Worstelen met homofiele gevoelens
door Linda Stelma
Tot een jaar geleden wist niemand er iets van.
Tot Niels (20) het aan een paar vrienden en vlak daarna aan zijn ouders vertelde: ,,Ik val niet op meisjes, maar op jongens.’’ Eerder had Niels er nooit over gepraat. ,,Ik heb altijd gedacht: ‘Dit klopt niet. Het mag niet’.’’
Niels is een jaar of dertien als hij het vermoeden krijgt dat hij homofiel is. ,,Op die leeftijd ga je van alles ontdekken. Ik kwam erachter dat ik seksuele gevoelens had voor jongens.’’ Niels houdt zijn ontdekking voor zichzelf. ,,Je wilt aan een bepaald verwachtingspatroon voldoen, namelijk dat jongens op meisjes vallen. Ik was bang om afgewezen te worden als het anders zou zijn.’’
Donker
Afgelopen jaar verandert er iets in Niels. ,,Ik zat in de auto en was heel erg met God bezig. Ik voelde dat hij tegen me zei: ‘Niels, Ik wil dat je een keus voor me maakt. Ik wil je voor een groter doel gaan gebruiken.’ Er zijn zoveel plekjes in mijn hart die zo donker zijn dat ik God daar niet toe wil laten. Ik heb geworsteld en ben er mee aan de slag gegaan. Een maand lang heb ik last gehad van constante spanning. Ik kon mijn draai niet vinden. En toen op een dag ging ik naar een vriendin om iets op te halen. Ik kon haar niet aankijken. We raakten in gesprek. Uiteindelijk heb ik het verteld, aan haar en een goede vriend die er ook bij kwam. God zegende echt die openheid. In Jacobus staat ook dat openheid genezing brengt. Mijn vrienden hebben me niet afgewezen. Onze vriendschap is juist heel goed geworden.’’
Huilen
Niet veel later vertelt Niels het ook aan zijn ouders. ,,In april was ik bij mijn ouders thuis. Ik zat niet lekker in mijn vel. Goede Vrijdag ging als het ware langs me heen. Na werktijd vluchtte ik dan ook naar boven, achter mijn computer. Mijn vader kwam boven en vroeg wat er aan de hand was. Ik zei echt helemaal uit het niets: ‘Ik moet jullie iets vertellen.’ Ik had het helemaal niet gepland. Maar toen heb ik het verteld. Mijn moeder zei: ‘Wat erg voor je.’ En ze moest wel even huilen. Mijn vader was eerst stil. Daarna vroeg hij of ik het wel zeker wist. Ik ben namelijk ook verliefd geweest op meisjes. Maar seksueel voel ik me aangetrokken tot jongens. Het lijkt alsof het niet zo erg was, maar het lag heel diep.’’
Niels wordt constant heen en weer getrokken. Aan de ene kant heeft hij zijn seksuele gevoelens voor jongens en aan de andere kant wil hij God volgen. Niels is homofiel, maar geen homoseksueel: hij denkt dat het niet goed is zijn gevoelens in de praktijk te brengen. ,,De Bijbel is er duidelijk over. Er zijn teksten die zeggen dat het een gruwel is in Gods ogen. Bovendien denk ik dat homofilie niet in je genen zit. Er is niet zoiets als een homogen, een bepaalde eigenschap die ervoor zorgt dat je homofiel bent. Dat is ook nog nooit aangetoond. Ik geloof niet dat iemand ermee geboren wordt. Ergens in mijn leven is scheefgroei ontstaan. En mocht er ooit uitkomen dat er wel een homogen is, dan is dat nog geen reden om het te praktiseren. Dat is het probleem van deze maatschappij. Het voelt goed, dus dan moet je het maar doen. Ik denk dat je verstandelijk moet uitzoeken, samen met God, wat goed is.’’
Stopzetten
Nadat Niels openheid heeft gegeven over zijn homofiele gevoelens, besluit hij er iets aan te gaan doen. Hij neemt contact op met Different, een organisatie voor christenen met homofiele gevoelens. Nu gaat Niels daar regelmatig naartoe. Zowel in een-op-eengesprekken als in een groep praat hij over zijn homofilie.
,,Je praat over je gevoelens en dat gaat heel diep. We proberen erachter te komen waar de oorzaken liggen van mijn homofiele gevoelens. Daarnaast kijk je Bijbels, medisch en psychologisch naar homofilie en naar jezelf. Ik vind het fijn. Vooral in het begin. Je hebt niet meer constant het gevoel dat je anders bent.’’ Niels merkt dat zijn homoseksuele gevoelens geleidelijk minder worden. ,,Het gaat al veel beter. Dat komt door een combinatie van factoren: vriendschap, gesprekken en vooral God die dat door mij heen tot stand brengt. Ik heb steeds minder behoefte om naar andere jongens te kijken. En ik leer hoe ik bepaalde gedachtes kan stopzetten.’’
Over de ‘scheefgroei’ in Niels eigen leven wil hij alleen in het algemeen wat zeggen. ,,De homobeweging is heel erg aan het groeien. Dat heeft volgens mij te maken met vaders die geen bevestiging geven aan hun kinderen. Ze omhelzen hun zonen niet. Het kan dan gebeuren dat een zoon, die bijvoorbeeld ook nog eens gepest wordt, homofiele gevoelens krijgt, door onderbevestiging. Dat komt ook weer doordat onze vaders niet bevestigd zijn. In Maleachi 4:6 (Vertaling 1951) staat ‘Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban.’ Ik heb het idee dat dat nu gebeurt. Problemen worden nu eindelijk benoemd.’’
Grapjes
‘Homo’ vindt hij overigens een vervelend woord. ,,Ik noem mezelf geen homo. Ik zie mezelf als iemand met homofiele gevoelens. ‘Homo’ heeft zo’n negatieve bijklank. Dat vind ik passen bij iemand die praktiserend is.’’ Over homo’s worden vaak grapjes gemaakt. Ook onder christenen. Het woord ‘homo’ wordt vaak als scheldwoord gebruikt. Niels baalt daar wel eens van. ,,Als iemand uit het niets grappen maakt over homo’s, dan denk ik: ‘Waar oordeel je over? Je weet helemaal niet hoe die mensen zich voelen!’.’’
Niels gelooft dat hij van de homofilie zal ‘genezen’. ,,Ik geloof dat ik in de toekomst een vrouw krijg en misschien kinderen. En als ik er niet afkom, denk ik niet dat ik het heel erg vind. Ik wil wel afkomen van de pijn en de eenzaamheid die ik vaak voel. Maar als je een relatie met God opbouwt, dan maakt het niet uit of je alleen blijft of getrouwd bent.’’
Niels heet in het echt anders.
Foto’s Eljee
Reageren op wat Niels zegt? Mail naar
clou@nd.nl