quote:
Ik zag de nevendienst als vast voedsel. Leidingwater en zoetstoffen doet me juist denken aan het opleggen van de norm over een liturgische invulling, omdat het dan slechts over vormen gaat. Als er vast voedsel wordt gegeven, dan heb je jouw doel berijkt. Het is nuttig je af te vragen of vormen ook anders gedaan moeten worden, als dan het vaste voedsel beter gegeven kan worden.
Zo kan je nadenken over de vraag welk vast voedsel er op een kring en in een viering gegeven kan worden. In een kring is er meer persoonlijke communicatiewisselingen mogelijk en in een viering berijk je een grotere groep. Dan weer spreekt Jezus tot hele groepen en dan weer tot enkelen of nam hij kleine groepjes mensen appart.
Wat vaste voedsel voor kinderen betreft: het meest ideale is gewoon de kinderclub. Daar is meer tijd en ruimte voor dan in een nevendienst.
Dan komt het aan op de kern waar van bij ons de problemen spelen:
"ouders moeten hun kinderen er naar toe sturen, zoals ze hun kinderen ook naar school sturen." Er kan een houding bestaan van (prikkeld me wel eens) "laten we de drempel niet te hoog maken" brrrr... (betekend: laten we de kinderen minimaal met Gods Woorden confronteren, want onze God is zwaar op de hand)
Dit doet me trouwens aan nog iets denken. In de oudtestamentische geschiedenis had je geen kinderclubs. Ook toen Maria Jezus (nog tiener) ging zoeken na dat Hij ENKELE dagen niet thuis was verschenen (toen pas maakte ze zich zorgen), bleek Jezus met de Farizeeërs en schriftgeleerden te debatteren. Dat was gewoon in de tijd. Kinderen hingen soms voor dagen bij andere kinderen en hun ouders rond. Ouders zorgden voor elkaars kinderen binnen de Joodse gemeenschap. Het was nogmaal dat je kind een paar dagen bij iemand anders was. Daardoor was het kinderwerk ook niet echt nodig, want vanzelf kwam het joodse geloof zo bij die groepen kinderen die in elkaars joodse families rondhingen wel aan.
quote:
Misschien is de grootste bescherming daarin geweest dat je gedwongen werd om je leven in te richten en te beschouwen als dat van een vreemdeling. Waardoor je werd beschermd tegen je sociale omgeving. Want wie wordt gestuurd en bewaard door God zelf, krijgt zicht en licht buiten de eigen ruimere sociale omgeving om. Geestelijk is een dreiging dat mensen gaan hangen en leunen in de eigen sociale omgeving. Maar juist via dat niveau krijgen de meeste verzoekingen en veranderingen een gewenning, acceptatie, en een normgevende kracht.
Dat klopt denk ik wel, maar zie je zo mijn bescherming door de school ook? Als tiener beleefde ik dit als een ware bescherming door God en de leraren als zijn schaakstukken om me te beschermen, na dat ik de beproeving doorstaan had. De beproeving was namelijk dat ik niet bij een groep moest gaan horen dat zich als de tuig van onze buurt ontwikkelde. De gabbers die wiet rookten en lantarenpalen omver trapten. Ik hoorde later dat velen die niet bij hen wilde horen toen in elkaar getrapt zijn, net als ik. Oude schoolvriendjes van me zaten in de groep. Een neef van me ook, die trouwens de oproerkraaiers behoorlijk pissig aansprak. Wie er immers aan zijn familie kwam, die kwam aan hem.
Maar ik rookte niet en trapte geen lantarenpalen omver en ging om met anderen die niet bij hen wilde horen. Hoe groot de drijging ook was, ik liet me niet verwurmen. Ik heb de leraren van mijn school echt als mijn redders uit de nood ervaren en de hand van God er in gezien.
Wat ik er on-topic mee probeer duidelijk te maken, dat waar hier zorgen over gemaakt wordt, mij juist geholpen heeft. Soms heb ik het gevoel dat ik daarom in een hele andere wereld ben beland als ik kijk naar dat wat er beleefd wordt in de gkv. Daar waar wij nooit ook maar ons over druk zouden maken.
quote:
Een kindernevendienst is net als de meeste andere zaken een goede zaak - als het de juiste doelen dient, en niet wordt gebruikt als hulpmiddel om alvast met de kinderen een nieuwe wind te doen waaien; want dan is het gewoon kindermisbruik.
Dat scheelkijken kan alleen worden verholpen door een indringende ijking aan God's Woord, en niet minder belangrijk: een continu bezighouden met het zoekende geloof, om te onderzoeken wat het is dat God van ons vraagt. Want het is bepaald niet ondenkbaar dat er groepen ontstaan die in een bepaald vlak voor meer dan negentig procent bestaan uit scheelkijkers. Sterker nog: een ieder hier kan wel een concreet voorbeeld voor zichzelf verzinnen. Maar dat zijn waarschijnlijk voorbeelden heel ver van ons geestelijk bed vandaan.
Scheelkijken hebben we allemaal wel last van

Andere vormen kan elders trouwens prima werken. Per gemeente en locatie is een situatie anders. Soms zou ik alleen eens willen aanmoedigen om niet puur blind te staren op je eigen locatie, situatie en gedachtengangen. Wees eens wat meer ingespannen en onderzoek wat er in de naam van God allemaal mogelijk is.
Al de aandacht voor de kinderen werkt bij ons ook in de hand dat hun ouders zich meer verbonden voelen met de kerk. Dat blijkt in Amsterdam trouwens ook te werken. Er zijn daar parochies die speciale diensten voor de gezinnen met kinderen organiseren, dat daar steeds meer ouders met kinderen naar toe trekt.
Dat las ik over wat goed draaiende kerken in de Amsterdamse binnenstad.