Hallo Adinomis,
Een idee over Michaël nog;
quote:
„Te dien tijde zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe, Maar in die tijd zal uw volk ontkomen: al wie in het boek geschreven wordt bevonden" (Daniël 12:1).
Let op 'zonen' staat hier voor zij die met het Hemels Jeruzalem zijn verbonden in Christus. Het gaat hier dus over de Overblijfselen, die uit het verleden en die die nog leven!
quote:
Wanneer de boodschap van de derde engel aan de wereld is gebracht, komt er ook een eind aan Gods barmhartigheid tegenover de schuldige mensen. Gods volk heeft zijn taak volbracht.
Ze hebben „de late regen", „de verkoeling van het aangezicht des Heren" ontvangen en zijn voorbereid op de „ure der beproeving" die voor de deur staat. De engelen ontplooien een grote activiteit in de hemel. Een engel die van de aarde komt, zegt dat zijn werk af is. De wereld is voor de laatste keer getoetst.
Iedereen die Gods
geboden heeft bewaard, heeft „
het zegel van de levende God" ontvangen. Dan komt er ook
een eind aan Jezus'
middelaarschap in het hemelse heiligdom. Hij heft zijn handen op en zegt „met luider stem": „Het is geschied". Alle engelen zetten hun kronen af wanneer Christus de plechtige woorden „
Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is,
hij worde nog meer geheiligd" (Openbaring 22:11), uitspreekt. Er is een beslissing gevallen over het lot van alle mensen, namelijk het eeuwige leven of de eeuwige dood.
Christus heeft verzoening gedaan voor zijn volk en heeft hun zonden uitgedelgd.
Het getal van zijn onderdanen is vol. „Het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel" staat op het punt om aan de verlosten te worden gegeven. En
Jezus zal voortaan heersen als Koning der koningen en Here der heren.
Wat leert nu Daniël in Daniël 12, aangaande Michaël:
Daniël 12
[/quote]1 In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de kinderen van je volk terzijde staat. Het zal een tijd van verdrukking zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan. In die tijd zal je volk worden gered: allen die in het boek zijn opgetekend. 2 Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd. 3 De verlichten zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf, en degenen die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd. 4 Maar houd deze woorden geheim, Daniël, en verzegel het boek tot de eindtijd. Velen zullen op zoek gaan en de kennis zal toenemen.’ [/quote]
Wat zegt nu Daniël 10:
De eindtijd quote:
1 In het derde jaar van koning Cyrus van Perzië werd aan Daniël, die Beltesassar werd genoemd, een boodschap geopenbaard. Het was een betrouwbaar bericht over een grote strijd. Door een visioen begreep hij het bericht.
2 In die dagen was ik, Daniël, drie volle weken in de rouw. 3 Smakelijk voedsel at ik niet, vlees en wijn kwamen niet in mijn mond, en ik wreef mij niet in met olie tot er drie weken verstreken waren. 4 Op de vierentwintigste dag van de eerste maand, toen ik mij aan de oever van de grote rivier de Tigris bevond, 5 sloeg ik mijn ogen op en zag een man, gekleed in linnen, met om zijn lendenen een gordel gemaakt van goud uit Ufaz. 6 Zijn lichaam was als turkoois, zijn gezicht leek een bliksem en zijn ogen waren als fakkels van vuur. Zijn armen en voeten glansden als gepolijst koper en zijn stemgeluid leek door een mensenmenigte te worden voortgebracht. 7 Alleen ik, Daniël, zag de verschijning. De mannen in mijn gezelschap zagen de verschijning niet, maar werden wel bevangen door een grote angst, zodat zij wegvluchtten en zich verborgen 8 en ik alleen overbleef. Toen ik die indrukwekkende verschijning zag, verloor ik al mijn kracht; ik werd lijkbleek en was niet in staat nog iets te doen. 9 Ik hoorde zijn stem, maar zodra ik die hoorde verloor ik het bewustzijn en viel voorover op de grond. 10 Toen raakte een hand mij aan en deed me al bevend op handen en knieën steunen. 11 Hij zei tegen me: ‘Daniël, geliefde man, luister naar de woorden die ik tot je spreek en sta op, want ik ben naar je toe gestuurd.’ Nadat hij dit gezegd had, stond ik bevend op. 12 Toen zei hij: ‘Wees niet bang, Daniël, want vanaf de eerste dag dat je inzicht probeerde te verkrijgen door in deemoed te buigen voor je God, is je gebed verhoord, en daarom ben ik gekomen. 13 Maar de vorst van het Perzische koninkrijk heeft mij eenentwintig dagen tegengehouden voordat Michaël, een van de voornaamste vorsten, mij te hulp schoot toen ik daar, bij de koningen van Perzië, zo alleen stond. 14 Ik ben gekomen om je inzicht te geven in wat er aan het einde van de tijd met je volk zal gebeuren; want dit is opnieuw een visioen dat over de toekomst gaat.’
15 Terwijl hij zo tegen me sprak, hield ik mijn ogen op de grond gericht en was verstomd. 16 Toen raakte de menselijke gedaante mijn lippen aan. Ik opende mijn mond en begon te spreken. Ik zei tegen degene die voor me stond: ‘Mijn heer, door het visioen verkrampt mijn lichaam, mijn kracht verlaat me. 17 Hoe kan ik, uw dienaar, met u spreken? Ik heb helemaal geen kracht meer, er rest mij geen levensadem.’ 18 Toen raakte hij, die eruitzag als een mens, mij nogmaals aan en schonk me kracht. 19 Hij zei: ‘Wees niet bang, geliefde man, vrede zij met je, wees sterk, wees sterk!’ En doordat hij tegen me sprak, werd ik gesterkt, en ik zei: ‘Mijn heer, spreek, u hebt mij gesterkt.’ 20 Toen zei hij: ‘Weet je waarom ik naar je toe gekomen ben? Ik moet spoedig terugkeren om tegen de vorst van Perzië te strijden, en zodra ik hem overwonnen heb, wacht mij de vorst van Griekenland. 21 Maar eerst zal ik je zeggen wat er in het geschrift van de waarheid geschreven staat. Niemand steunt mij in mijn strijd tegen deze vorsten, behalve je vorst Michaël.
Welnu 'het gezicht' dat Daniël te zien kreeg is niets anders dan een schematisch plan van de wereldgeschiedenis. En dat 'gezicht' verwijst onmiddelloos naar Openbaring 10 en met name vers 12:
De geopende boekrol 1
Ik zag een andere machtige engel uit de hemel neerdalen. Een wolk omhulde hem en de regenboog was om zijn hoofd. Zijn gezicht was als de zon en zijn benen waren als zuilen van vuur. 2 Hij hield een kleine boekrol geopend in zijn hand. Hij zette zijn rechtervoet op de zee en zijn linkervoet op het land. 3 Hij riep met een luide stem, zoals een leeuw brult, en daarna lieten de zeven donderslagen hun stem horen. 4 Ik wilde opschrijven wat ze gezegd hadden, maar een stem uit de hemel zei tegen mij: ‘Wat de zeven donderslagen gezegd hebben, moet je geheimhouden. Schrijf het niet op.’
5 Toen hief de engel die ik op de zee en het land zag staan, zijn rechterhand op naar de hemel. 6 Hij zwoer: ‘Zo waar de schepper van de hemel en alles wat daarin is, en van de aarde met alles wat daarop is, en de zee met alles wat daarin is, tot in eeuwigheid leeft: het is de hoogste tijd! 7 Op het moment dat de zevende engel zijn bazuin zal laten klinken, zal Gods geheim werkelijkheid worden, zoals hij zijn dienaren, de profeten, heeft beloofd.’
8 Toen hoorde ik opnieuw die stem uit de hemel. Hij zei tegen me: ‘Haal de geopende boekrol die de engel die op de zee en het land staat in zijn hand heeft.’ 9 Ik ging naar de engel toe en vroeg om het boekje. Hij reikte het mij aan en zei: ‘
Eet het op. Het zal branden in je maag,
maar in je mond zo zoet zijn als honing.’ 10 Ik pakte het boekje aan en at het op. Het smaakte zoet als honing, maar nadat ik het opgegeten had, brandde het in mijn maag. 11 Toen kreeg ik te horen: ‘
Je moet opnieuw over talrijke landen en volken en koningen profeteren.’
Okay Adinomis, als we dus de koppeling maken van Daniël en Openbaring, dan zien we het volgende:
Openbaring 10: Verzen 1-11 (Openb. 14:6-12;,
Dan. 12:4-13). Michaël is dan niemand minder dan Christus.
De machtige engel die Johannes onderrichtte, was niemand minder dan Christus. Het feit dat Hij Zijn rechtervoet op de zee en Zijn linkervoet op de aarde zette, laat zien
welk aandeel Hij heeft in de slottonelen van de grote strijd tegen Satan.
Deze positie geeft
Zijn oppermacht en gezag over de gehele aarde te kennen. De strijd was van eeuw tot eeuw feller geworden en dat gaat zo door tot de slottonelen, als het meesterwerk van de machten der duisternis het hoogtepunt bereikt. Satan zal samen met de goddeloze mensen de hele wereld,
ook de kerken die de liefde tot de waarheid niet bezitten,
verleiden. Maar
de machtige engel vraagt de aandacht. Hij roept met luider stem. Hij zal
de macht en het gezag van Zijn stem tonen aan hen, die zich met Satan hebben verenigd om de waarheid tegen te staan. Nadat de zeven donderslagen gesproken hadden, kreeg Johannes,
net als eertijds
Daniël, bevel met betrekking tot het boekje:
“Verzegel hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben en schrijf het niet op.” dit heeft betrekking op latere gebeurtenissen, die te zijner tijd ontsloten zullen worden.
Daniël zal opstaan in zijn bestemming aan het einde der dagen. Johannes ziet hoe het boekje ontsloten wordt.
Dan hebben de profetieën van Daniël hun juiste plaats in de boodschappen van de drie engelen, die aan de wereld gegeven zullen worden. Het openen van het boekje was
de boodschap met betrekking tot de tijd.
De boeken van Daniël en de Openbaring vormen één geheel. het eerste is een profetie, het tweede een openbaring;
het ene is een verzegeld boek, het
andere boek is geopend. Johannes hoorde de verborgenheden die de zeven donderslagen spraken, maar hem werd gezegd dit niet op te schrijven.
Het bijzondere licht dat Johannes kreeg en dat tot uiting kwam in de zeven donderslagen,
was de schildering van gebeurtenissen, die zich zouden afspelen
tijdens de boodschappen van de beide eerste engelen. Het was voor de mensen het beste om deze dingen niet te weten, want hun geloof moest beproefd worden. In opdracht van God moesten wondere en nieuwe waarheden verkondigd worden.
De boodschappen van de eerste en de tweede engel (Openbaring 14) moesten worden verkondigd, maar er werd geen verder licht gegeven eer deze boodschappen hun bijzonder werk hadden gedaan. Dit wordt voorgesteld door de engel,
die met één voet op de zee staat, terwijl Hij onder het uiten van een plechtige eed verkondigde dat er geen tijd meer zou zijn. (Zee staat voor al de volkeren op aarde) Herinner je dat de Hoer aan de "weteren der aarde" zit!
Dus (mee-) regeert over de volkereen, in geestelijke zin. Een 'moederkerk' die van babylon is, niet van Christus. Het Jeruzalem van Christus is boven. Alléén dàt Jeruzalem kan uiteindelijk hét enige Nieuwe Jeruzalem worden, als de verlosten daar 1000 jaren hebben vertoefd en zij "in dat Jeruzalem" neder zullen dalen, om de allerlaatste slag te winnen van de Tegenstander, die gedurende die 1000 jaren geboden achter is gebleven op een lege en troosteloze aarde, donker en verlaten, als in den beginne.....woest en ledig!
Dat Hemelse Jeruzalem zal dan, na die laatste slag nederdalen op aarde, een volkomen gereinigde aarde -van alle zonden- Dan zal het Nieuwe Jeruzalem dus dé enige hoofdstad zijn van een volk Israël uit alle talen, stam, en natie van die wereld die is afgesloten én verleden tijd.
Volgens mij, zit ik er met die idee, niet ver naast, hoop ik dan maar!
groeten