkelijk gericht zijn aan Joden. Je wilt toch niet beweren, dat Petrus met het uitverkoren volk en Jacobus met de twaalf stammen, de volkeren bedoelen?
Petrus heeft het óók over de gelovigen uit de heidenen en dus niet alleen over de twaalf stammen of het joodse volk. Je zult eerst bijbelteksten moeten negeren voordat je kunt beweren dat Petrus het alleen over het joodse volk heeft.
quote:
Zo ja, dan heeft veder discussiëren geen zijn.
Je bedoelt: "zodra we jouw dogma in twijfel trekken heeft verder discussieren geen zin". Jammer is dat toch.
quote:
Dat je niet toestemt, dat Petrus en Paulus hun taken verdeelden, omdat zij verschillende boodschappen hadden, dan zij zo. Daar kan ik ook niets aan doen! Dan is het ook onzin geweest van Paulus, om zo fel tekeer te gaan tegen de Joden, die de besnijdenis wilden invoeren. Nou jij weer!
Wat nou "nu jij weer!"? Denk je nu echt dat je ook maar iets van een zinnig argument hebt geformuleerd hier? Alleen in jouw verbeelding zijn die joden in galaten brengers van 'het evangelie der besnijdenis'. Ik heb al laten zien dat jouw interpretatie van Gal.2:7 maar één van de vele mogelijke is, en dat Gal.5:11 niet op Gal.2:7 slaat maar op wat Paulus zelf vroeger leerde, dus de joodse wet. Er zijn dus ten minste 3 elementen in het spel: Wat Paulus leert, wat Petrus leert en wat de joden (waarvan in Galaten sprake is) leren. Jij wilt heel graag de laatste twee op één hoop gooien, zodat het lijkt alsof Petrus en Paulus niet hetzelfde leerden, maar je argumenten daarvoor deugen van geen kant.
quote:
Het woord ‘christenen’ komt slechts 3 keer voor in de bijbel en heeft alléén betrekking tot geloof gekomen Jóden, waarvan één keer op de heiden, die bang was, dat hij zich als een christen zou moeten gaan gedragen.
Op sommige momenten ....
zomaar wat oude discussies waarin dit punt van jou allang op bijbelse gronden ontkracht is, maar je presenteert het hier
alweer alsof het een onomstotelijk feit is
Nunc in "Is Paulus in de fout gegaan?"Nunc in "Ander geloof?"Nunc in "Acceptatie"Nunc in "Acceptatie"Nunc in "Is Paulus in de fout gegaan?"Dus nog maar eens de feiten:
Bewijsstuk A: handelingen 61 En toen in die dagen de discipelen talrijker werden, ontstond er gemor bij de Grieks sprekenden tegen de Hebreeën, omdat hun weduwen bij de dagelijkse verzorging verwaarloosd werden. 2 En de twaalven riepen
de menigte der discipelen bijeen en zeiden: Het bevredigt niet, dat wij met veronachtzaming van het woord Gods de tafels bedienen. 3
Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen; 4 maar wij zullen ons houden aan het gebed en de bediening van het woord. 5
En dit voorstel vond bijval bij de gehele menigte, en zij kozen Stefanus, een man vol van geloof en heilige Geest, Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en
Nikolaüs, een Jodengenoot uit Antiochië; 6 hen stelden zij voor de apostelen, die, na gebeden te hebben,
hun de handen oplegden. Wat we hier zien is dat: 1.) de twaalven
de menigte der DISCIPELEN bijeenroept. (vers 2)
2.) dat daarna die menigte der discipelen (aangesproken met broeders) opdracht krijgt om uit te zien naar 7 mannen ONDER hen, dus uit het midden der DISCIPELEN. (vers 3)
3.) Dat dit voorstel (vers 5) geaccepteerd wordt door de menigte der DISCIPELEN
4.) dat zij (de menigte der DISCIPELEN) o.a. Nikolaüs, een JODENGENOOT, kiezen UIT HUN MIDDEN. (vers 5)
5.) dat de apostelen de keuze van Nikolaüs (en anderen) bevestigen door handenoplegging (vers 6)
Nikolaüs wordt dus door Lukas, de schrijver van handelingen, gewoon aangemerkt als DISCIPEL, terwijl hij toch echt geen jood, maar en jodengenoot is, een NIET-jood dus die door Lukas DISCIPEL genoemd wordt.
Hand. 15 maakt duidelijk dat Petrus zowel joden als heidenen met de term 'discipelen' benoemde:
bewijsstuk B: handelingen 153 Zij reisden dan, nadat hun door de gemeenten uitgeleide gedaan was, door Fenicië en Samaria,
en bereidden met hun verhaal van de bekering der heidenen al de broeders grote blijdschap. 4 En te Jeruzalem aangekomen, werden zij door de gemeente, de apostelen en de oudsten ontvangen en vermeldden al wat God met hen gedaan had.
5 Maar er stonden uit de partij der Farizeeën enigen op, die gelovig geworden waren, en zeiden, dat men hen moest besnijden en gebieden de wet van Mozes te houden.
6 En de apostelen en de oudsten vergaderden om deze aangelegenheid te overwegen. 7 En toen daarover veel verschil van mening rees, stond Petrus op en zeide tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat God van de aanvang af mij onder u heeft verkoren,
opdat door mijn mond de heidenen het woord van het evangelie zouden horen en geloven. 8 En God, die de harten kent, heeft getuigd door hun de heilige Geest te geven evenals ook aan ons, 9 zonder enig onderscheid te maken tussen ons en hen, door het geloof hun hart reinigende. 10
Nu dan, wat stelt gij God op de proef door een juk op de hals der discipelen te leggen, dat noch onze vaderen, noch wij hebben kunnen dragen? 11 Maar door de genade van de Here Jezus geloven wij behouden te worden op dezelfde wijze als zij.
we zien hier:1.) dat zij (Paulus en Barnabas) door niet joodse gebieden reizen (vers 3)
2.) dat zij toen ze in jeruzalem kwamen op weerstand stuitten van de partij der (gelovige)farizeeën. (vers 5) en er meninigsverschil ontstaat over besnijdenis.
3.) dat Petrus het woord neemt (vers 7) en zich identificeert als diegene door wie God aan de heidenen het woord van het evangelie heeft gebracht (vers 7b)
4.) dat Petrus (vers 10) opmerkt dat de twisters God niet op de proef moeten staan door een juk op de hals der DISCIPELEN te leggen.
5.) Aangezien de enigen waarover in dit gedeelte discussie bestaat, de gelovigen uit de heidenen zijn, worden die heidenen dus in vers 10 simpelweg DISCIPELEN genoemd.
bewijsstuk C: handelingen 1126 En het geschiedde, dat zij een vol jaar in de gemeente gastvrij ontvangen werden en een brede schare leerden en
dat de discipelen het eerst te Antiochië Christenen genoemd werden.
Ofwel: de discipelen worden Christenen genoemd. Uit handelingen 6 en 15 blijkt echter dat Lukas zowel vóór als na de mededeling van hand. 11 HEIDENEN DISCIPELEN noemt, en dus daarmee bevestigt dat ook de heidenen in Antiochie Christenen genoemd kunnen worden (en dat het dus in hand. 11 niet alleen over joden gaat)
Het komt er dus op neer, dat je uitspraak
"want de christennaam wordt in de bijbel NOOIT gebruikt voor een gelovige niet-jood" simpelweg onwaar is. Ze wordt door Hand.6 + 11 + 15 (+ 26) weerlegd. De schrijver van Handelingen noemt gelovige niet-joden WEL christenen, namelijk in Hand.11, en het is onhoudbaar om te beweren (zoals tot nu toe je enige verweer was) dat in Hand.11 alleen joden als discipelen aangemerkt worden, want in Hand.6 én 15 hebben we heidenen die als discipel aangemerkt worden.
quote:
Paulus, bij uitstek de apostel der heidenen, heeft de naam ‘christen’ nóóit in de mond genomen. Ik vind het een zeer typisch verschijnsel, dat velen dwepen met de christennaam, maar geen innerlijke Christus willen. Ook noemde Paulus alle gemeenten die hij stichtte: Heidengemeenten (Romeinen 16.4) Wónderlijk, hij noemde ook nooit christengemeenten.
Piet, er is maar
1 plek (ÉÉN) waar Paulus uberhaupt de term 'heidengemeente' gebruikt, namelijk rom.16:4. Het is dus slechts loze suggestie om te stellen dat Paulus
'NOOIT, maar dan ook NOOIT' heidengemeenten christenen heeft genoemd, aangezien het maar
1 keer voorkomt. Als Paulus letterlijk honderden keren de term gebruikt en iedere keer structureel jodengemeenten 'christelijk' noemt maar heidengemeenten niet die benoeming geeft, dan zou je punt sterk staan.
Maar nu probeer je een
'NOOIT, maar dan ook NOOIT'-claim te baseren op 1 opmerking van Paulus, waar hij aan een gemeente uit de heidenen spreekt over andere gemeenten uit de heidenen. Aangezien de meeste gemeenten die we uit die tijd kennen gemeenten uit de heidenen zijn, is het niet eens bijzonder dat er geen joodse gemeente genoemd wordt.
Overigens conflicteert jouw
'NOOIT, maar dan ook NOOIT'-regel ook nog eens met duidelijke feiten uit handelingen, zoals hierboven uiteengezet. Daar blijkt dat heidenen discipelen genoemd worden en dat discipelen op hun beurt christenen genoemd worden.
quote:
Wél noemde hij ze een heel enkele keer: Gemeenten van Christus Jezus. Even goed nadenken!!
Zo Piet, zullen we dan ook 'even goed nadenken' als ik een lijstje geef met daarin de namen Jezus Christus
en Christus Jezus terwijl ze bij
Paulus in uitwisselbare contexten voorkomen? Maar nee, je hebt het lijstje pas drie keer genegeerd. Waarom wil je daar niet op reageren?
Misschien maar weer eens opnieuw posten hier (deze lijst heb ik o.a. eerder gepost op
(
credible en al
eerder in deze discussie, er kwam toen geen reactie op):
Wie is Jezus Christus? Mens of niet?"veel meer is de genade Gods en de gave, bestaande in de genade van de ene mens, Jezus Christus, voor zeer velen overvloedig geworden" (Rom.5:15)
"Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus." (Gal 1,12)
Wie is Christus Jezus? Mens of niet?"Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus" (1 Tim.2:5)
"en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus." (Rom.3:24)
"Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn." (Rom.8:1)
"opdat ook zij het heil in Christus Jezus verkrijgen met eeuwige heerlijkheid." (2 Tim.2:10)
Wie is de heiland?"aan Titus, mijn waar kind krachtens (ons) gemeenschappelijk geloof: genade zij u en vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Heiland." (Tit 1,4)
"die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland" (Tit 3,6)
Van wie is Paulus nu een apostel?"Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus" (2 Kor 1,1)
"Paulus, een dienstknecht van God, een apostel van Jezus Christus" (Tit 1,1)
in Wie is de waarheid?"Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, want mijn geweten betuigt mij dit mede door de heilige Geest" (Rom.9:1)
"Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus" (Ef.4:1)
en van wie is Paulus een dienaar?"Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus als Here, en onszelf als uw dienaren om Jezus' wil." (2 Kor.4:5)
"Toch heb ik u hier en daar bij wijze van herinnering ietwat vrijmoedig geschreven, krachtens de mij van God geschonken genade, om een dienaar van Christus Jezus voor de heidenen te zijn in de heilige dienst van het evangelie Gods" (Rom.15:15-16)
conclusie:Paulus gebruikt de namen in willekeurige volgorde. Van vrijwel alle uitspraken die Paulus over de ene volgorde doet, is met gemak een zelfde uitspraak met de andere volgorde te vinden, en andersom. Wat blijft er dan over van de hypothese dat de volgorde ontzettend belangrijk is? NIKS, NOPPES, NADA.
Paulus keerde dus helemaal geen namen om. Piet Strootman keerde namen om.