quote:
cyber schreef op 04 mei 2009 om 12:05:[...]
Tegenwoordig moet er gewerkt worden 5 dagen in de week en 8 uur per dag tot meerdere eer en glorie van de welvaart, in feite zijn we moderne slaven

Ja natuurlijk trok men op naar Jeruzalem je vergeet de opdracht daartoe, je kunt niet alles zomaar naast je neerleggen.
'
Je haalt Handelingen 2 aan. Daar staat dat al die joden uit alle volken van de wereld in Jeruzalem
woonden. Dat lijkt me nogal permanent voor mensen die optrokken voor een feest en na die tijd weer teruggingen.
Je kunt dus wel stellen dat die mensen optrokken naar Jeruzalem, maar dan is er misschien wel een ander schriftgedeelte waaruit dat
optrekken naar duidelijk naar voren komt.
quote:
Als jij samen met je man op visite gaat bij kennissen doe je dat bij voorkeur overdag en onder werktijd?? of is dat een gewoonte voor in de avonduren.
Nou Nicodemus ging ook na werktijd naar Jezus toe, om zo rustig met Jezus van gedachten te wisselen. Hij noemde Jezus Rabbi en Jezus noemde hem een leraar van Israël.
Dat Nicodemus bepaald geen doetje of bang uitgevallen was lees je in Johannes 7 vers 51, daar lees je dat Nicodemus Jezus verdedigde ter overstaan van de overpriesters en de daar aanwezige farizeeërs.
OK. Bedankt voor je toelichting.
quote:
Nee, dank je.
Ik vind je bewering niet echt te onderbouwen als ik de evangelien lees. Daarom ben ik benieuwd waar jij leest dat de farizeeen Jezus wel respecteerden en ze niet met Hem redetwisten e.d.
Als ik het niet kan vinden dat ze goed met Hem overweg konden en het alleen enkelen waren die tegen Hem ingingen, dan kan ik daar moeilijk allerelei bewijzen voor geven.
Dus was ik benieuwd naar de schriftplaatsen die jij hiervoor hebt, aangezien je aangeeft dat dit allemaal in de vier evangelien te vinden is.
Het omgekeerde kan ik wel vinden - zie onderstaande citaten.
De Farizeeen was niet een groep waar Jezus het mee op had of omgekeerd. Enkelen uit hen daarmee was het wel anders gesteld, maar de groep op zich was niet positief over Jezus, behalve toen Hij de saduceeen in het ongelijk stelde over de opstanding. Op dat punt waren
de Farizeen het met Hem eens.

Ze proberen Hem vervolgens direct weer op de proef te stellen. Dit staat o.a. in matt 22.
Citaten waaruit blijkt dat de Farizeeen het niet zo op hadden met Jezus:
Matt 12
1 In die tijd liep Jezus op een sabbat door de korenvelden. Zijn leerlingen hadden honger en begonnen aren te plukken en ervan te eten. 2 Toen
de farizeeën dat zagen, zeiden ze tegen hem: ‘Kijk, uw leerlingen doen iets dat op sabbat niet mag.’ 3 Hij antwoordde: ‘Hebt u niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger hadden, 4 hoe hij het huis van God binnenging en er met hen van de toonbroden at, terwijl noch hij noch zijn mannen daarvan mochten eten, alleen de priesters? 5 En hebt u niet in de wet gelezen dat de priesters die op sabbat in de tempel dienstdoen en zo de sabbat ontwijden, onschuldig zijn? 6 Ik zeg u: hier gaat het om meer dan de tempel! 7 Als u begrepen had wat bedoeld wordt met: “Barmhartigheid wil ik, geen offers,” dan zou u geen onschuldigen hebben veroordeeld. 8 Want de Mensenzoon is heer en meester over de sabbat.’
9 Hij trok weer verder en kwam in hun synagoge. 10 Daar stond iemand met een verschrompelde hand. Omdat ze Jezus wilden aanklagen, vroegen ze: ‘Is het toegestaan op sabbat te genezen?’ 11 Hij antwoordde: ‘Stel dat u maar één schaap hebt en dat valt op sabbat in een kuil, wie van u zou het niet vastgrijpen en het er weer uit halen? 12 En is een mens niet veel meer waard dan een schaap? Daaruit volgt dat we op sabbat goed mogen doen.’ 13 Toen zei hij tegen de man: ‘Steek uw hand uit.’ Hij stak hem uit en er kwam weer leven in, zijn hand werd weer even gezond als de andere. 14
De farizeeën dropen af en besloten hem uit de weg te ruimen. 15 Jezus besefte dat en week uit naar elders.
Matt 15
Rein en onrein
15
1 Toen kwamen er vanuit Jeruzalem
farizeeën en schriftgeleerden naar Jezus. Ze vroegen hem: 2 ‘Waarom overtreden uw leerlingen de tradities van onze voorouders? Ze wassen hun handen niet voor ze hun brood eten.’ 3 Hij gaf hun ten antwoord: ‘En waarom overtreedt u het gebod van God, alleen om uw eigen traditie in stand te houden? 4 Want God heeft gezegd: “Toon eerbied voor uw vader en moeder,” en ook: “Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden.” 5 Maar u leert: “Wie tegen zijn vader of moeder zegt: ‘Alles wat van mij is en voor u van nut had kunnen zijn, bestem ik tot offergave,’ 6 die hoeft zijn ouders geen eerbied te tonen.” Zo ontkracht u het woord van God uit eerbied voor uw eigen traditie. 7 Huichelaars, wat is Jesaja’s profetie toch toepasselijk op u:
8 “Dit volk eert mij met de lippen,
maar hun hart is ver van mij;
9 tevergeefs vereren ze mij,
want ze onderwijzen hun eigen leer,
voorschriften van mensen.”’
10 Nadat hij de mensen bij zich geroepen had, zei hij tegen hen: ‘Luister en kom tot inzicht. 11 Niet wat de mond in gaat maakt een mens onrein, maar wat de mond uit komt, dat maakt een mens onrein.’
12 Daarop kwamen de leerlingen bij hem en zeiden: ‘Weet u dat
de farizeeën uw uitspraak gehoord hebben en dat ze die stuitend vinden?’
Marcus 8
10 Meteen daarna stapte hij met zijn leerlingen in de boot en voer naar het gebied van Dalmanuta. 11 Daar kwamen
de farizeeën op hem af, en ze begonnen met hem te discussiëren. Om hem op de proef te stellen, verlangden ze van hem een teken uit de hemel. 12 Jezus slaakte een diepe zucht en zei: ‘Waarom verlangt uw soort mensen een teken? Ik verzeker u: aan mensen als u zal zeker geen teken gegeven worden!’ 13 Hij liet hen staan waar ze stonden, stapte weer in de boot en voer naar de overkant.
Lucas 5
Genezing en vergeving van zonden
17 Toen hij op een dag onderricht gaf, bevonden zich onder zijn gehoor ook farizeeën en wetgeleerden die uit allerlei plaatsen in Galilea en Judea en uit Jeruzalem waren gekomen. De kracht van de Heer was werkzaam in hem, opdat hij zieken zou genezen. 18 Er kwamen een paar mannen met een verlamde op een draagbed, die ze naar binnen wilden brengen om hem voor Jezus neer te leggen. 19 Maar ze zagen geen kans om door de mensenmassa heen te komen, en dus gingen ze het dak op en lieten hem op het bed door een opening in het tegeldak naar beneden zakken tot vlak voor Jezus. 20 Toen hij hun geloof zag, zei hij tegen hem: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’ 21
De schriftgeleerden en de farizeeën begonnen zich af te vragen: Wie is die man dat hij deze godslasterlijke taal spreekt? Wie kan zonden vergeven dan God alleen?
Lucas 7
29 Alle mensen die dit hoorden, ook de tollenaars, brachten hulde aan God en zijn gerechtigheid: zij hadden zich immers door Johannes laten dopen. 30 Maar
de farizeeën en wetgeleerden verwierpen het plan van God: zij hadden zich immers niet door hem laten dopen.
31 ‘Waarmee zal ik dan de mensen van deze generatie vergelijken, waarop lijken ze? 32 Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen:
“Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen,
toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet treuren.”
Joh. 12
42 Toch waren er ook veel leiders die wel in hem geloofden, maar
vanwege de farizeeën kwamen ze daar niet openlijk voor uit, omdat ze niet uit de synagoge gezet wilden worden. 43 Ze stelden meer prijs op de eer van mensen dan op de eer van God.