Hoi Gaitema, hier mijn beloofde reactie..

(helaas een beetje lang ...)
quote:
gaitema schreef op 19 oktober 2009 om 12:51:Esther.bat.Mordechai schreef reeds eerder:
Een paar voorbeeldjes:
De vroegste kopieën van het Evangelie van Markus eindigen bij Markus 16:8. Alleen enkele latere versies gaan door tot 16:20. Twaalf extra verzen. Desondanks is juist deze latere toevoeging door de meeste huidige Christelijke Bijbels overgenomen.
over de laatste verzen van Marcus 16Hier is ook wel wat over te zeggen.
Bv door
Edward F. Hills (1912-1981) in zijn boek The King James Version Defended,
hoofdstuk 6: Dean Burgon and the Traditional New Testament Text,
paragraaf 5:
The Last Twelve Verses of MarkHij zegt het eerst het e.e.a. over het het feit dat alle natuurhistorische critici wel beweren dat het evangelie opzettelijk eindigt met hst 6: 8, maar dat over het
waarom hiervan, ze geen zinnige verklaring kunnen geven.
quote:
Volgens sommige critici eindigde Markus oorspronkelijk dus met de woorden “want zij waren bevreesd”. J. M. Creed (1930) (1), bijvoorbeeld, en R. H. Lightfoot (1950) (2) hebben betoogd dat alle andere pogingen om te verklaren waarom het Evangelie van Markus hier eindigt hebben gefaald, en dat wij daarom moeten geloven dat Markus zijn Evangelie hier opzettelijk besloot.
Noten":
1) “The Conclusion of the Gospel According to S. Mark,” by J. M. Creed, JTS, vol. 31 (1930), pp.80-85.
2) The Gospel Message Of S. Mark, by R. H. Lightfoot, Oxford: Clarendon Press, 1950, pp.80-85.
Het is nl tegenstrijdig dat dit evangelie eindigt met:
8 En zij gingen naar buiten en vluchtten van het graf, want siddering en ontzetting hadden haar bevangen. En zij zeiden niemand iets, want zij waren bevreesd.In het hetzelfde evangelie staat nl hst 4: 40, 5: 36 en 6: 50 niet bevreest te zijn.
Bv: 4:
40 En Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij zó bevreesd? Hoe hebt gij geen geloof? Er komen dan allerlei redenen langs waarom het er niet is, en de uiteindelijke conclusie is dat het gewoon verdwenen is, losgeraakt, of weggelaten door mensen die de opstanding ontkennen.
quote:
(b) Oud bewijsmateriaal voor Markus 16:9-20
Dus is het gemakkelijk te zeggen dat het echte deel van Markus’ Evangelie eindigt in 16:8, maar het is een moeilijke taak deze stelling te ondersteunen met een bevredigende uitleg over waarom het Evangelie daar eindigt, een taak die zo moeilijk is dat die tot op heden niet werd ingelost. Maar de laatste twaalf verzen van Markus kunnen niet verloochend worden op basis van de kracht van een niet ondersteund argument, zelfs niet als dat afkomstig is van een van de meest eminente specialisten. Omdat deze verzen een enorm gewicht aan getuigenis bevatten dat niet gemakkelijk opzij kan geschoven worden. Ze worden in alle Griekse manuscripten gevonden, behalve Aleph (Codex Sinaiticus) en B (Vaticanus), en in alle Latijnse manuscripten behalve k (Codex Bobiensis uit ca. 400). Alle Syrische versies (versies zijn de antieke vertalingen van het NT) bevatten deze verzen, met uitzondering van de Syro-Sinaïticus (Oud Syriache versie) , en ook de Bohairische versie (een van de twee dialecten van de koptische versies) bevat het. En zelf belangrijker, ze werden geciteerd als Heilige Schrift door vroege kerkvaders die 150 jaar leefden vóór B en Aleph werden geschreven, namelijk Justinus Martyrus (ca.150) (1) Tatianus (ca.175) (2), Irenaeus (ca.180) ,(3) en Hip-polytus (ca.200) (4). Dus, het vroegste, nog bestaande getuigenis staat aan de kant van die laatste 12 verzen. De kritische bezwaren hiertegen moeten dan wel buitengewoon sterk zijn om deze bewijzen van hun echtheid te ontdoen.
Noten:
1) MPG, vol. 6, col. 397.
2) Tatians Diatessaron, Preuschen, p.239.
3) MPG, vol. 7, col. 879.
4) Funk, Didascalia, etc., vol. i, p. 460, vol. ii, p.72.
Nog een citaat over
een verschil in literaire stijl dat er zou zijn:
quote:
Lang geleden had echter Tregelles (1854) erkend “dat argumenten over stijl dikwijls erg bedrieglijk zijn, en dat ze op zichzelf erg weinig bewijzen”. (1) En Burgon (1871) toonde aan dat dit waar is. In een briljant hoofdstuk van zijn verhandeling over Markus toonde hij aan dat de zogenaamde verschillen in stijl niets te betekenen hebben. Bijvoorbeeld: Meyer (1847) en andere critici hebben er zwaar op gedrukt dat twee typische Markus-woorden, namelijk euthus (terstond) en palin (weer; andermaal), niet worden gevonden in Markus 16:9-20. Burgon toonde aan dat euthus ook niet voorkomt in de hoofdstukken 12 en 13 van Markus, en dat palin niet voorkomt in de hoofdstukken 1, 6, 9 en 13. Dus het feit dat deze woorden niet voorkomen in Markus 16:9-20 bewijst niets in verband met de echtheid van deze sectie. (2)
Noten:
1) Account Of The Printed Text, Tregelles, p.256.
2) Last Twelve Verses Of Mark, pp.142-190. Reprint, pp.222-270
quote:
Esther zei:
Vrijwel alle historici zijn het erover eens dat het verhaal van de overspelige vrouw (Johannes 7:53-8:11) een niet-Johanniaanse latere toevoeging was. Waarom? Omdat de Koine Griekse schrijfstijl duidelijke verschillen laat zien met van de rest van het Evangelie. En in de oudste versies van het Evangelie van Johannes komt het verhaal helemaal niet voor; geen van de vroegste kopieën vermeldt het. Alleen in enkele latere kopieën staat het. Weer hebben vrijwel alle huidige Christelijke Bijbels dit verhaal overgenomen. [/b]
Gait:
Wel typisch. Het zou best kunnen dat ze als overleveringen van wat er onder mensen werd doorverteld hieraan zijn toegevoegd.
over Johannes 8:1-12Gait, hier ben ik uitgebreid op in gegaan enkele weken geleden. Dat kun je hier nog een keertje lezen:
Priscilla en Aquila in "Johannes 8:1-12"quote:
Esther zei:
En als je nog onzeker bent van de "goede intenties" van de kopiisten, kijk dan naar 1 Johannes 5:7-8, de enige passage waar expliciet de Drie-Eenheid wordt verkondigd. Er staat: "Want 3 zijn er die getuigen [in de Hemel: de Vader, het Woord, en de Heilige Geest; en deze 3 zijn 1]..." Vrijwel geen enkele historicus gaat er van uit dat deze tekst origineel kan zijn. Waarom niet? Omdat deze tekst in geen enkel manuscript voorkomt! Pas in de VEERTIENDE EEUW wordt deze passage aan bijbels toegevoegd. Toch wordt deze passage zowel in de Staten Vertaling als in de NBG meegenomen.
over dit 'comma Johanneum'In veel uitgaven is dit Comma Johanneum afwezig.
Hier is ook het e.e.a. over te zeggen.

Bv: door Jeffrey Khoo, Ph.D.
in een artikel verschenen in het FOUNDATION Magazine, 2000.
titel: Bestaat er een duidelijke, Bijbelse grondtekst voor de leer der Drie-eenheid? Een inleidend onderzoek naar de oudheid en authenticiteit van het Comma Johanneum (1 Joh 5:7+)
Hij geeft hieronder bewijzen dat het gedeelte niet zo afwezig was als men nu wil doen geloven:
quote:
Het is echter niet waar dat het Comma afwezig is in alle pré-zestiende-eeuwse Griekse manuscripten en Nieuwtestamentische vertalingen. De tekst wordt gevonden in acht nog bestaande Griekse manuscripten, en vijf van deze zijn gedateerd vóór de 16de eeuw (Griekse minuskels 88, 221, 429, 629, 636).
Bovendien is er een overvloedige ondersteuning voor het Comma in Latijnse vertalingen. Er zijn ten minste 8000 bestaande Latijnse manuscripten, en vele van hen bevatten het Comma. De echt belangrijke hiervan zijn de Oud-Latijnse, die gebruikt werden door kerkvaders zoals Tertullianus (155-220 nC) en Cyprianus (200-258 nC). Nu, van de weinige Oud-Latijnse manuscripten die het vijfde hoofdstuk van 1 Johannes bevatten, zijn er ten minste vier die het Comma bevatten.
Gezien deze Latijnse versies van het Griekse Nieuwe Testament werden betrokken, is er reden te geloven dat het Comma een zeer vroeg Grieks getuigenis heeft, dat tot dusver verloren is gegaan.
Er is ook reden te geloven dat de Latijnse Vulgaat (340-420 nC) van Hiëronymus, die het Comma Johanneum bevat, vertaald werd uit de Griekse tekst die Hiëronymus in bezit had, en dat hij het Comma aanzag als echt deel uitmakend van 1 Johannes. Hiëronymus schreef in zijn Proloog van de Canonieke Brieven:
“Onverantwoordelijke vertalers lieten dit getuigenis weg [d.w.z. 1 Joh 5:7+] in de Griekse codices”.
Edward F. Hills concludeerde: “Geen bedotterij was verantwoordelijk voor de insluiting van het Comma Johanneum in de Textus Receptus, maar het gebruik ervan in de Latijns sprekende kerk”.
Nog een paar opmerkingen over Erasmus die zgn een belofte gedaan zou hebben mbt tot dit gedeelte:
quote:
“Erasmus beloofde dat hij het ‘Comma Johanneum’ in volgende edities zou insluiten indien er één enkel manuscript kon gevonden worden die deze passage bevat. Tenslotte werd er zo’n kopij ge-vonden of gemaakt op bestelling”. Deze visie tegen de authenticiteit van het Comma werd na-gepapegaaid door velen, tot op vandaag. Is dat hetgeen er echt gebeurd is?
H.J. de Jonge van de theologische faculteit van de Universiteit te Leiden - een autoriteit in Erasmus - zegt over Metzgers zienswijze over Erasmus’ belofte dat die “geen enkele grond in Erasmus’ werk heeft. Het is daarom hoogst onwaarschijnlijk dat hij de passage toevoegde vanwege een gebondenheid aan zo’n belofte”.
Professor Roland Bainton van de Yale Universiteit, een andere Erasmus-expert, is het eens met Jong, en levert bewijs uit Erasmus’ eigen geschriften dat Erasmus’ insluiting van het Comma niet te wijten was aan een zogenaamde ‘belofte’ maar dat hij geloofde “dat het vers in de Vulgaat stond en daarom moest voorgekomen zijn in de Griekse tekst die door Hiëronymus werd gebruikt”.
De “belofte” van Erasmus is dus een mythe!
quote:
Er werd geopperd dat het Comma Johanneum niet kwam van de apostel Johannes zelf, maar van een onbekend persoon die het uitvond en in 1 Joh 5:7-8 heeft ingelast, opdat de christenheid een zuivere trinitarische grondtekst zou hebben. Tot op vandaag is niemand in staat geweest om deze mysterieuze persoon te identificeren die de kerk trachtte te ‘helpen’. Hij is waarschijnlijk een fictief iemand. In elk geval is het hoogst onwaarschijnlijk dat het Comma het werk is van een goedbedoe-lende ‘tussenvoeger’. Als we naar de tekst zelf kijken dan reflecteert de frase “de Vader, het Woord en de Heilige Geest” op natuurlijke wijze het auteurschap van Johannes (vgl. Joh 1:1, 14). Een tus-senvoeger zou eerder de meer vertrouwde en sterkere trinitarische formule “de Vader, de Zoon en de Heilige Geest” hebben gebruikt. “Het Woord” of “De Logos” van het Comma wijst naar de apostel Johannes als haar bron, want het is kenmerkend voor Johannes dat hij de term “het Woord” gebruikte om “Christus” te bedoelen, in al zijn geschriften.
Er is niets in het Comma Johanneum dat strijdig is met de grondwaarheden van het christelijke geloof. Het is door en door Bijbels en theologisch accuraat in zijn triniteitsverklaring. Er is geen enkele goede reden waarom wij het Comma Johanneum niet zouden zien als authentiek en geen enkele reden waarom wij het niet zouden gebruiken als het zuiverste bewijs in de Schrift voor de leer van de heilige Drie-eenheid.
Het valt dus allemaal erg mee met het Comma

quote:
Gait
Het goede nieuws hierin is, dat de nieuwe bijbelvertaling het heeft weggelaten. Dat is echt een pluspunt. Al worden in kleine lettertjes wel vermeld dat andere handschriften deze woorden wel bezitten.
OK, laat de NBV nu toch echt een zeer onbetrouwbare vertaling zijn, dus zoveel doe ik daar niet op. Ze hebben duidelijk een subjectieve keuze gemaakt.
quote:
Esther schreef:
Natuurlijk, niet alle vroege veranderingen "ten goede" zijn door de huidige Christelijke Bijbels overgenomen, maar de verschillen tussen de oudste en jongere versies laten m.i. al vroeg een vrij opvallende neiging zien om een bepaalde gedachtengang te ondersteunen.
En dat is dus een puur menselijke benadering.

quote:
Gait:
Dat vrees ik ook. Het geboren zijn uit de maagd Maria zou ook zoiets zijn, net als de magiërs en de herders die kwamen. Het is later toegevoegd om zo de vele verhalen die gingen over Jezus geboorte te beëindigen door één visie die door de R.K.kerk gehanteerd werd in de bijbel te plaatsen.
Dat las ik een keer ergens op internet, de bron wordt lastig weer te vinden. Ik kan er wel naar zoeken.
Niet alles wat je op internet leest is betrouwbaar hoor.

Neem je dat allemaal serieus wat je hierboven opsomt?
quote:
Esther:
Lukas 2:48, waar Maria tegen Jezus zegt "zie, je vader en uw moeder zoeken je!", wordt in enkele latere kopieën "zie, wij zoeken je!". Of Mattheus 24:36, waar staat "van die dag en van het uur weet niemand, ook de hemelse engelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen" wordt in enkele latere kopieën "gecorrigeerd" door "ook de Zoon niet" weg te laten.
Gait:
Gelukkig dat het weer goed staat in de vertalingen van het Nederlandse Bijbelgenootschap.
Wat is dan 'goed'? Wie beslist dat? Qua boodschap maakt het natuurlijk niet uit. Als de Vader het alleen weet, lijkt het me een logische conclusie dat de Zoon het niet weet.

quote:
Esther
Sommige latere kopieën hadden er evenmin een probleem mee om Lukas 11 te "harmoniseren" met Mattheus 6, door aan Jezus' gebed in Lukas 11 de "ontbrekende" delen toe te voegen uit Mattheus 6, en zo meer.
Hoe weet je dat dan? Het is ergens voor kiezen op bepaalde gronden....
quote:
Gait:
Het scheelt in dit geval dat het wel uit de bijbel zelf is gehaald. De drie-eenheidsformule hiervoor vindt ik wel iets wat niet in de bijbel thuis hoort, maar toch nog in kleine lettertjes te vinden is. Net als de doopformulie:
Matteüs 28:19-20
19 Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 20 en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’
De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap Het ondergestreepte blijkt ook later te zijn toegevoegd door de kerk, blijkt uit oudere handschriften waar het nog niet in stond, las ik eens op
http://www.wat-is-waarheid.info/drie-eenheid.htmBest wel een deprimerende site verder, maar er zit wel nuttige informatie verder tussen.
Hoezo deprimerend? Laat die site niets heel van de tegenwoordige tekst van het NT?
Ik zou wat minder sites lezen en wat meer gewoon de bijbel.

Dat deprimeert mij nl nooit.

quote:
Gait:
dit las ik er over de doopformule:
Kijken we nu naar de bewijzen voor het toevoegen van de “doopformule” in vers 19 dan wordt duidelijk dat in de eerste periode na Jezus' zendingsopdracht waarin de boeken van het Nieuwe Testament werden geschreven de tekst van Matth. 28:19 in de toen in omloop zijnde kopieën van het boek Matthéüs zonder de “doopformule” voorkwam.
In de geschriften van de kerkhistoricus Eusebius (260-340), die behoorlijk wat schrijfwerk op zijn naam heeft staan, waaronder dat betreffende de kerkgeschiedenis van de eerste eeuwen, komen diverse citaten voor uit de toenmalig bekende geschriften zoals die van Flavius Josephus, de Joodse geschiedschrijver. Ook uit de brieven van de apostelen en uit de evangeliën haalt hij diverse tekstgedeelten aan. Deze Eusebius had toegang tot de grootste Christelijke bibliotheek van zijn tijd die zich bevond in Caesarea en waar zeer waarschijnlijk alle nieuwtestamentische geschriften aanwezig waren. Gebrek aan informatie had hij dus bepaald niet.
Een overzicht van de feiten:
In de vorm: “Maakt al de volken tot Mijn discipelen en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb” komt vers 19 zeven maal voor in de geschriften van Eusebius.
In de vorm: “Maakt al de volken tot Mijn discipelen in Mijn Naam en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb” komt vers 19 zeventien maal voor in de geschriften van Eusebius.
In de vorm zoals wij die in de bijbel aantreffen komt vers 19 vijf maal voor in de geschriften van Eusebius. Deze geschriften dateren echter hoofdzakelijk uit de periode na het beruchte Concilie van Nicea waar de basis werd gelegd voor de drie-eenheidleer. Het is zeer wel aannemelijk dat hij zich onder druk van de daar genomen besluiten had onderworpen aan het “kerkelijk gezag” en sindsdien de huidige formulering van vers 19 onderschreef.
Opgemerkt moet worden dat bij het bestuderen van de studies die over dit onderwerp zijn gemaakt er enige kleine afwijkingen van de hier genoemde aantallen opduiken maar die doen niets af aan het overtuigende bewijs dat we hier wel degelijk te maken hebben met schriftvervalsing door het aanpassen van de oorspronkelijke tekst aan de “kerkelijke leer”.
Dan is er nog iets: de opeenvolgende bijbelvervalsers blijken nog meer op hun geweten te hebben want in zijn oorspronkelijke vorm luidde Matth. 28:19 namelijk: “Gaat dan heen, onderwijst al de volken in Mijn Naam en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.” En wees nu eens eerlijk: de diverse vervalste, aangepaste versies van deze tekst lijken toch echt opvallend weinig op Jezus' oorspronkelijke uitspraak!
Bron? Die betreffende site natuurlijk, maar waar haalt die site z'n informatie vandaan?
quote:
Esther:
Een paar voorbeeldjes uit het Evangelie "van Lukas":
Omdat Adoptionistische ketters geloofden dat Jezus pas na de doop Zijn Goddelijkheid verkreeg, werd bijvoorbeeld Lukas 3:22 in de strijd geworpen, waar in alle oudste manuscripten staat dat God via een hemelse stem tijdens de doop zegt: "Jij bent Mijn Zoon, vandaag heb ik Je verwekt." In latere manuscripten werd dit door het proto-orthodoxe Christendom veranderd in "Gij zijt mijn Zoon, de geliefde, in U heb Ik mijn welbehagen." Deze latere "correctie" wordt overigens nog steeds overgenomen door de meeste van de huidige Christelijke Bijbels, hoewel juist de tekst die door Adoptionistische ketters werd aangehaald, wordt ondersteund door de oudste manuscripten.
Gait:
Dit is toch ook wel kwalijk te noemen.
Als het waar is wel. Maar dat is nog maar de vraag.

Dit schreef Esther in een andere post in dit topic en mijn antwoord staat eronder:
quote:
Esther
Een paar voorbeeldjes uit het Evangelie "van Lukas":
Omdat Adoptionistische ketters geloofden dat Jezus pas na de doop Zijn Goddelijkheid verkreeg, werd bijvoorbeeld Lukas 3:22 in de strijd geworpen, waar in alle oudste manuscripten staat dat God via een hemelse stem tijdens de doop zegt: "Jij bent Mijn Zoon, vandaag heb ik Je verwekt"
P&A
En zie het onderstreepte /vetgemaakte (door P&A): hoe moet/kan ik daar vanuit gaan, als je hierboven net beweerd hebt dat veel is verdraaid en veranderd van de handschriften die we niet meer hebben, tot de handschriften die we vanaf 200 wel hebben?
En:
quote:
Esther
In latere manuscripten werd dit door het proto-orthodoxe Christendom veranderd in "Gij zijt mijn Zoon, de geliefde, in U heb Ik mijn welbehagen."
Deze latere "correctie" wordt overigens nog steeds overgenomen door de meeste van de huidige Christelijke Bijbels, hoewel juist de tekst die door Adoptionistische ketters werd aangehaald, wordt ondersteund door de oudste manuscripten…
P&A
En de andere synoptische evangeliën dan? Duidelijk is dat die dezelfde gebeurtenis beschrijven, de doop van Jezus aan het begin van zijn openbare dienst. Matt en Marcus hebben bijna woordelijk hetzelfde en geen ander aanhaling uit de Psalmen.
En overal waren volgens jou verdraaiingen. Als je er zo naar kijkt weet je toch nooit wat dan wel het origineel was?
Het is dus allemaal niet zo overtuigend als het lijkt Gait.
quote:
Esther
In de strijd tegen docetistische, vooral Marcionistische ketterse groeperingen (die leerden dat Jezus volledig goddelijk was) werden teksten als Lukas 22:43-44 toegevoegd door het proto-orthodoxe Christendom, waar Jezus bloed zweet, uit angst voor het komende lijden en Zijn spoedig te verwachten dood. Deze tekst komt niet voor in de oudste manuscripten en wordt evenmin in de andere Evangeliën genoemd. Ook deze tekst wordt door moderne Christelijke Bijbels overigens gewoon overgenomen.
Gait:
Ik vrees dat ze het niet durfden te wijzigen naar het oude oorspronkelijke versie toe. Jammer, want zo wordt ons weer wat voorgeschoteld waarvan maar de vraag is of de bron wel zuivere koffie is.
Ook hier is wel iets over te zeggen wat ik in die andere post dan ook deed op dezelfde bewering:
P&AIk ben dan wel benieuwd hoe die oudste manuscripten heten waar dit tekstgedeelten in zou staan. Zou je dat kunnen aangeven? (En: hoe zat het ook alweer met de verdraaiingen etc)
Als het dan zo belangrijk en waar is, zou er op z’n minst in een voetnoot melding van gemaakt worden door bv de Telos-vertaling die in het notenapparaat dan aangeeft:
andere vertalingen/handschriften hebben:…..
Verder is het niet noodzakelijk dat alle synoptische evangeliën exact evenveel vertellen over 1 gebeurtenis.
Lucas legt accent op de menselijke afhankelijkheid van
Jezus als de Zoon des mensen, die beangst is zoals ieder mens dat zou zijn, en daarom zijn zweet als bloeddruppels wordt.
quote:
Ester
In Lukas 24:12 rende Petrus naar het graf en ging terug, vol verwondering over wat er gebeurd was (m.a.w.: Jezus is lichamelijk verrezen). De belangrijkste en oudste manuscripten vermelden dit gedeelte niet. Ook de schrijfstijl wijkt opvallend af van de rest van het Evangelie en het herbergt een onevenredig aantal woorden die verder niet in Lukas' Evangelie of in Handelingen voorkomen. Bovendien lijkt het bijna een synopsis van Johannes 20:3-10. Ook dit citaat is door vrijwel alle moderne Bijbels gewoon overgenomen.
Gait:
Ook niet echt nodig geweest inderdaad. Het stond namelijk al voldoende in Johannes 20.
Mijn commentaar op dit item in die andere post:
P&AHet zou overtuigender zijn als dit gedeelte dan tussen haken zou staan – vanwege het feit dat niet alle handschriften het hebben. Zoals het geval is met een gedeelte van Johannes 8, Marcus 16 en een paar teksten uit en van de brieven van Johannes.
Maar gelukkig laten vele andere gedeelten zien dat Jezus wel lichamelijk is opgestaan, evenals de velen aan wie Jezus is verschenen (zelfs wel een keer 500 tegelijk) die in die tijd dit konden getuigen dat ze Hem gezien hadden.
quote:
Esther
(Vanzelfsprekend zijn de meeste opzettelijke veranderingen onschuldig, zoals in de oudste manuscripten, waar staat dat Jezus zei "Talitha koem", wat volgens Mattheus 5:21 betekent "meisje, Ik zeg u sta op!" Los van het feit dat het in het Aramees letterlijk betekent "kleine geit, sta op" (waarbij de geit waarschijnlijk het meisje moest aanduiden), dus zonder "... Ik zeg u, ...", is de zin ook grammaticaal incorrect. Het moet zijn: talitha koemie. Latere manuscripten hebben dit "rechtgezet."
Lijkt me verder idd niet zo'n belangrijk probleem.

quote:
Enkele latere manuscripten hadden eveneens geen moeite om Markus 2:25 te "verbeteren" (waar Ahimelech, niet Abiathar, hogepriester tijdens David was); of Markus 1:2 waar Mal-achi werd geciteerd terwijl de vroegste versies suggereerden dat het citaat uit het boek van Jesaja afkomstig zou zijn, en zo meer).[/b]
Toch, voor de volledigheid is hier een verklaring wat betreft deze passage uit Marcus 2: 26.
quote:
Abiathar: son of Ahimelech the high-priest.
He escaped from the slaughter of the priests executed by Doeg at the command of Saul: 1 Sam 22: 18, 20. He became an adherent of David, and was acknowledged as high priest; but becoming involved in Adonijah’s rebellion he was deprived of the priesthood by Salomon and sent to dwell in the city of Anathot wich belonged to the sons of Aaron 1 Ki. 2: 26; 1 KCh. Vi 60
In 1 Ki. Iv. 4, Abiathar is named with Zadok as priests (not the priests); though deposed, Abiathar was still a priest.
There is a difficulty in 2 Sa. 8: 17 and 1 Ch. 18: 16 where ‘Ahimelech (or Abimelech) the son of Abiathar’ is named as priest with Zadok in the time of David.
Some suppose that the names should be transposed, and that Abiathar is meant; but this Ahimelech may have been a son of the above-named Abiathar (it not being at all unusual to name a son after his grandfather) and for some reason he is mentioned in these passages as priest instead of his father.
He may have been a more worthy man than his father, who was thrust out of the priesthood for his own sin, though it fulfilled the prophecy concerning the house of Eli in Shiloh. 1 Sa. 2: 30-36; 1 Ki. 2: 27.
Our Lord in Marc 2: 26 speaks of Abiathar as high priest in connection with David eating the showbread, doubtless because he afterwards attainted tot that office.
Bron: Concise Bible dictionary/central bible hammond trust, p. 5.
Zelfs voor dit moeilijke punt is een verklaring.....
quote:
Dat zijn dus slordige blunders.
Dat valt dus allemaal nog wel mee met die blunders.
