Auteur Topic: Het volk Israël en Gods ingrijpen  (gelezen 30553 keer)

grondig christelijk

  • Berichten: 3071
  • Wat was, Dat is, Zal zijn
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #150 Gepost op: november 06, 2010, 03:38:15 pm »

quote:

cyber schreef op 06 november 2010 om 13:06:
[...]

Dat een psalm om te zingen niet letterlijk overeenkomt met een geschreven psalm uit het boek der psalmen, wel dat is algemeen bekend toch??
de gezongen psalm heeft dus een theologische interpretatie, terwijl de grondtekst daar niet mee overeenkomt. Mag dat volgens jou (en anderen)?

Riemer Lap

  • was: okidoki
  • Berichten: 8804
  • @ werkt altijd.
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #151 Gepost op: november 06, 2010, 06:18:08 pm »

quote:

grondig christelijk schreef op 06 november 2010 om 15:38:
[...]


de gezongen psalm heeft dus een theologische interpretatie, terwijl de grondtekst daar niet mee overeenkomt. Mag dat volgens jou (en anderen)?

IS het niet handiger om daar niet hier maar in een andere draad te bakkeleien?
Het wordt nogal een zootje in deze draad namelijk :)
Mail me maar als je wat wilt weten

mirt

  • Moderator
  • Berichten: 1730
  • strijd de goede strijd
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #152 Gepost op: november 06, 2010, 10:03:45 pm »
vervolg van een weergave van de visie op Israël en kerk waar ik mij dus bij aansluit en speciaal uit het visiedocument gehaald voor P&A, maar natuurlijk verder voor iedereen die er belangstelling voor heeft (het is trouwens letterlijk geciteerd, alleen heb ik de bijbelteksten die in noten stonden er even voor je tussen gezet)

Vervanging
Als er geen speciale beloften voor Israël nog open staan, en dat God zijn beloften aan de kerk geeft, betekent dit dat de kerk de plaats van Israël heeft ingenomen? Dit wordt vaak gedacht. Het is de idee van de vervanging. Gods handelen met Israël zou dan zijn afgelopen. De invloed van deze ‘theologie’ moeten we niet onderschatten. Want als mensen overtuigd zijn dat er voor Israël geen aparte plaats meer is, zal men ook aan dit volk geen speciale aandacht willen geven. De verkondiging van het evangelie aan de Joden zal zeker geen prioriteit ontvangen. Men beziet dan de Joden als alle andere ongelovigen. Maar waar is dan het verdriet waar Paulus over spreekt? (Rom. 9:2) “Velen zijn zo gewend aan de onbijbelse idee dat de kerk de wettige opvolgster is van Israël en dat Israël sinds Christus zijn heilshistorische betekenis verloren heeft, dat de diepe smart om dit chisma die uit het Nieuwe Testament spreekt niet meer doordringt”. Het komt ons voor dat bij velen in onze kerken deze gedachte van de vervanging toch wel leeft.

Wij menen dat vanuit de Schrift niet gesproken kan worden dat de kerk de plaats van Israël inneemt. Alleen al als we wijzen op Romeinen 11, waar het beeld staat van de wilde takken (de gelovigen uit de heidenen) die geënt worden op de edele olijf (het gelovige Israël) maakt duidelijk dat de kerk niet in de plaats van Israël kan komen (Rom. 11:17-24). “Wie hier in de plaats van Israël de kerk wil lezen miskent de verbanden waarin de Schrift over deze dingen spreekt”.

Wat zijn argumenten voor de vervangingsidee? De namen en titels die Israël in het OT had, worden in het NT aan de kerk gegeven. De gemeente is een ‘uitverkoren geslacht’, een ‘koninklijk priesterschap’ en een ‘heilige natie’, (1 Petr. 2:9) maar dit staat in het OT van Israël. (Ex.19:6) De kerk wordt dus Gods heilig volk genoemd, wat in het OT Israël was.
De kerk was ‘eens niet Gods volk, maar nu bent u Gods volk’, (1 Petr. 2:10) maar dit gold in het OT van Israël. (Hos.1:9, 2:1 (verg 2:25).) Dit uitverkoren volk (de gemeente) zal Gods lof verkondigen, (1 Petr. 2:9) wat in het OT over Israël wordt gezegd. (Jes. 43:20,21) Gewezen kan ook worden op Jakobus, die zijn brief aan de gemeente schrijft met als adres ‘de twaalf stammen in de diaspora’. (Jak.1:1) Toch is hier het meest voor de hand liggend om te denken dat Jakobus zich richt tot gelovigen uit de Joden,  terwijl hij ook de geestelijke betekenis van deze uitdrukking voor de kerk op het oog heeft. De brief is voor ons gelovigen uit de Joden en uit de heidenen bestemd. Ook Paulus noemt de gemeente Gods volk, (Titus 2:14)  maar dat is dan ook niet een nieuw volk náást het ‘oude verbondsvolk Israël’, maar dit volk is de kerk die bestaat uit alle gelovigen uit Israël en heidenvolken. Paulus zegt ook ronduit dat, wat in Hosea staat over Gods volk, (Hos. 1:9, 2:1) geldt voor het volk dat nu bestaat uit gelovige Joden en gelovige heidenen. (Rom. 9:24-26) Die kerk is mijn volk, zegt de Here. (2 Kor. 6:16, verg. Hebr. 8:10) De conclusie die hier te trekken valt is dus niet dat de kerk in plaats van Israël is gekomen, maar dat er altijd een volk van God op aarde is geweest. “Dat volk (..) werd uit Egypte gehaald. Dat volk stond bij de Sinaï. Dat volk ontmoeten we weer, als de geheiligden in Christus Jezus samen zijn gemeente, Gods volk, de gemeente van het Verbond zijn”. Dit is de kudde die de Here Jezus op het oog heeft. (Joh.10:16, verg. Efez. 4:4-6) Hij roept ook de schapen die niet van deze stal (Israël) zijn, erbij. (Joh.10:16) De gelovigen uit de heidenen mogen samen met Abraham, Isaak en Jakob aanzitten. (Matt. 8:11,12) Het is één volk van God geworden, want Christus heeft de scheiding die er bestond, door God zelf gemaakt tussen Joden en heidenen, weggenomen. Hij maakt van de gelovige Joden en gelovige heidenen één gezin. (Efez. 2:14,19) Een gelovig geworden Jood blijft Jood, maar wordt lid van het volk van God. Je kunt zeggen dat die bekering inhoudt dat hij echt thuiskomt.

Er treedt wel een verschuiving op. Onder het oude verbond was Gods volk een etnische of politieke eenheid, maar onder het nieuwe verbond wordt dit een gemeenschap van gelovigen uit allerlei volken (waaronder het Joodse volk). Het geloof in Christus bepaalt of iemand bij dit volk hoort. De beloften van God gelden nu voor de gelovigen in Christus. (Gal. 3:22; 4:28) En daarom heten deze gelovigen: kinderen en erfgenamen van God. (Gal. 4:7) De vraag is te stellen: zijn alle Joden nog kinderen van God omdat ze deel hebben aan Gods verbond met dit volk? Als antwoord op deze vraag willen we wijzen op Galaten 3:7 waar Paulus zegt dat zij die geloven (in Christus) kinderen van Abraham zijn. (Zie ook Gal. 3:29) Dit zijn geen kinderen naar het vlees (dat zijn de Joden), maar geestelijke kinderen van Abraham (door geloof ). We menen dat Paulus hiermee zegt dat gelovigen erfgenamen van God zijn en dus zijn kinderen, want zij ontvangen de (verbonds)belofte van Abraham. Daarom kan een Jood, die Christus verwerpt, niet gerekend worden tot het volk van God. “Gezien de onbetwistbare werkelijkheid, dat zij die in Christus geloven, het volk van God zijn en in de voorrechten die de God van het verbond aan zijn volk belooft, kan men dat deel van Israël dat op een joods-orthodoxe (…) aan Christus voorbijgaat, niet het volk van God noemen…”. Voor een Jood die zich niet tot Christus bekeert is geen behoud. Anders komen we terecht bij de z.g. ‘twee wegen leer’. Dit houdt in dat als je Jood bent je bij God uitkomt of je komt daarbij uit via de (om) weg van de heiden, die zich bekeerd heeft tot Christus. Maar er zijn niet twee wegen naar het behoud dat God geeft. Christus is de ene weg. Alleen zij die in Christus geloven vormen samen het volk van God en delen in de voorrechten die God in het verbond met zijn volk belooft. Alleen het deel van Israël dat in de Messias Jezus gelooft hoort bij de Messiaanse gemeente. Het volk van God is het volk van de Messias.

Er is geen sprake van een vervanging, maar het werk van God gaat verder, anders. “Hij vergadert zijn mensen uit alle geslacht en taal en volk en natie, ook uit Israël, rondom Christus. Op dit grote geheel is zijn werk van het begin af gericht geweest”. Maar dit volk van God van het nieuwe verbond krijgt in het NT nergens de benaming Israël, of ‘het nieuwe Israël’ of zoiets. Naast ‘Israël naar het vlees’ hadden de apostelen best een ‘Israël naar de geest’ kunnen zetten. Maar dat doen ze niet. Die naam Israël blijft steeds bestemd voor het volk van de Joden. (161 Rom. 9:6; 11:26, 1 Kor. 10:18) Dit geldt ook voor de naam ‘het Israël van God’ in Galaten 6:16. Daaronder moeten de gelovige Joden worden verstaan en niet de kerk in het algemeen.
« Laatst bewerkt op: november 07, 2010, 09:40:34 pm door mirt »
ernstige mensen worden pas somber als ze niet ernstig mogen zijn

grondig christelijk

  • Berichten: 3071
  • Wat was, Dat is, Zal zijn
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #153 Gepost op: november 06, 2010, 10:15:54 pm »

quote:

Riemer Lap schreef op 06 november 2010 om 18:18:
[...]

IS het niet handiger om daar niet hier maar in een andere draad te bakkeleien?
Het wordt nogal een zootje in deze draad namelijk :)
lijkt me erg relevant als het gaat over vervangingstheologie. Dit is namelijk een typisch voorbeeld daarvan. Dus hoezo bakkeleien! Maar wees gerust...

Riemer Lap

  • was: okidoki
  • Berichten: 8804
  • @ werkt altijd.
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #154 Gepost op: november 07, 2010, 12:05:17 am »

quote:

grondig christelijk schreef op 06 november 2010 om 22:15:
[...]


lijkt me erg relevant als het gaat over vervangingstheologie. Dit is namelijk een typisch voorbeeld daarvan. Dus hoezo bakkeleien! Maar wees gerust...

 :X  Dan krijgen we daar ook nog discussie over : wat is vervangingstheorie en wat niet.
Het lijkt mij goed om te waken voor een draad waarin de volledige aanwezige mogelijk denominatiegebonden theologie en dogma besproken wordt.
't Is maar een idee  O-)
Mail me maar als je wat wilt weten

gaitema

  • Berichten: 10169
  • Zeg maar gait
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #155 Gepost op: november 07, 2010, 02:54:04 am »

quote:

Riemer Lap schreef op 05 november 2010 om 10:46:
[...]

Klopt maar daar ging het even niet om. Zie mijn voorlaatste post.
Daar zal ik me in gaan verdiepen. Komt nog :)
Een nieuwe start is een nieuw begin

gaitema

  • Berichten: 10169
  • Zeg maar gait
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #156 Gepost op: november 07, 2010, 02:57:18 am »

quote:

Priscilla en Aquila schreef op 05 november 2010 om 10:14:
[...]

mee eens gaitema.
Maar misschien hebben gereformeerden toch wel erg die psalm in hun hoofd: hen tellen als in Israël ingelijfd, en dan gooi je alle uitverkoren volken (Joods en de christenen) op één hoop.
Die brij kom je gewoon niet meer uit, en zit geen lijn meer in.
De geheimenis is juist denk ik, dat alles en iedereen door God geschapen is en het onderscheid maken juist gekomen is met de verdeeldheid die satan wilde geven en de mensen wilden aannemen. God speelt daarop in via een list om satan voor blok te zetten alles weer bij Hem terug te krijgen.
« Laatst bewerkt op: november 07, 2010, 02:58:38 am door gaitema »
Een nieuwe start is een nieuw begin

grondig christelijk

  • Berichten: 3071
  • Wat was, Dat is, Zal zijn
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #157 Gepost op: november 07, 2010, 01:10:41 pm »

quote:

(Efez. 2:14,19) Een gelovig geworden Jood blijft Jood, maar wordt lid van het volk van God. Je kunt zeggen dat die bekering inhoudt dat hij echt thuiskomt.


Maar het blijven wel twee aparte "zonen". Met ieder van hen, maar ook samen is een plan.


1 Bedenk daarom dat u – u die eigenlijk door uw afkomst heidenen bent en onbesnedenen genoemd wordt door hen die door mensenhanden besneden zijn – 12 bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God. 13 Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. 14 Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken 15 en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht hij vrede 16 en verzoende hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. 17 Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: 18 dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.
19 Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. 21 Vanuit hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, 22 in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest.

romeinen 11 (zie nog steeds het onderscheid)

19 Maar nu zult u tegenwerpen: ‘Die takken zijn toch afgebroken zodat ik geënt kon worden?’ 20 Zeker, ze zijn afgebroken vanwege hun ongeloof en u dankt uw plaats aan uw geloof. Wees daarom echter niet hoogmoedig, maar heb ontzag voor God: 21 als hij de oorspronkelijke takken al niet heeft gespaard, zou hij u dan wel sparen? 22 Houd daarom voor ogen dat God niet alleen goed is, maar ook streng. Hij is streng voor wie gevallen zijn, maar goed voor u – als u tenminste trouw blijft aan zijn goedheid, want anders wordt ook u afgekapt. 23 En als de Israëlieten niet volharden in hun ongeloof, zullen ook zij worden geënt, want God is bij machte hen opnieuw te enten. 24 Immers, als u die van nature een tak van de wilde olijfboom bent, tegen de natuur in op de edele olijfboom bent geënt, hoeveel eerder zullen dan zij die er van nature bij horen, op die boom worden geënt!

Hoeveel eerder zullen zij (past ons geen bescheidenheid? Trekt de kerk geen te grote broek aan?) die er van nature bij HOREN (en niet HOORDEN) op die boom worden geënt...

OF BEN IK NU ZO VERBLIND??
« Laatst bewerkt op: november 07, 2010, 01:28:28 pm door grondig christelijk »

grondig christelijk

  • Berichten: 3071
  • Wat was, Dat is, Zal zijn
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #158 Gepost op: november 07, 2010, 01:29:46 pm »

quote:

gaitema schreef op 07 november 2010 om 02:57:
[...]


De geheimenis is juist denk ik, dat alles en iedereen door God geschapen is en het onderscheid maken juist gekomen is met de verdeeldheid die satan wilde geven en de mensen wilden aannemen. God speelt daarop in via een list om satan voor blok te zetten alles weer bij Hem terug te krijgen.
God heeft geen list nodig. Met één wenk vernietigd Hij Satan en de wereld. Echter gaat het Hem om de vrije wil keuze...

mirt

  • Moderator
  • Berichten: 1730
  • strijd de goede strijd
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #159 Gepost op: november 07, 2010, 03:49:27 pm »

quote:

grondig christelijk schreef op 07 november 2010 om 13:10:
[...]


Hoeveel eerder zullen zij (past ons geen bescheidenheid? Trekt de kerk geen te grote broek aan?) die er van nature bij HOREN (en niet HOORDEN) op die boom worden geënt...

OF BEN IK NU ZO VERBLIND??
Ik denk zeker dat de kerk veel te vaak een te grote broek heeft aangetrokken. Ik denk dat het visiedocument dat niet doet. Toch gaan ze niet zo ver als jij volgens mij doet. Heb je ook al een idee wat je van dat visiedocument vindt?
ernstige mensen worden pas somber als ze niet ernstig mogen zijn

Priscilla en Aquila

  • Hero Member
  • *****
  • Berichten: 10069
  • u hebt Mijn woord bewaard
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #160 Gepost op: november 07, 2010, 03:53:55 pm »
@Mirt, heb je berichten gezien. Ik heb nu niet veel tijd en moet er wel even voor gaan zitten.
Dus het komt, maar ik weet even niet exact wanneer....
Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme.   Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan

mirt

  • Moderator
  • Berichten: 1730
  • strijd de goede strijd
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #161 Gepost op: november 07, 2010, 04:39:08 pm »
Dat is natuurlijk goed, dan zet ik het laatste stuk dat ik beloofde hier ook maar gauw bij, anders komt het zo als mosterd na de maaltijd:

Openbaring en chiliasme

Kunnen we vanuit andere gedeelten van het NT nog iets zeggen over de plaats en de toekomst van Israël? Dan blijkt vooral het boek Openbaring in beeld komt.
In Openb. 7 wordt gesproken over 144.000 die het zegel droegen, uit elke stam van Israël. Daarmee zijn echter niet bedoeld Joden of christenen uit de Joden, maar het totaal van alle gelovigen uit alle volken. Zij worden weliswaar genoemd ‘afkomstig uit elke stam van Israël’ (7:4), maar daarmee wordt verwezen naar het volk van God, dat voortbouwt op het oude Israël. De totale gemeente van de verlosten wordt hier onder het beeld van de stammen van Israël voorgesteld.
De 144.000 genoemd in Openb. 14 zijn identiek aan degenen die genoemd worden in Openb. 7. Dat betekent dat het volle getal van Gods uitverkorenen het nieuwe Israël van God vormt. Beide gedeelten uit Openbaring bevatten geen aanwijzingen, dat voor het natuurlijk Israël een bijzondere plaats is weggelegd.

Sommige uitleggers identificeren de vrouw uit Openb. 12 met Israël. De zoon die geboren wordt (vers 5), de Messias Jezus Christus, is immers voortgekomen uit Israël. De woestijntijd zou dan duiden op de verstrooiing van het volk Israël na 70 n.Chr., en de begrenzing van deze woestijnperiode zou een verborgen aanwijzing zijn van Israëls religieuze bekering.
Hoofdstuk 12 gaat echter over de vervolging en bedreiging van heel de christelijke gemeente. Daarin past niet een inzoomen op de positie van Israël (als bijzondere groep) en een spreken over haar toekomst. Bovendien is het zeer twijfelachtig, of het mooie, positieve beeld dat van de vrouw getekend wordt in Openb.12 overeen kan komen met het Israël, dat grotendeels de Messias heeft verworpen, en zelfs soms medeverantwoordelijk is voor vervolging van de christelijke gemeente.
In Openb. 20 komen we voor de vraag te staan, of de regering van de messias plaatsvindt vanaf de aarde en wat we precies te verwachten hebben van deze duizendjarige regering.
Dat is van belang, omdat aanhangers van het chiliasme een belangrijke rol zien weggelegd voor Israël, in de tijd voorafgaande aan de wederkomst.
Wat in de volksmond chiliasme genoemd wordt, is in werkelijkheid een veelvormig verschijnsel met verschillende hoofdstromingen. We gaan hier niet in op allerlei details rond premillennianisme, postmillennianisme en dispensationalisme.

Op dit moment is van belang, dat het chiliasme stelt, dat er een duizendjarig rijk aanbreekt (Openb. 20:1-5) als Christus terugkomt en gaat regeren. De satan wordt dan gebonden voor die periode. Deze regering van Christus op aarde gaat vaak gepaard met de ‘opname van de gemeente’. (1 Tess. 4:17)
De duizend jaar uit Openb. 20 koppelt men vervolgens vaak aan wat Paulus zegt dat ‘heel Israël gered wordt’. (Rom. 11:26)
Op die manier zal Israël tot zegen zijn voor heel de wereld. Christus regeert ook vanuit Jeruzalem waar de derde tempel wordt gebouwd. In het chiliasme, met name in het dispensationalisme, stelt men dan ook, dat de kerk vandaag slechts een periode is, een tussenvorm, omdat het God uiteindelijk gaat om Israël.
De duizend jaar is een tussentijd, daarna volgt de tweede wederkomst, na de grote eindtijd-gerichten.

Van groot belang is, hoe je Openb. 20 leest. Chiliasten lezen Openb. 19 en 20 chronologisch. Maar er is veel voor te zeggen, dat Openbaring de voleinding beschrijft in verschillende taferelen, die weliswaar na elkaar beschreven worden, maar gelijktijdig plaatsvinden.
Verder doet de beschrijving in Openb. 20 niet zozeer denken een aards rijk met Jeruzalem als centrum. Eerder moeten we denken aan een visioen van de hemel. Het gaat over ‘zielen, die op tronen zitten’ (Openb. 20:4) en dit lijkt toch niet op een aardse situatie te wijzen.
Er zijn nog andere argumenten in te brengen tegen de opvatting, dat Christus op aarde duizend jaar gaat regeren, en dat in die periode heel Israël gered zal worden.
Maar het grootste bezwaar is toch dat in deze opvatting er een tegenstelling wordt gemaakt tussen (het gelovige) Israël en de gemeente van Christus. Dit is een vertekening van wat de Bijbel zegt. Juist in het NT wordt alle nadruk gelegd op de eenheid van het volk van God, waarbij geen sprake is van Jood of Griek.

Tot slot wordt in Openb. 21 gesproken over het nieuwe Jeruzalem. Is dan uit dit hoofdstuk af te leiden, dat ook in het rijk van Gods heerlijkheid een bijzondere of centrale plaats is weggelegd voor het Joodse volk?
Vanaf het begin van dit hoofdstuk wordt duidelijk, dat het nieuwe Jeruzalem aardevullend is, dat de poorten openstaan voor kinderen van God uit alle volken (Openb. 21:24,26) en dat Gods volk niet bestaat uit leden van één (etnisch) volk, maar uit leden van verschillende volken.
Dat deze stad de naam Jeruzalem draagt wijst terug naar het OT, waarbij duidelijk wordt dat God nu waarmaakt, wat zijn aanvankelijke bedoelingen waren, namelijk. een samenleven met zijn gemeente.
Dat de namen van de twaalf stammen van Israëls zonen op de poorten van de stad geschreven staan, (Openb. 21:12) betekent, dat wat God nu realiseert in deze eeuwige stad, altijd al zijn bedoeling was. Tegelijk gaan de gelovigen uit de heidenen ook binnen in die stad, die gebouwd is op het fundament van de twaalf apostelen, (Openb. 21:14) en op die manier worden zij door het geloof ingelijfd bij Gods Israël.
Ook op grond van Openbaring 21 is niet te concluderen, dat er een centrale plaats voor de Joden zal zijn in Gods rijk, en ook niet voor de gelovige Joden. Zij vormen samen met de gelovig geworden heidenen de wereldkerk. En die wereldkerk betekent de afronding van Israël. Via de inbreng van heidenen komt Gods Israël af.

Ook vanuit Openbaring mogen we de conclusie trekken, dat Israël, net als andere volken, deelt in het heil van Christus, en alleen via Hem gered kan worden. Er is op grond van wat de Schrift ons vertelt over de wederkomst en de tijd daaraan voorafgaande geen reden om Israël ‘naar het vlees’ op een of andere wijze centraal te stellen. Tegelijk worden we er in het boek Openbaring op verschillende plaatsen aan herinnerd, dat het heil uit de Joden is. Gelovigen uit de heidenen moeten blijven beseffen, dat zij in het Israël van Abraham, Isaak en Jakob, het gelovige Israël worden ingelijfd.
En straks, het moment waar Openb. 21 over spreekt, zal Gods Israël voltooid zijn, bestaande uit Joden èn heidenen, die al hun heil van Christus verwachten.
« Laatst bewerkt op: november 07, 2010, 04:41:35 pm door mirt »
ernstige mensen worden pas somber als ze niet ernstig mogen zijn

gaitema

  • Berichten: 10169
  • Zeg maar gait
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #162 Gepost op: november 07, 2010, 06:42:27 pm »

quote:

grondig christelijk schreef op 07 november 2010 om 13:29:
[...]


God heeft geen list nodig. Met één wenk vernietigd Hij Satan en de wereld. Echter gaat het Hem om de vrije wil keuze...
Bij list denk ik aan wat satan met Jezus deed. Satan dreef Jezus de dood in, maar het werd zijn eigen ondergang. God is hem altijd te slim af.
Een nieuwe start is een nieuw begin

cyber

  • Berichten: 1981
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #163 Gepost op: november 08, 2010, 04:41:55 pm »

quote:

grondig christelijk schreef op 06 november 2010 om 15:38:
[...]


de gezongen psalm heeft dus een theologische interpretatie, terwijl de grondtekst daar niet mee overeenkomt. Mag dat volgens jou (en anderen)?
Als je de gezongen psalm bekijkt in het licht van de hele bijbel dan klopt de gezongen psalm.

grondig christelijk

  • Berichten: 3071
  • Wat was, Dat is, Zal zijn
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #164 Gepost op: november 08, 2010, 04:55:48 pm »

quote:

mirt schreef op 07 november 2010 om 15:49:
[...]


Ik denk zeker dat de kerk veel te vaak een te grote broek heeft aangetrokken.


dan zijn we het daarover eens  :)

quote:

Heb je ook al een idee wat je van dat visiedocument vindt?


Ik zal het rustig doorlezen.

Ik zal ook nog eens puntsgewijs mijn opvatting neer zetten, maar wil ook daar nog tijd voor nemen.

grondig christelijk

  • Berichten: 3071
  • Wat was, Dat is, Zal zijn
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #165 Gepost op: november 08, 2010, 04:57:23 pm »

quote:

cyber schreef op 08 november 2010 om 16:41:
[...]

Als je de gezongen psalm bekijkt in het licht van de hele bijbel dan klopt de gezongen psalm.
Er werd verzocht dit punt hier verder te laten rusten. Ik volg die wens. Ik heb ook geen behoefte aan een aparte draad, met excuus.

Riemer Lap

  • was: okidoki
  • Berichten: 8804
  • @ werkt altijd.
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #166 Gepost op: november 09, 2010, 12:27:06 am »
De komende dagen ben ik druk met een hkz traject voor mijn bedrijf en moet ik enige tijd aan een studie besteden.
Ik zal dus even aan de zijlijn staan :)
Aangezien ik niet het idee heb dat we er hier uit zullen komen maakt het denk ik ook niet uit.
Voor wie vragen wil stellen: naam@naam.nl bestaat gewoon :)....
Mail me maar als je wat wilt weten

Nunc

  • Berichten: 5825
  • En terstond kraaide een haan.
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #167 Gepost op: november 09, 2010, 07:35:37 pm »

quote:

grondig christelijk schreef op 07 november 2010 om 13:10:
[...]


Maar het blijven wel twee aparte "zonen". Met ieder van hen, maar ook samen is een plan.


1 Bedenk daarom dat u – u die eigenlijk door uw afkomst heidenen bent en onbesnedenen genoemd wordt door hen die door mensenhanden besneden zijn – 12 bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God. 13 Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. 14 Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken 15 en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht hij vrede 16 en verzoende hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. 17 Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: 18 dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.
19 Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. 21 Vanuit hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, 22 in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest.

romeinen 11 (zie nog steeds het onderscheid)

19 Maar nu zult u tegenwerpen: ‘Die takken zijn toch afgebroken zodat ik geënt kon worden?’ 20 Zeker, ze zijn afgebroken vanwege hun ongeloof en u dankt uw plaats aan uw geloof. Wees daarom echter niet hoogmoedig, maar heb ontzag voor God: 21 als hij de oorspronkelijke takken al niet heeft gespaard, zou hij u dan wel sparen? 22 Houd daarom voor ogen dat God niet alleen goed is, maar ook streng. Hij is streng voor wie gevallen zijn, maar goed voor u – als u tenminste trouw blijft aan zijn goedheid, want anders wordt ook u afgekapt. 23 En als de Israëlieten niet volharden in hun ongeloof, zullen ook zij worden geënt, want God is bij machte hen opnieuw te enten. 24 Immers, als u die van nature een tak van de wilde olijfboom bent, tegen de natuur in op de edele olijfboom bent geënt, hoeveel eerder zullen dan zij die er van nature bij horen, op die boom worden geënt!

Hoeveel eerder zullen zij (past ons geen bescheidenheid? Trekt de kerk geen te grote broek aan?) die er van nature bij HOREN (en niet HOORDEN) op die boom worden geënt...

OF BEN IK NU ZO VERBLIND??


wellicht?
In wat je citeerde staat ook gewoon: "bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden."
Wij (de gelovigen) zijn door Christus wel betrokken bij de verbondsluiting en de beloften waar we eerst niet bij hoorden, en we hebben nu wel deel aan het burgerschap van Israel. Geen twee plannen of twee sporen of twee volken, maar één volk, plan, etc.

Geheel conform de olijfboom-metafoor, waar het ook maar om één boom gaat (eerst voornamelijk bestaand uit wat "biologisch" Israel was).

Los daarvan, het past de kerk inderdaad bescheidenheid (Rom.11) aangezien wij "erbij" gekomen zijn en eerst helemaal geen deel hadden aan Israels burgerschap.

Priscilla en Aquila

  • Hero Member
  • *****
  • Berichten: 10069
  • u hebt Mijn woord bewaard
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #168 Gepost op: november 10, 2010, 11:50:08 am »

quote:

Nunc schreef op 09 november 2010 om 19:35:
[...]


wellicht?
In wat je citeerde staat ook gewoon: "bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden."
Wij (de gelovigen) zijn door Christus wel betrokken bij de verbondsluiting en de beloften waar we eerst niet bij hoorden, en we hebben nu wel deel aan het burgerschap van Israël. Geen twee plannen of twee sporen of twee volken, maar één volk, plan, etc.

Ben met je eens dat er over één volk wordt gesproken hier.
Maar ik lees toch wel iets anders over 'ons' Christenen, dan dat wij nu ook het burgerschap van Israël hebben:

quote:

Efeze 2
11 Bedenkt daarom dat gij, die vroeger heidenen waart naar het vlees, en onbesneden genoemd werdt door de zogenaamde besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het vlees is, 12 dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.

In de tijd van het OT waren wij die oorspronkelijk toch maar gewoon heidenen waren, ten eerste onbesneden, ook zonder Christus, uitgesloten van het burgerrecht  van Israël en we hadden geen deel aan de verbonden van de belofte.
Maar nu is er iets veranderd:

quote:

13 Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.
14 Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, 15 doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen, 16 en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. 17 En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren; 18 want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader.
Hier wordt niet gesproken over burgerrechten van Israël, maar over toegang hebben door de Heilige Geest tot de Vader.
En dan is de heiden een nieuw mens geworden: een christen, en: de Jood is een nieuw mens geworden: een Christen. Beide 'soorten' zijn veranderd en samen een nieuwe mens geworden.
Hier gaat het m.i. over tot geloof in Christus gekomen Joden, en tot geloof in Christus gekomen heidenen. En wij heidenen bungelen er nu niet meer bij. Nee, we zijn nu medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God geworden:

quote:

19 Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. 21 In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, 22 in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.
Wij zijn niet bij Israël ingekomen, nee, in dit stukje lees ik althans :) dat Jood en heiden tot geloof gekomen, een nieuwe mens zijn geworden. Nu samen gebouwd tot een tempel, en Jezus Christus is de hoeksteen van deze woonstede van God in de Geest.
En dat is toch de Gemeente. En niet iets Joods waar wij dan bij in mogen.....
(Vat dit niet op als het verlagen van de Joden waardoor wij toch het heil hebben ontvangen: Jezus was een Jood en door hun struikeling als volk, kwam het heil tot ons! - en in dit gedeelte gaat het over de individuele Jood m.i.)

quote:

Geheel conform de olijfboom-metafoor, waar het ook maar om één boom gaat (eerst voornamelijk bestaand uit wat "biologisch" Israël was).
Ja, de natuurlijke takken zijn Israël.
Of dat ook gezegd kan worden van wortel, de stam waar zij uit voort komen en waar wij als heidenen op worden geënt....
Ik denk toch dat die stam,. die wortel niet Israël is.

quote:

Los daarvan, het past de kerk inderdaad bescheidenheid (Rom.11) aangezien wij "erbij" gekomen zijn en eerst helemaal geen deel hadden aan Israels burgerschap.
Volmondig mee eens!!
« Laatst bewerkt op: november 10, 2010, 11:59:03 am door Priscilla en Aquila »
Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme.   Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan

Hendrik-NG

  • Berichten: 3757
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #169 Gepost op: november 10, 2010, 12:44:53 pm »

quote:

Priscilla en Aquila schreef op 10 november 2010 om 11:50:
[...]

Ben met je eens dat er over één volk wordt gesproken hier.
Maar ik lees toch wel iets anders over 'ons' Christenen, dan dat wij nu ook het burgerschap van Israël hebben:
Ef 2:11 Bedenk daarom dat u – u die eigenlijk door uw afkomst heidenen bent en onbesnedenen genoemd wordt door hen die door mensenhanden besneden zijn – 12 bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God. 13 Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. 14 Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken 15 en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht hij vrede 16 en verzoende hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. 17 Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: 18 dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.
19 Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. 21 Vanuit hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, 22 in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest.



12: bedenk dat u destijds … geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden

Destijds niet: nu dus wel??

13 Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen

De heidenen: ooit ver weg, nu dichtbij….

15: om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen

Inderdaad één nieuwe mens

17 Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: 18 dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.

De heiden, die ver weg was, EN degenen die al dichtbij waren: hebben nu allen door één Geest toegang tot de Vader: zijn nu ALLEN dichtbij

19 Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God…

Nu zijn ook de heidenen DUS geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers (hebben nu WEL deel aan het burgerschap van Israël)


Kortom: de nieuwe mens is hierbij m.i. nog STEEDS burger van Israël, nu op DIE manier (door de Geest) nabij de Vader, waarbij ooit alleen Israël toegang tot de Vader had via de verbondssluitingen en de beloften (en plichten!!) die daarbij hoorden ….

Kort gezegd: zelfde burgerschap (verbonden aan het volk Israël), andere manier om God nabij te komen (nieuw verbond).....

Want rijgt Paulus hier niet de termen "Israël", "burgerschap" en "God nabij zijn" aan elkaar in zijn betoog??? (Ik denk het wel, en dat zou ons Christenen toch inderdaad, volgens Paulus, medeburgers van Israël maken)
'De roeping van de mens is mens te zijn!'

Priscilla en Aquila

  • Hero Member
  • *****
  • Berichten: 10069
  • u hebt Mijn woord bewaard
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #170 Gepost op: november 10, 2010, 02:37:32 pm »

quote:

Hendrik-NG schreef op 10 november 2010 om 12:44:
[...]

Ef 2:11 Bedenk daarom dat u – u die eigenlijk door uw afkomst heidenen bent en onbesnedenen genoemd wordt door hen die door mensenhanden besneden zijn – 12 bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God. 13 Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. 14 Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken 15 en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht hij vrede 16 en verzoende hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. 17 Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: 18 dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.
19 Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. 21 Vanuit hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, 22 in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest.



12: bedenk dat u destijds … geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden

Destijds niet: nu dus wel??

13 Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen

De heidenen: ooit ver weg, nu dichtbij….

15: om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen

Inderdaad één nieuwe mens

17 Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: 18 dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.

De heiden, die ver weg was, EN degenen die al dichtbij waren: hebben nu allen door één Geest toegang tot de Vader: zijn nu ALLEN dichtbij

19 Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God…

Nu zijn ook de heidenen DUS geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers (hebben nu WEL deel aan het burgerschap van Israël)

En dat laatste wat jij tussen haken zet, staat er niet. Die combi leg jij. :)
Er staat dat wij nu in één Geest de toegang hebben tot de Vader en medeburgers der Heiligen en huisgenoten van God zijn geworden,

Dat is een ander burgerschap dan het burgerschap van Israël m.i.

Wie zijn volgens jou dan de heiligen die al zover waren?

quote:

Kortom: de nieuwe mens is hierbij m.i. nog STEEDS burger van Israël, nu op DIE manier (door de Geest) nabij de Vader, waarbij ooit alleen Israël toegang tot de Vader had via de verbondssluitingen en de beloften (en plichten!!) die daarbij hoorden ….
Door de verbonden hebben we toegang tot JAWEH... in het OT. Pas in het OT hebben in Christus toegang tot de Vader! Dat is toch het cruciale verschil met het OT. Daarom moesten de Israëlieten toch Jezus aannemen als de beloofde Messias? En alleen die dat hebben gedaan, zijn huisgenoten Gods geworden.

quote:

Kort gezegd: zelfde burgerschap (verbonden aan het volk Israël), andere manier om God nabij te komen (nieuw verbond).....

Want rijgt Paulus hier niet de termen "Israël", "burgerschap" en "God nabij zijn" aan elkaar in zijn betoog??? (Ik denk het wel, en dat zou ons Christenen toch inderdaad, volgens Paulus, medeburgers van Israël maken)
Ja, maar het burgerschap van Israel uit Ef 2 vers 12

quote:

uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.
is toch wel een ander burgerschap dan wat we nu hebben ontvangen te lezen in vers 17 e.v.

quote:

17 En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren; 18 want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader. 19 Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.

Burger van Israel, dat ben ik als ik in Israel woon in deze tijd. :)
M.i. wordt dat nl bedoeld: de letterlijke afstammeling van Abraham via de lijn Izak.....
Dat waren de mensen die dichtbij waren zie vers 17 (wij waren veraf):

quote:

17 En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren;
Maar ook zij waren 'alleen maar' dichtbij, ze waren er nog niet. Zij moesten ook Christus nog aanvaarden. En alleen diegenen uit dat oude volk die dat idd hebben gedaan daarvoor geldt dat zij ook hebben:

quote:

18 want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader.
En wij heidenen komen van nog veel verder..... hadden helemaal nergens deel aan. Maar komen door Christus nu zover dat we samen deelgenoten zijn in Gods huisgezin.
« Laatst bewerkt op: november 10, 2010, 02:38:43 pm door Priscilla en Aquila »
Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme.   Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan

Nunc

  • Berichten: 5825
  • En terstond kraaide een haan.
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #171 Gepost op: november 10, 2010, 02:54:41 pm »

quote:

Priscilla en Aquila schreef op 10 november 2010 om 11:50:
[...]

Ben met je eens dat er over één volk wordt gesproken hier.
Maar ik lees toch wel iets anders over 'ons' Christenen, dan dat wij nu ook het burgerschap van Israël hebben:

[...]

In de tijd van het OT waren wij die oorspronkelijk toch maar gewoon heidenen waren, ten eerste onbesneden, ook zonder Christus, uitgesloten van het burgerrecht  van Israël en we hadden geen deel aan de verbonden van de belofte.
Maar nu is er iets veranderd:

[...]

Hier wordt niet gesproken over burgerrechten van Israël, maar over toegang hebben door de Heilige Geest tot de Vader.
En dan is de heiden een nieuw mens geworden: een christen, en: de Jood is een nieuw mens geworden: een Christen. Beide 'soorten' zijn veranderd en samen een nieuwe mens geworden.
Hier gaat het m.i. over tot geloof in Christus gekomen Joden, en tot geloof in Christus gekomen heidenen. En wij heidenen bungelen er nu niet meer bij. Nee, we zijn nu medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God geworden:
de structuur is: "eerst niet A, nu wel B". Het is daarom zeer aannemelijk dat A en B om hetzelfde gaan. Anders zou Paulus ons flink op een dwaalspoor zetten door z'n betoog te beginnen met "bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God. 13 Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed."

Alle "ver weg" elementen (destijds niet verbonden, destijds geen deel hebben aan het burgerschap en aan de verbonden, destijds leefde in een wereld zonder hoop en zonder God) zijn nu ("Maar nu!") niet meer zo (eens ver weg, in Christus dichtbij gekomen)


quote:

Wij zijn niet bij Israël ingekomen, nee, in dit stukje lees ik althans :) dat Jood en heiden tot geloof gekomen, een nieuwe mens zijn geworden. Nu samen gebouwd tot een tempel, en Jezus Christus is de hoeksteen van deze woonstede van God in de Geest.
En dat is toch de Gemeente. En niet iets Joods waar wij dan bij in mogen.....
(Vat dit niet op als het verlagen van de Joden waardoor wij toch het heil hebben ontvangen: Jezus was een Jood en door hun struikeling als volk, kwam het heil tot ons! - en in dit gedeelte gaat het over de individuele Jood m.i.)

[...]

Ja, de natuurlijke takken zijn Israël.
Of dat ook gezegd kan worden van wortel, de stam waar zij uit voort komen en waar wij als heidenen op worden geënt....
Ik denk toch dat die stam,. die wortel niet Israël is.
Nee, de stam is God/Jezus, maar de edele olijfboom staat voor het volk Israel (zie ook het OT). Uit dat volk zijn takken weggenomen, en er zijn takken van wilde bomen op de edele olijfboom geënt. De nieuwe takken behoren nu tot dezelfde boom, hetzelfde volk. In lijn met Efeze over "destijds niet burgerrechten van Israel, maar ..."

Dat wij de naam Israel dragen, zie je ook elders. Denk maar aan Paulus' opmerkingen in Romeinen:

Rom.2: 25 Want besneden te zijn heeft wel betekenis, indien gij de wet volbrengt, maar indien gij een overtreder van de wet zijt, is uw besnijdenis tot onbesnedenheid geworden. 26 Zal dan, indien de onbesnedene de eisen der wet in acht neemt, zijn onbesnedenheid niet voor besnijdenis gelden? 27 Dan zal de van nature onbesnedene, doordat hij de wet volbrengt, u oordelen, die, hoewel in het bezit van letter en besnijdenis, een overtreder van de wet zijt. 28 Want niet híj is een Jood, die het uiterlijk is, en niet dát is besnijdenis, wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, 29 maar híj is een Jood, die het in het verborgen is, en de (ware) besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God.

Paulus stelt hier dat het voldoen aan de eisen der wet voor een onbesnede als besneden geldt, en dat hij een Jood is, die het in het verborgene is, niet qua uiterlijk (besnijdenis)

en even verder:
rom.4:
9 Geldt deze zaligspreking dan de besnedene of ook de onbesnedene? Wij zeggen immers: Het geloof werd Abraham tot gerechtigheid gerekend. 10 Hoe werd het hem dan toegerekend? Was hij toen besneden of onbesneden? Niet besneden, maar onbesneden. 11 En het teken der besnijdenis ontving hij als het zegel der gerechtigheid van dat geloof, dat hij in zijn onbesneden staat bezat. Zo kon hij een vader zijn van alle onbesneden gelovigen, opdat hun [de] gerechtigheid zou worden toegerekend, 12 en een vader van de besnedenen, voor hen namelijk, die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar die ook treden in het voetspoor van het geloof, dat onze vader Abraham in zijn onbesneden staat bezat.
13 Want niet door de wet had Abraham of zijn nageslacht de belofte, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, maar door gerechtigheid des geloofs. 14 Want indien zij, die het van de wet verwachten, erfgenamen zijn, dan is het geloof zonder inhoud en de belofte zonder gevolg. 15 De wet immers bewerkt toorn; waar echter geen wet is, is ook geen overtreding.
16 Daarom is het (alles) uit geloof, opdat het zou zijn naar genade, en dus de belofte zou gelden voor al het nageslacht, niet alleen voor wie uit de wet, maar ook voor wie uit het geloof van Abraham zijn, die de vader van ons allen is, 17 gelijk geschreven staat: Tot een vader van vele volken heb Ik u gesteld – voor het aangezicht van die God, in wie hij geloofde, die de doden levend maakt en het niet zijnde tot aanzijn roept.


Abraham is volgens Paulus vader van joden én heidenen (vanwege de belofte van nakomelingen m.b.t. Isaak)

rom.9:
1 Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, want mijn geweten betuigt mij dit mede door de heilige Geest: 2 ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer. 3 Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees; 4 immers, zij zijn Israëlieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften: 5 hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen.
6 Maar het is niet mogelijk, dat het woord Gods zou vervallen zijn. Want niet allen, die van Israël afstammen, zijn Israël, 7 en zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken. 8 Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der belofte gelden voor nageslacht. 9 Want er ligt een belofte in dit woord: omstreeks deze tijd zal Ik komen en Sara zal een zoon hebben. 10 Maar dit niet alleen; daar is ook Rebekka, bevrucht van één man, onze vader Isaak.


Paulus komt (worstelt!) in Rom.9 met de vraag hoe het kan dat (het biologische volk) Israel aan de ene kant het volk van het verbond met God is en aan de andere kant er velen niet geloven en verloren gaan. Paulus' antwoord is een antwoord op meerdere sporen.

Het eerste is, dat niet iedereen die van Israel afstamt, ook echt Israel is (9:6). Hij komt daarmee terug op wat hij eerder al opmerkte (Rom.2) dat niet iedere Jood een Jood is (maar dat het om het hart draait) en dat onbesnedenen als besnedenen (i.e. joden) gerekend worden vanwege hun gelovige daden. Rom.2:28-29 wordt herhaald in Rom.9:6. Jood/Israeliet zijn is niet iets biologisch want er zijn Joden/Israelieten die het toch niet zijn, en niet-joden kunnen als besneden (jood) gerekend worden en heidenen kunnen als kinderen van Abraham worden gerekend door geloof.

Paulus heeft hier het begrip 'jood' en 'israel' geherdefinieerd (of beter, hij wijst er hier op dat het woord altijd al anders is gedefinieerd dan puur biologisch)

De andere sporen zijn o.a. dat God soeverein is en Zelf kiest tot behoud (Rom.9 vanaf vers 11) en dat de (biologiche) joden Jezus hebben verworpen omdat hun harten verhard waren (Rom.10) en ten derde dat (het volk) Israel ook ten dele behouden is (Rom.11:1-9) en dat je dus ook daarom niet kan zeggen dat God Israel heeft verlaten (o.a. omdat ook in het verleden al momenten waren dat een heel groot deel van het volk verstoten werd, maar God toch met Israel verder ging). En ook dat de val van (een deel van het volk) Israel een voorbeeld/doel had (Rom.11:11-15) namelijk dat daardoor het heil bij de heidenen kwam.

Paulus sluit dan af met z'n olijfboom-gelijkenis. Sommige takken zijn eraf gehaald zodat andere (wilde, heidense) takken erbij gevoegd konden worden. Maar dat geeft de nieuwe takken geen recht zich te verheffen boven de natuurlijke takken. Dit als waarschuwing voor gelovigen uit de heidenen die zouden kunnen denken dat zij superieur waren omdat Paulus had gezegd dat er joden weggesnoeid waren zodat het evangelie bij heidenen kon komen. Om die valse superioriteit direct de grond in te boren stelt Paulus dat de nieuwe takken zich niet moeten verhogen boven de oude, want juist als een jood zich bekeert tot Christus (Rom.11:23) dan is dat als een afgekapte edele tak die weer terugkomt:

Rom.11: 23 Maar ook zij zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weder geënt worden; God is immers bij machte hen opnieuw te enten. 24 Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geënt zijt, hoeveel te meer zullen dezen, naar hun natuur, op hun eigen olijf geënt worden.

Alle gelovigen uit de heidenen zijn toegevoegd aan de olijfboom die Israel heet, en de ongelovigen uit de joden zijn eruit weggehaald.

Vanuit dit perspectief valt ook alles op z'n plaats. Daarom kan Paulus zeggen dat zodra de volheid der heidenen 'binnen gegaan' is, geheel Israel behouden zal worden (rom.11:25-26). Ja natuurlijk want het gelovige deel van het joodse volk plus de gelovige heidenen zijn samen het Israel waar God Zijn verbond mee heeft gesloten. Zie ook bv. Hebreeën 8:

1 De hoofdzaak van ons onderwerp is, dat wij zulk een hogepriester hebben, die gezeten is ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen, 2 de dienst verrichtende in het heiligdom, in de ware tabernakel, die de Here opgericht heeft, en niet een mens.
3 Want iedere hogepriester treedt op om gaven en offers te brengen, en om die reden was het noodzakelijk, dat ook deze iets had om te offeren. 4 Indien Hij nu op aarde was, dan zou Hij niet eens priester wezen, daar er (hier reeds) zijn om volgens de wet de gaven te offeren. 5 Dezen verrichten slechts dienst bij een afbeelding en schaduw van het hemelse, blijkens de godsspraak, die Mozes ontving, toen hij de tabernakel zou gereedmaken. Zie toe, zegt Hij immers, dat gij alles maakt naar het voorbeeld, dat u getoond werd op de berg. 6 Nu echter heeft Hij een zoveel verhevener dienst verkregen, als Hij de middelaar is van een beter verbond, waarvan de rechtskracht op betere beloften berust. 7 Want indien dat eerste onberispelijk ware geweest, zou er geen plaats gezocht zijn voor een tweede. 8 Want Hij berispt hen, als Hij zegt:
Zie, er komen dagen, spreekt de Here, dat Ik voor het huis Israëls en het huis Juda een nieuw verbond tot stand zal brengen,
9 niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen maakte
ten dage, dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte te leiden, want zij hebben zich niet gehouden aan mijn verbond
en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd, spreekt de Here.
10 Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israëls na die dagen, spreekt de Here:
Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen,
en Ik zal die in hun harten schrijven,
en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
11 En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende:
Ken de Here,
want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen.
12 Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden,
en hun zonden zal Ik niet meer gedenken.
13 Als Hij spreekt van een nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning.


Jezus (dat is de kern van het betoog) is de middelaar van een beter verbond geworden, een verbond dat volgens Jeremia (Jer.31) gesloten is met Israel en Juda. Dus Israel heeft sowieso met het nieuwe verbond te maken, niet met het oude (dat op het moment van schrijven, of zelfs op het moment van de profetie van Jeremia, al bijna verdwenen is). Maar Jezus is nu juist middelaar van een verbond geworden waar ook de heidenen bij horen. Denk maar aan Zijn woorden bij het avondmaal, het bloed van het nieuwe verbond (luc.22:20), de woorden die Paulus aan de Korintiers (duidelijk geen biologische joden) verkondigde in 1 Kor.11:25.

grondig christelijk

  • Berichten: 3071
  • Wat was, Dat is, Zal zijn
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #172 Gepost op: november 10, 2010, 09:09:42 pm »
beste mensen ik ga afhaken op dit onderwerp, ik heb er gewoon geen zin meer in.

Riemer Lap

  • was: okidoki
  • Berichten: 8804
  • @ werkt altijd.
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #173 Gepost op: november 11, 2010, 12:27:43 am »
-
« Laatst bewerkt op: november 11, 2010, 08:44:08 am door Riemer Lap »
Mail me maar als je wat wilt weten

Priscilla en Aquila

  • Hero Member
  • *****
  • Berichten: 10069
  • u hebt Mijn woord bewaard
    • Bekijk profiel
Het volk Israël en Gods ingrijpen
« Reactie #174 Gepost op: november 11, 2010, 04:24:19 pm »

quote:

Nunc schreef op 10 november 2010 om 14:54:
[...]


de structuur is: "eerst niet A, nu wel B". Het is daarom zeer aannemelijk dat A en B om hetzelfde gaan. Anders zou Paulus ons flink op een dwaalspoor zetten door z'n betoog te beginnen met "bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God. 13 Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed."

Alle "ver weg" elementen (destijds niet verbonden, destijds geen deel hebben aan het burgerschap en aan de verbonden, destijds leefde in een wereld zonder hoop en zonder God) zijn nu ("Maar nu!") niet meer zo (eens ver weg, in Christus dichtbij gekomen)

Dat klopt, Christus was verweg maar nu is Christus ook voor ons.
Het burgerschap Israels was verweg maar nu: zijn we medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods.
(als we het burgerschap van Israel hadden ontvangen als NT-gelovigen, waarom noemt Paulus dat nu ineens anders? Dan is het ook wat anders m.i.)
We waren zonder hoop en zonder God in de wereld, en nu niet meer.

In de OT-tijd waren wij als heidenen zonder Christus, we hadden ook niet de belofte van een Messias
Geen burgerschap Israels, geen verbonden. geen hoop, zonder God.
Nu in NT-tijd wil dat toch niet zeggen dat wij al die OT-zegeningen ontvangen?
Nee, dat wordt ook Nieuw-Testamentisch.
Wij ontvangen niet een belofte (dat zou OT zijn), wij ontvangen Christus, de werkelijkheid van de belofte
Zo ook het burgerschap van Israel, dat was in OT tijd een voorrecht, nu niet meer... Lees maar Romeinen 2 en 3.... Daarom ontvangen wij het NT-burgerschap van dat Rijk van God in de hemelen, we zijn medeburgers van dat huis van God.


quote:

Nee, de stam is God/Jezus, maar de edele olijfboom staat voor het volk Israël (zie ook het OT). Uit dat volk zijn takken weggenomen, en er zijn takken van wilde bomen op de edele olijfboom geënt. De nieuwe takken behoren nu tot dezelfde boom, hetzelfde volk. In lijn met Efeze over "destijds niet burgerrechten van Israël, maar ..."

Hier in het NT in Romeinen wordt echter gesproken van de wortel waar we deel aan hebben. Israël wordt de natuurlijke takken genoemd.
Ik zou het zo zeggen: in de wereld, hier op aarde was Israel de exponent van Gods handelen. Door Israel zagen andere mensen dat God werkte. Maar zij geloofden niet als geheel volk. Daarom zijn die takken weggebroken en wij als wilde loten ertussen geplaatst, dat klopt. Maar niet om het volk Israel te worden, maar om deel te krijgen aan de saprijke wortel, aan de Heer Zelf.

quote:


Dat wij de naam Israel dragen, zie je ook elders. Denk maar aan Paulus' opmerkingen in Romeinen:

Rom.2: 25 Want besneden te zijn heeft wel betekenis, indien gij de wet volbrengt, maar indien gij een overtreder van de wet zijt, is uw besnijdenis tot onbesnedenheid geworden. 26 Zal dan, indien de onbesnedene de eisen der wet in acht neemt, zijn onbesnedenheid niet voor besnijdenis gelden? 27 Dan zal de van nature onbesnedene, doordat hij de wet volbrengt, u oordelen, die, hoewel in het bezit van letter en besnijdenis, een overtreder van de wet zijt. 28 Want niet híj is een Jood, die het uiterlijk is, en niet dát is besnijdenis, wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, 29 maar híj is een Jood, die het in het verborgen is, en de (ware) besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God.

Paulus stelt hier dat het voldoen aan de eisen der wet voor een onbesnede als besneden geldt, en dat hij een Jood is, die het in het verborgene is, niet qua uiterlijk (besnijdenis)

Dat is het diepere beeld natuurlijk. Daar ben ik het wel mee eens. :)
Maar ik zou dat niet zo letterlijk kunnen zien. Want wij worden toch in het NT verder nooit aangesproken als: aan de geliefde Israelieten? Wij worden Heiligen van Christus genoemd. ....

quote:

en even verder:
rom.4:
9 Geldt deze zaligspreking dan de besnedene of ook de onbesnedene? Wij zeggen immers: Het geloof werd Abraham tot gerechtigheid gerekend. 10 Hoe werd het hem dan toegerekend? Was hij toen besneden of onbesneden? Niet besneden, maar onbesneden. 11 En het teken der besnijdenis ontving hij als het zegel der gerechtigheid van dat geloof, dat hij in zijn onbesneden staat bezat. Zo kon hij een vader zijn van alle onbesneden gelovigen, opdat hun [de] gerechtigheid zou worden toegerekend, 12 en een vader van de besnedenen, voor hen namelijk, die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar die ook treden in het voetspoor van het geloof, dat onze vader Abraham in zijn onbesneden staat bezat.
13 Want niet door de wet had Abraham of zijn nageslacht de belofte, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, maar door gerechtigheid des geloofs. 14 Want indien zij, die het van de wet verwachten, erfgenamen zijn, dan is het geloof zonder inhoud en de belofte zonder gevolg. 15 De wet immers bewerkt toorn; waar echter geen wet is, is ook geen overtreding.
16 Daarom is het (alles) uit geloof, opdat het zou zijn naar genade, en dus de belofte zou gelden voor al het nageslacht, niet alleen voor wie uit de wet, maar ook voor wie uit het geloof van Abraham zijn, die de vader van ons allen is, 17 gelijk geschreven staat: Tot een vader van vele volken heb Ik u gesteld – voor het aangezicht van die God, in wie hij geloofde, die de doden levend maakt en het niet zijnde tot aanzijn roept.


Abraham is volgens Paulus vader van joden én heidenen (vanwege de belofte van nakomelingen m.b.t. Isaak)
Ja, mee eens....

quote:

rom.9:
1 Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, want mijn geweten betuigt mij dit mede door de heilige Geest: 2 ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer. 3 Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees; 4 immers, zij zijn Israëlieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften: 5 hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen.
6 Maar het is niet mogelijk, dat het woord Gods zou vervallen zijn. Want niet allen, die van Israël afstammen, zijn Israël, 7 en zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken. 8 Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der belofte gelden voor nageslacht. 9 Want er ligt een belofte in dit woord: omstreeks deze tijd zal Ik komen en Sara zal een zoon hebben. 10 Maar dit niet alleen; daar is ook Rebekka, bevrucht van één man, onze vader Isaak.


Paulus komt (worstelt!) in Rom.9 met de vraag hoe het kan dat (het biologische volk) Israël aan de ene kant het volk van het verbond met God is en aan de andere kant er velen niet geloven en verloren gaan. Paulus' antwoord is een antwoord op meerdere sporen.

Het eerste is, dat niet iedereen die van Israël afstamt, ook echt Israel is (9:6). Hij komt daarmee terug op wat hij eerder al opmerkte (Rom.2) dat niet iedere Jood een Jood is (maar dat het om het hart draait)
Mee eens, als je niet gelooft als Jood, kun je bij dat volk horen, maar dat helpt je niet.

quote:

en dat onbesnedenen als besnedenen (i.e. joden) gerekend worden vanwege hun gelovige daden. Rom.2:28-29 wordt herhaald in Rom.9:6. Jood/Israeliet zijn is niet iets biologisch want er zijn Joden/Israelieten die het toch niet zijn, en niet-joden kunnen als besneden (jood) gerekend worden en heidenen kunnen als kinderen van Abraham worden gerekend door geloof.
Tot besneden gerekend worden, betekent m.i. dat er bij die heidenen wel de besnijdenis van het hart heeft plaatsgevonden, al zijn ze niet uiterlijk besneden zoals de Joden.
Dis uiteindelijk is het de bedoeling dat de besnijdenis in het leven ook wordt uitgewerkt.

quote:


Paulus heeft hier het begrip 'jood' en 'Israël' geherdefinieerd (of beter, hij wijst er hier op dat het woord altijd al anders is gedefinieerd dan puur biologisch)

De andere sporen zijn o.a. dat God soeverein is en Zelf kiest tot behoud (Rom.9 vanaf vers 11) en dat de (biologiche) joden Jezus hebben verworpen omdat hun harten verhard waren (Rom.10) en ten derde dat (het volk) Israel ook ten dele behouden is (Rom.11:1-9) en dat je dus ook daarom niet kan zeggen dat God Israel heeft verlaten (o.a. omdat ook in het verleden al momenten waren dat een heel groot deel van het volk verstoten werd, maar God toch met Israel verder ging).

Wat bedoel je met 'verlaten'? De situatie is nu wel anders, God is niet met Israël verdergegaan, de tempel is verwoest en het volk verstrooid. Je kunt dit daarom dacht ik niet zo zien als vroeger in OT-tijd.....
Ik ben het met je eens dat er Joden wel tot geloof zijn gekomen en nog steeds komen, maar Hij handelt nu niet direct met Zijn volk als geheel - in die zin heeft Hij Zijn volk wel verlaten.

quote:


En ook dat de val van (een deel van het volk) Israel een voorbeeld/doel had (Rom.11:11-15) namelijk dat daardoor het heil bij de heidenen kwam.

Paulus sluit dan af met z'n olijfboom-gelijkenis. Sommige takken zijn eraf gehaald zodat andere (wilde, heidense) takken erbij gevoegd konden worden. Maar dat geeft de nieuwe takken geen recht zich te verheffen boven de natuurlijke takken. Dit als waarschuwing voor gelovigen uit de heidenen die zouden kunnen denken dat zij superieur waren omdat Paulus had gezegd dat er joden weggesnoeid waren zodat het evangelie bij heidenen kon komen. Om die valse superioriteit direct de grond in te boren stelt Paulus dat de nieuwe takken zich niet moeten verhogen boven de oude, want juist als een jood zich bekeert tot Christus (Rom.11:23) dan is dat als een afgekapte edele tak die weer terugkomt:

Rom.11: 23 Maar ook zij zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weder geënt worden; God is immers bij machte hen opnieuw te enten. 24 Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geënt zijt, hoeveel te meer zullen dezen, naar hun natuur, op hun eigen olijf geënt worden.

De weggebroken takken, kunnen weder geënt worden. Op zich mee eens. :)
Maar dan hebben we het toch over het volk Israël wat nu verhard is. Dat gehele deel wat niet gelooft.

quote:

Alle gelovigen uit de heidenen zijn toegevoegd aan de olijfboom die Israel heet, en de ongelovigen uit de joden zijn eruit weggehaald.

Vanuit dit perspectief valt ook alles op z'n plaats. Daarom kan Paulus zeggen dat zodra de volheid der heidenen 'binnen gegaan' is, geheel Israel behouden zal worden (rom.11:25-26).

Ik denk dat ik je hier volg.... Maar jij bekijkt de volheid der heidenen zo dat Israël wat nog gelooft (dus niet is afgesneden) plus de Joden die nu tot geloof komen en weer geënt worden, dat die samen met de volheid der heidenen 'gans Israël' genoemd worden....
Ja, ik denk idd dat ik je snap, zie dat aan je vervolg hieronder over Hebr. 8

(Heb nog wel een opmerking over Rom 11 en aldus het ganse Israël wat behouden zal worden.,.... hierbij haal ik dan Hand. 15, maar zet het even onderaan zodat jouw betoog niet teveel wordt onderbroken. )

quote:

Ja natuurlijk want het gelovige deel van het joodse volk plus de gelovige heidenen zijn samen het Israël waar God Zijn verbond mee heeft gesloten. Zie ook bv. Hebreeën 8:

1 De hoofdzaak van ons onderwerp is, dat wij zulk een hogepriester hebben, die gezeten is ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen, 2 de dienst verrichtende in het heiligdom, in de ware tabernakel, die de Here opgericht heeft, en niet een mens.
3 Want iedere hogepriester treedt op om gaven en offers te brengen, en om die reden was het noodzakelijk, dat ook deze iets had om te offeren. 4 Indien Hij nu op aarde was, dan zou Hij niet eens priester wezen, daar er (hier reeds) zijn om volgens de wet de gaven te offeren. 5 Dezen verrichten slechts dienst bij een afbeelding en schaduw van het hemelse, blijkens de godsspraak, die Mozes ontving, toen hij de tabernakel zou gereedmaken. Zie toe, zegt Hij immers, dat gij alles maakt naar het voorbeeld, dat u getoond werd op de berg. 6 Nu echter heeft Hij een zoveel verhevener dienst verkregen, als Hij de middelaar is van een beter verbond, waarvan de rechtskracht op betere beloften berust. 7 Want indien dat eerste onberispelijk ware geweest, zou er geen plaats gezocht zijn voor een tweede. 8 Want Hij berispt hen, als Hij zegt:
Zie, er komen dagen, spreekt de Here, dat Ik voor het huis Israëls en het huis Juda een nieuw verbond tot stand zal brengen,
9 niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen maakte
ten dage, dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte te leiden, want zij hebben zich niet gehouden aan mijn verbond
en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd, spreekt de Here.
10 Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israëls na die dagen, spreekt de Here:
Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen,
en Ik zal die in hun harten schrijven,
en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
11 En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende:
Ken de Here,
want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen.
12 Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden,
en hun zonden zal Ik niet meer gedenken.
13 Als Hij spreekt van een nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning.


Jezus (dat is de kern van het betoog) is de middelaar van een beter verbond geworden, een verbond dat volgens Jeremia (Jer.31) gesloten is met Israel en Juda. Dus Israel heeft sowieso met het nieuwe verbond te maken, niet met het oude (dat op het moment van schrijven, of zelfs op het moment van de profetie van Jeremia, al bijna verdwenen is).

Ja, dit klopt. :) Jezus is de Middelaar van het nieuwe Verbond. Maar hier wordt tegen de Joden gezegd dat dit nieuwe verbond voor het huis Israëls en het huis Juda is.
En dat betekent: de 10 en de 2 stammen samen... die tien waarvan er nog velen verstrooid zijn maar terug zullen komen. Voor dat gehele Israël, die twaalf stammen, zal dit nieuwe verbond ook gaan gelden. Zoals wij dat nu ook al hebben en er in deze tijd idd ook wel Joden tot bekering komen die erbij horen.
Maar hier lees ik toch dat het veel verder zal gaan dat dat, door de formulering: het huis Israels en het huis Juda.

quote:

Maar Jezus is nu juist middelaar van een verbond geworden waar ook de heidenen bij horen. Denk maar aan Zijn woorden bij het avondmaal, het bloed van het nieuwe verbond (luc.22:20), de woorden die Paulus aan de Korintiers (duidelijk geen biologische joden) verkondigde in 1 Kor.11:25.

Klopt, ik ben dit met je eens maar zie toch ook meer dan alleen de 'losse' Joden die nu tot geloof komen + heidenen, dat is de Gemeente.
Dit gaat hier in Hebr. 8 nog verder over de tien en twee stammen die weer samen zullen gaan.
Dit vind je ook terug in het OT:

quote:

Ez 37
15 Het woord des HEREN kwam tot mij: 16 Gij mensenkind, neem een stuk hout en schrijf daarop: voor Juda en de Israëlieten die daarbij behoren; neem dan een ander stuk hout en schrijf daarop: voor Jozef – het stuk hout van Efraïm – en het gehele huis Israëls dat daarbij behoort; 17 voeg ze dan aan elkander tot één stuk hout, zodat zij in uw hand tot één worden.
18 Wanneer nu uw volksgenoten u vragen: Wilt gij ons niet meedelen, wat gij daarmee bedoelt? 19 zeg dan tot hen: Zo zegt de Here HERE: zie, Ik neem het stuk hout van Jozef – dat aan Efraïm toebehoort – en van de stammen Israëls die daarbij behoren, en Ik voeg het bij het stuk van Juda en maak ze tot één stuk hout, zodat zij één zijn in mijn hand.
20 Terwijl de stukken hout die gij beschreven hebt, voor hun ogen in uw hand zijn, 21 zeg dan tot hen: Zo zegt de Here HERE: zie, Ik haal de Israëlieten weg uit de volken naar wier gebied zij gegaan zijn; Ik zal hen van alle kanten bijeenverzamelen en hen naar hun land brengen. 22 En Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen Israëls, en één koning zal over hen allen koning zijn; niet langer zullen zij twee volken zijn en niet langer verdeeld in twee koninkrijken. 23 Niet langer zullen zij zich verontreinigen met hun afgoden, hun gruwelen en al hun overtredingen, maar Ik zal hen verlossen van alle afvalligheid waarmee zij gezondigd hebben, en hen reinigen, zodat zij Mij tot een volk zullen zijn en Ik hun tot een God zal zijn.
24 En mijn knecht David zal koning over hen wezen; één herder zal er voor hen allen zijn. Zij zullen naar mijn verordeningen wandelen en naarstig mijn inzettingen onderhouden. 25 Zij zullen wonen in het land dat Ik aan mijn knecht Jakob gegeven heb en waarin hun vaders gewoond hebben; ja, zij zullen daarin wonen, zij, hun kinderen en hun kindskinderen, tot in eeuwigheid, en mijn knecht David zal hun voor eeuwig tot vorst zijn. 26 Ik zal met hen een verbond des vredes sluiten, een eeuwig verbond met hen zal het zijn; Ik zal hun een plaats geven, hen vermeerderen en mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen stellen. 27 Mijn woning zal bij hen zijn; Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. 28 En de volken zullen weten, dat Ik, de HERE, het ben die Israël heilig, doordat mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen staat.


Hoe zie jij dan deze profetie over de hereniging van de 10 en 2 stammen en dat de Here Koning over hen zal zijn en een verbond des vredes zal sluiten?
Dit wijst m.i. toch wel op wat anders dan de Gemeente, de Kerk, waar Joden en heidenen inderdaad één zijn... voor de kerk is er het nieuwe verbond.
Maar op grond van o.a. dit gedeelte geloof ik ook dat het nieuwe verbond er zal zijn voor het gehele letterlijke volk van God Israël, wat dan ook in dat land zal wonen.

Hier dan even het gedeelte uit Rom 11 en Hand 15 waar ik het al over had:

quote:


een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, 26 en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat:
De Verlosser zal uit Sion komen,
Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden.
27 En dit is mijn verbond met hen,
wanneer Ik hun zonden wegneem.
28 Zij zijn naar het evangelie vijanden om uwentwil, naar de verkiezing zijn zij geliefden om der vaderen wil.

Hoe kun je nu de aangehaalde tekst erbij begrijpen als je het zo ziet, dat gans Israel de gemeente is bestaande uit Jood en heiden? Want als dat getal vol is komt de Verlosser uit Sion en zal al de goddeloosheden van Jakob afwenden... :?
Dat 'Jakob' staat toch wel altijd voor het letterlijke volk Israel. En de Verlosser is toch allang gekomen voor de Gemeente?
Maar hier staat dat van dat gans Israël de zonden dan weggenomen worden. Het is iets wat gebeurt als de volheid der heiden er is, niet eerder.

En dit stukje uit Rom 11 stemt overeen met Handelingen 15. Toch (voor mij dan :) ) een duidelijke zaaqk dat het een opéénvolgend gebeuren is en niet een 'inclusief' iets.

quote:

12 En de gehele vergadering werd stil en zij hoorden Barnabas en Paulus verhalen wat al tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had. 13 En nadat dezen uitgesproken waren, nam Jakobus het woord en zeide: Mannen broeders, hoort naar mij! 14 Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen. 15 En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat:
16 Daarna zal Ik wederkeren
en de vervallen hut van David weder opbouwen,

en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen,
en Ik zal haar weder oprichten,
17 opdat het overige deel der mensen de Here zoeke,
en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen,
spreekt de Here, die deze dingen doet,
18 welke van eeuwigheid bekend zijn.
Hier zie je m.i. ook dat het niet zo is dat het was mislukt, dat de Joden niet wilden en daarom de heidenen in beeld kwamen. Nee, zo was het Gods plan! En als dat volk uit de heidenen er is, en compleet is, is het hier voor mij in vers 16 e.v. erg duidelijk dat de Heer daarna weer met Israël bezig gaat.

Ik zou het zo zeggen:

Eerst niet A
Nu wel B
Straks toch ook weer A
- want de beloften van God zijn onberouwelijk
« Laatst bewerkt op: november 11, 2010, 04:27:49 pm door Priscilla en Aquila »
Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme.   Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan