quote:
op 17 Feb 2004 15:05:20 schreef Marloes:Ook het Reformatorisch Dagblad bericht over deze film.
„Jezus-film Gibson niet op evangeliën gebaseerd”Veel scènes in de omstreden film The Passion of Christ (Het lijden van Christus) van regisseur Mel Gibson, die deze maand in Amerika uitkomt, zijn niet gebaseerd op de evangeliën, maar op rooms-katholieke zieners, zoals de 19e-eeuwse mystica Anne
Katherina Emmerich.
(...)
Gibson schrapte vorige week een omstreden passage uit zijn film met het citaat uit Matthéüs: „Zijn bloed kome over ons en onze kinderen.”
als je de boeken van de 19e-eeuwse mystica Anne
Katherina Emmerich leest (ze had ook de stigmata) dan kom je er misschien achter, dat wat ze _gezien_ heeft zeer wel waar zou kunnen zijn,
dus met een eventueeel oordeel maar wachten tot dat gedaan is...
zeer indrukwekkend! is mijn mening...
Eerste levensjaren
Anna Katharina Emmerich, de dochter van Bernard Emmerich en Anna Hillers, arme en vrome boeren, werd geboren in het bisdom Münster in de boerengemeente Flamske vlakbij Coesfeld (Duitsland), op 8 september 1774. Die dag wordt in de Rooms-katholieke kerk gevierd als de geboortedag van Maria.
Al in haar kindertijd ervoer zij een wezen uit de hogere wereld dat bij haar was om haar te begeleiden en beschermen: haar beschermengel. Deze kon ze schouwen (bovenzinnelijk waarnemen) en ook bevragen in haar kinderlijke onschuld. Deze leiding en het schouwvermogen zijn gebleven tot aan haar dood in 9-2-1824. Ze schouwde ook Maria en allerlei heiligen (zoals de Rooms-katholieke kerk deze kent) en kon geestelijke gesprekken met hen voeren. Toen ze over deze belevenissen begon te spreken in haar naaste omgeving kwam ze er langzamerhand achter, dat niet alle mensen begrip hadden voor deze ervaringen. Ze werd zwijgzaam.
Net als Dorothea Visser (een nederlandse gestigmatiseerde) was ze een tijdje hoedster van koeien. (Ik moet daarbij denken aan de schapenhoeder uit Johannes 10 en de vissers uit Mattheus 4.) Zo, in de natuur samen zijnde met de dieren kreeg ze inzichten in het wezen en de werking van giftige en geneeskrachtige kruiden en planten. Ze had een hard leven als arme boerendochter, doch koos ook zelf voor de eenvoud, waardoor het leven niet gemakkelijker werd. Toen ze 16 was ontwaakte in haar het verlangen om het klooster in te gaan. Maar ze was te arm en moest nog twaalf jaar wachten op intreding. Intussen had ze, in 1798, 24 jaar oud, een cruciale ervaring. Terwijl ze in een kerk voor een kruis in gebed was, "zag" ze vanuit het tabernakel Christus als een lichtende jongeling voor haar verschijnen. In Zijn linkerhand was een bloemenkrans en in Zijn rechterhand een doornenkroon. Ze kreeg de keus en koos uiteindelijk voor de doornenkroon. Weer tot zichzelf gekomen had ze hevige pijn rondom haar hoofd. Bloedvlekken aan haar hoofd die later begonnen op te treden moest ze maskeren door het dragen van een hoofdband.
Kloosterjaren
Op 18 december 1802 trad ze eindelijk in, in het klooster Agnetenberg van de Augustinessen te Dülmen, na op 13 november 1802 als novice aangenomen te zijn. In de enge gemeenschap van het klooster kon het niet uitblijven dat men iets van haar lot en omstandigheden vernam. Door enkele mede-zusters werd ze achter haar rug om bespot, uit jaloezie en hoogmoed. Omdat ze helderziend (voelend, horend) was kon Anna deze verdachtmakingen (roddel) toch vernemen en beleefde dat als scherpe pijlen die op haar gericht waren. Hoewel ze daar uiterlijk niets van liet merken, voelden de medezusters haar medelijden (wat ze als antwoord op hun daden ontvingen) en kregen daar een zeer onbehaaglijk gevoel bij.
Reeds enkele dagen na haar intrede, met Kerstmis 1802, werd ze erg ziek met pijngevoelens in de hartstreek. Deze pijn verliet haar het hele leven niet meer. In 1812 tijdens een extase ontstaat er op die plaats van het hart ter hoogte van het borstbeen een kruis. (nog een overeenkomst met Dorothea Visser). Als ze in de kloostertuin werkte kwamen de vogels tot haar en gingen zelfs op haar schouders zitten. Hier zien we een gelijkenis met Franciscus van Assisi, ook een gestigmatiseerde.
Ze werd veel ziek in het klooster. Maar de bron van dat lijden lag niet zozeer in haar eigen constitutie maar meer daarin dat ze plaatsvervangend kon lijden voor andere mensen, die zich daar in de regel niet van bewust waren. In feite nam ze andermans lijden op zich. In het vorige artikel werd iets dergelijks gezegd over de verhouding tussen Dorothea en pastoor Kerkhof.
Brentano komt naar Dülmen
Later tijdens een gebed waarin ze geconcentreerd was op het lijden van Christus aan het kruis kreeg ze brandende pijn aan handen en voeten. Zo had ze gedurende langere perioden in haar leven aan vijf plaatsen de wondtekenen of stigmata ervaren: hoofd, hart/ rechterzijde, de beide handen en tenslotte de voeten die als één wond tellen omdat daar bij de kruisiging één spijker doorheen ging. Tot 1813 bleven deze verschijnselen voor de buitenwereld verborgen. Maar het klooster werd in 1812 opgeheven. Samen met een oude bevriende priester ging ze wonen bij een arme weduwe in Dülmen, ieder in aparte kamers. Daar kwam ze in een mensengemeenschap terecht die sterk met haar lot verbonden bleek te zijn, zowel in positieve en negatieve zin. Er waren bijvoorbeeld Jezuïeten die invloed op haar uit wilden oefenen.
In 1818 kwam de dichter Clemens Brentano naar Dülmen. Hij is dan 40 jaar oud. Katharina vertelde hem: ”Ik kende je al, voor je bij me kwam. Vaak is me in voorgezichten van mijn leven een man met donkere gezichtskleur als bij mij aanwezig, schrijvend getoond; daarom moest ik, als je de eerste keer in mijn kamer binnenkwam, denken: Ach, daar is hij dan.”Hij wordt haar biograaf. Anna noemt hem de “pelgrim”. Aan Brentano danken we het bestaan van bijna 2000 bladzijden die beschrijven wat Anna Katharina schouwde.
De schouwingen van Anna Katharina
In “gezichten “ beleefde ze het hele aardse leven van Jezus (de Christus) mee. Verder schouwde ze het leven van Maria en haar voorgeslacht. (Het voert hier buiten het kader van dit artikel om er op in te gaan of hier meer van de Maria sprake is zoals deze in het Lukas-evangelie beschreven is of volgens het Mattheus-evangelie.) Daarnaast had ze ook “gezichten” die met de mensheidsontwikkeling te maken hebben zoals de zondeval, de zondvloed, de ontmoeting van Abraham met Melchisedek enzovoort. Tenslotte hoorden ook toekomstvisioenen bij haar schouwen. Aan het slot van dit artikel worden de boeken opgesomd (voorzover mij bekend) waarin de schouwingen worden beschreven. Deze vijf boeken zijn na de dood van de dichter samengesteld uit zijn vele aantekeningen, die hij maakte, zittend naast het lijdensbed van Anna Katharina.
Behalve de voorspellingen over de toekomstige werkzaamheden van de aartsengel Michaël is er een pregnante uitspraak van haar betreffende de 20e eeuw. Ze heeft dit gezicht als ze de zogenaamde hellevaart van Christus meebeleefd, na de graflegging.
" In het midden was een afgrond vol nacht. Lucifer was daarin geworpen, geketend. Het borrelde zwart rondom hem. Dit gebeurde volgens bepaalde wetten. Ik hoorde dat Lucifer, wanneer ik mij niet vergis, 50 of 60 jaar voor het jaar 2000 weer een tijdlang zou worden vrijgelaten.”
Je kunt je verbazen over de gedetailleerdheid van haar schouwvermogen als het bijv. over fysieke feiten gaat. Tot in de finesses beschrijft ze het interieur van het Coenaculum (de plaats van het Laatste Avondmaal en Pinksteren),de vorm van het kruis en de houtsoorten waaruit deze vervaardigd is. Zelfs de klinknagels worden uitgebreid beschreven.
Niet alleen fysiek waarneembare feiten komen aan de orde. Het is aandoenlijk om te lezen hoe Anna de gemoedstoestand van Maria Magdalena weet te beschrijven, zoals deze met haar haren de voeten van Christus afdroogt.
Boeken op basis van de aantekeningen van Brentano