quote:
op 22 Sep 2003 10:09:07 schreef Justin:
[...]
Het is misschien goed om even vast te stellen waar het nu omgaat in de kwestie rondom het vierde gebod.
Er is een mening dat de zondag als rustdag niet gegrond is op een goddelijk gebod. Deze mening wordt door de synode niet veroordeeld omdat deze mening binnen de kerken altijd bestaansrecht heeft gehad, aldus de synode.
De bezwaarden bestrijden dit en zeggen dat de zondag als rustdag gegrond is op het vierde gebod uit de Wet van de HERE, en dat die andere mening een dwaling is.
Dit is waar het om gaat en niet om de vraag of het vierde gebod nog gelding heeft. Dat zegt de synode inderdaad ook maar ten aanzien van het rustaspect heeft zij toegestaan om daar een andere mening, tot in de preek toe, er op na te houden.
Over het citaten gebruik van de Marie het volgende. Hij heeft geciteerd met bronvermelding. Dit betekent dat iedere luisteraar terug kan naar het oorspronkelijke en kan controleren of de spreker gelijk heeft of niet. Zo hoort dat en daar is niks mis mee.
Vanmiddag hoop ik op dit forum uitgebreid terug te komen op het onderwerp Kamphuis en zijn strijd tegen de dwaling van Visee in de jaren 60 omtrent het vierde gebod. Ik deel alvast mee dat in 1968 Kamphuis schreef: "Afwijking van de leer der kerk was er in Kampen niet alleen te constateren terzake van de belijdenis van het eeuwige leven, maar ook op het punt van de onderhouding van het vierde gebod van de wet des Heren".
Kamphuis gaf zelf aan wat de mening van Visee was over het vierde gebod nl.: "Maar duidelijk komt zijn(Visee) mening uit: het is sabbatisme en judaïsme te spreken van zondagsrust en van zondagsheiliging naar het vierde gebod van de wet".
En daarvan zei Kamphuis toen:"Dit is geen ondergeschikt punt".
Wordt vervolgd D.V..
De vraag was of prof. J. Kamphuis in zijn ingezonden van vorige week terecht de vrijmaking van nu bekritiseerde in het licht van wat hij in 1968 in de brochure 'om Recht en Waarheid' naar voren heeft gebracht en waar br. de Marie de vinger bij heeft gelegd in zijn toespraak. Alles wat ik citeer, ook in mijn vorige stukje is te vinden in bovenstaande brochure de bldz. 120 t/m 131.
In zijn ingezonden schreef Kamphuis het volgende:
"Het is misleidend de term 'vrijmaking' te hanteren voor een zaak tegenovergesteld aan die van '1944'. Tóén ging het tegen gewetensbinding boven de Schrift, ook boven de belijdenis uit. Nu gaat het om een gewetensbinding die wèl met een vergaand puritanisme verwantschap heeft, maar die de kerk bindt boven de Schrift en de kerkelijke confessie uit en zó doende ons vervreemdt van ons gereformeerde verleden en van de christelijke eendracht, die we mogen ontvangen aan de tafel van het heilig avondmaal".
In de brochure van 1968 schrijft Kamphuis o.a.: "Dat is dus de vraag of de zondagsrust en de zondagsheiliging aan de gemeente van het Nieuwe Verbond in het vierde gebod van de Wet des Heren is voorgeschreven, zoals in de Heid. Catechismus in gebruik bij de Gereformeerde Kerken uitdrukkelijk is beleden in zondag 38: 'Wat gebiedt God in het vierde gebod?' En het antwoord zegt ondermeer: 'dat ik, inzonderheid op den sabbath, dat is op den rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk kome' enz." einde citaat.
In bovenstaande citaat zegt Kamphuis dus dat de zondagsrust en de zondagsheiliging naar het vierde gebod in onze belijdenis, en dan met name in HC zondag 38 door de Gereformeerde Kerken uitdrukkelijk wordt beleden.
Maar er is meer, op pag. 122 schrijft Kamphuis: "Maar opzettelijk was in mijn Verantwoording (een eerdere brochure van Kamphuis over kwesties in kerkelijk Kampen in de zestiger jaren, Justin) een concreet punt genoemd: de zondagsrust en de zondagsheiliging naar het vierde gebod". einde citaat.
Het volgende citaat van Kamphuis is een stuk langer maar daarin kijken we in het hart van de Kamphuis van 1968 als het gaat over het belang van de zondagsrust en zondagsheiliging naar het vierde gebod voor het publieke leven. Hij schrijft op pag. 124:
"Maar het punt in geding is van groot belang, want breekt men de zondagsrust en de zondagsheiliging naar de wet Gods uit het leven weg, dan is dat symptoom èn onderdeel van de saecularisatie van het leven, symptoom en onderdeel van de verwereldlijking. Het ritme van de dagen is een kwestie van onze keus geworden, maar ligt niet meer onder de kracht van de wet van het Verbond. Dat betekent dan ook, dat in het publieke leven voor de zondagsrust niet meer opgekomen kan worden, omdat Gòd daarover in Zijn wet gesproken heeft.
En daarmee wordt het publieke leven ook aan de saecularisatie prijs gegeven. Daar is ook een stuk van de achtergrond van het verzet in Kampen tegen de gereformeerde politieke actie, dat aan de kant van het Viseïsme losbrak. Dat is maar geen organisatie-kwestie, maar hier botsen de geesten bij de vraag, of de wet des Heren, déze wet, ook voor het publieke leven, ook voor de overheden betekenis, gezag, gelding heeft. Want hier blijkt, hoe ver de consequenties reiken. Het is deze geest geweest, die zich machteloos toonde tegen de voortgang van de saecularisatie in dat publieke leven in de aanslag op de zondag als publiek erkende dag van rust om Gods wil. Men participeerde daarin en ging mee voorop.
Het is een trieste zaak woordvoerders in de kerk te zien worden tot pleitbezorgers voor de ontkerstening van het leven".
Vervolgens beschrijft Kamphuis dan hoe prof. Greijdanus over de zondagsrust naar het vierde gebod gesproken heeft, en besluit zelf met deze woorden: "In Kampen zijn er, gelukkig, gebléven, die deze geloofsovertuiging van prof. Greijdanus deelden. Zij hebben-in onvolkomenheid en gebrek - hieróók de gevolgen voor het publieke leven aangewezen".
Tot slot hoewel er nog veel meer te citeren valt;
De Kamphuis van 2003 is een andere als die van 1968. Waar hij in 1968 stelt dat de gereformeerde kerken uitdrukkelijk belijdenis doen van de zondagsrust en zondagsheiliging naar het vierde gebod in zondag 38 HC zegt hij nu dat bezwaarden willen binden boven de belijdenis uit.
Hij stelt nu dat wij ons vervreemden van de gereformeerden uit het verleden terwijl we niets anders doen dan ons aansluiten bij wat altijd als de gereformeerde waarheid is beleden. Ook door prof. Kamphuis himself.
Het is dan ook met een gevoel van verdriet dat ik bovenstaande naar voren hebt gebracht. Hoe hebben we immers prof. Kamphuis niet leren kennen als een strijder voor de Waarheid, die immers boven alles is.