Heb in een boekhandel de eerste pagina's van Thomas Asbridge 'The First Crusade' doorgelezen. Grr. Voor de goede orde, dit is blijkbaar een gewaardeerd lid van de geschiedkundige academische gemeenschap.
De tijd van de kruistochten wordt voorgesteld als geregeerd, gedomineerd door angst, angst voor de hel. Geinspireerd daartoe door de kerk. Als illustratie wordt opgevoerd een fries van een kathedraal, waar je grafisch uitgebeeld zondaars in doodsangst weggesleept ziet worden naar de hel, terwijl aan de andere kant serene blijde mensen de hemel binnengaan.
Waarom worden deze mensen voorgesteld als alleen maar gedomineerd door angst? Waarom niet tevens door hoop? Wat is dit voor subjectieve selectiviteit?
Waarom kan een serieuze historicus zich verder niet voorstellen dat in barbaarse tijden, waarin zovelen gruweldaden in eigen persoon gezien zullen hebben, dit zijn uitwerking zal hebben in kunst (en kunst in die tijd was uiteraard religieuze kunst)?
Waarom kan een serieuze historicus zich niet voorstellen dat de nadruk op consequenties in het hiernamaals misschien iets te maken heeft met een onstellend gebrek aan moraliteit in barbaarse tijden, en de noodzaak daar wat aan te doen?
De auteur bestaat het verder te beweren dat er eigenlijk geen externe redenen waren voor de kruistochten, hij wuift de strijd met islam weg met de opmerking dat dat ging om gewone schermutselingen tussen diverse machtscentra, dat er een situatie van balans was, dat er geen bijzondere situatie was. Een paar pagina's verder erkent hij dat de slag bij Manzikert (1071) leidde tot het volledig verlies van Klein-Azie door Byzantium, wat daardoor op het punt van instorting kwam te staan, en tot oproepen om hulp van Byzantium aan het Westen. De gekke kalief Al-Hakim wordt afgedaan in enkele regeltjes en een opmerking over de halve verwoesting van een kerk in Jeruzalem. Niets over de vernietiging van 30.000 kerken die deze meneer op zijn geweten had.
En ja, Thomas Asbridge wordt geacht een serieuze academicus te zijn. Zucht.