En dan nog even de derde vorm, ik geloof dat die de heilsdoop genoemd kan worden, die waarin het geloof tot uiting komt dat wat Paulus zei gewoon letterlijk genomen moet worden en dat dit verstaan moet worden samen met wat de evangelist zegt:
quote:
Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen.
quote:
Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden
Kortom: de evangelist doet ons met zekerheid twee dingen weten:
doop+geloof=zalig
geen geloof=verdoemd
Wat het betekent als je wel gelooft maar niet gedoopt bent zegt de evangelist niet. Dat weten we echter wel door Paulus. Die laat ons immers zien dat we door de doop delen in dood en verrijzenis van Christus. Niet door geloof, niet door beweren dat je gered bent, niet door wat dan ook buiten de doop.
En als we lezen wat Paulus daar direct vóór schrijft, wordt het allemaal duidelijk. Zijn woorden staan in de context van "zondigen na de doop". Via Jakobus weten we dat geloof tot werken leidt, en dankzij het evangelie weten we ook om welke werken het gaat: werken van naastenliefde, werken van godsvrucht.
Hoe past dat dus in elkaar? de doop is heilsnoodzakelijk, in zoverre dat God nooit gebonden is aan de sacramenten, maar dat wij dat wel zijn. Als we geloven dat Christus kruisoffer ons verlost, dan kunnen we, zo leert Paulus, niet anders dan weten dat we de doop nodig hebben om in dat kruisoffer te kunnen delen. Maar we weten dankzij de evangelist óók dat vervolgens geloof noodzakelijk is. Vervolgens, want er zit een volgorde die ook al door Christus nadrukkelijk genoemd wordt, dienen we Zijn geboden te onderhouden:
maakt dan voort, maakt
alle volkeren tot leerlingen,
hen dopend in de naam
van de Vader en van de Zoon
en van de heilige Geest,
hen onderrichtend in het bewaren
van al wat ik u heb geboden;
"Geloof" noemt Hij niet eens, maar dat is ook wel begrijpelijk door de uitleg die Jezus al eerder gaf over geloof. Geloof is geen "Heer, Heer" geroep, maar handelen: de wil van de Vader
doen.
Als dus Johannes vertelt dat wie gelooft gered is, dan moet dat wel in zijn context worden verstaan. De doop, waarin we delen in Christus' kruisdood en opstanding, en
zijn geboden onderhouden. En onder die geboden vinden we naast Godsvrucht en naastenliefde een heel opvallende: "doet dit tot mijn gedachtenis". Doet wat? Met Johannes weten we: Zijn vlees eten en Zijn bloed drinken.
Zijn doop en "avondmaal" heilsnoodzakelijk? Volgens de Schrift wel.
Is het noodzakelijk dat je gelooft vóór je doop, of dat je bewust kiest voor de doop? Volgens de Schrift niet.
Moet je dan wel geloven na de doop? Ja, volgens de Schrift.
Betekent dat geloof dat je iets moet doen? Jawel, volgens de Schrift moet je Christus' geboden onderhouden, de wil van de Vader doen. Daaronder: het avondmaal houden.
Betekent dit alles dus dat de kruisdood onvoldoende was, dat er iets aan toegevoegd moet worden? Natuurlijk niet! De Schrift leert dat helemaal niet, maar in tegendeel, leert ons het mysterie van de vereniging van de zondige mens met het kruisoffer van de Heer. Dit alles is dus geen aanvulling op het kruisoffer, maar de Weg en de Waarheid die tot het Leven leiden.