quote:
Hoe rijm je dat met de opmerking:
Matt 10
5 Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden en Hij gebood hun, zeggende: Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen; 6 begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis Israëls.
Dit zijn geen bekeerlingen! Er staat niet: begeeft u tot de bekeerde Joden of: de bekeerde Israelieten.
Er klopt iets niet in je redenatie. Hij kwam voor zondaars.....
Jezus kwam tot de Zijnen, maar die hebben Hem niet aangenomen. De Messias is aan het hele volk Israel beloofd, en niet zoals jij zegt: uitgezonderd Juda.
Het klopt niet met de rest van de bijbelse boodschap.
Het klopt wel hoor, maar ik weet dat deze materie vrij tegenstrijdig kan overkomen. Ik zal pogen je de hoofdlijnen duidelijk te maken, want volgens mij gaan we door de details de mist in.
Ex-IsraëlietenGeheel Israël waren de twee broeders:
het huis Israël en
het huis Juda. Vervolgens scheidde God van het huis Israël (Jer 3,8) wat als consequentie had dat het
hele volk Israël, vanaf dat moment alleen nog uit het huis Juda bestond voor de wet.
Wanneer een man en een vrouw van elkaar scheiden voor de wet, dan mag de vrouw de naam van haar ex-man niet langer gebruiken. De naam Israël had Jakob van God gekregen omdat hij zich vorstelijk had gedragen met Hem (Gen 32,28) en daarom wordt het huis Israël ook wel aangeduid met het huis Jakob (Jes 2,6!) in de Bijbel.
Zij hadden zich in tegenstelling tot hun voorvader Jakob schandelijk gedragen met God, vonden
geen genade in Zijn ogen (Deut 24,1) en kregen de
scheidbrief (Jer 3,8) van Hem. Vanaf toen waren de leden van het huis Israël voor de wet
geen Israëlieten meer. Doch was dit helemaal niet zo erg als het mag lijken, want zij waren niet meer onder de wet van God (Jes 48,20!) en hoefden zich dus ook niet meer aan de inzettingen te houden!
Ik hoop dat je nu duidelijk is wat ik bedoel en dat het met de Bijbel te onderbouwen is. Vergelijk deze twee verzen maar eens met elkaar:
Deut 24,1 Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een
scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis.
Jer 3,8 En Ik zag, toen Ik vanwege alles, waarin de afkerige Israël overspel bedreven had, haar verlaten, en haar haar
scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze haar zuster Juda, niet vreesde, maar heenging, en zelf ook hoereerde.
Vanaf toen bestond het volk Israël voor de wet alleen nog uit het huis Juda en aangezien we in de hele Bijbel geen scheidbrief aan haar adres vinden, was dat in het NT niet veranderd. God was nog gehuwd met Juda en daarom moest de Messias ook uit een jodin geboren worden, want anders was Jezus buitenechtelijk geweest.
Kortom, Jezus was slechts gekomen voor
het huis Israël en dus niet voor de joden.
quote:
De koning der Joden, maar niet voor de Joden? Daar begint juist het evangelie van Matt: Waar is de koning der Joden die geboren is?
En dat Koninkrijk werd ook door Johannes de Doper aangekondigd
.
Klopt dat staat er inderdaad, maar Jezus heeft het Zelf niet gezegd en het is duidelijk dat Hij niet de Koning van het huis Juda was, want die hadden geen Koning (Joh 19,15) dan de Keizer. Toen Pilatus letterlijk vroeg of Hij de Koning der joden was antwoordde Jezus:
'...Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik de Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.' (joh 18,36)
De leden van het huis Juda waren joden
naar het vlees, maar de ware jood is volgens Paulus
geen lid van het huis Juda:
Rom 2,28 Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch die is de besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is;
Aangezien we gewend zijn om de term jood te gebruiken om het huis Juda mee aan te duiden gebruik ik die term ook zo, maar als we de Bijbelse definitie hanteren geldt:
Jezus was gekomen voor het huis Israël, welke niet besneden naar het vlees waren zoals Juda, maar besnedenen van hart; geen joden in het openbaar (Rom 2,29) maar de inwendige ware joden.