quote:
Titaan. schreef op 13 september 2011 om 10:36:1. InleidingHoi Paul, met interesse las ik je discussie in een andere draadje. Temeer wij in het verleden over hetzelfde onderwerp, namelijk exodus 32, onze gedachten uitgewisseld hebben.
Misschien dat het verschil van mening in de basis voortkomt uit een verschillend fundament.
...
Is ons meningsverschil over exodus 32 slechts terug te brengen tot interpretatie verschil?
Prima, dan valt daar verder over te discussiëren nadat we samen kunnen concluderen dat het net zo waar en betrouwbaar is als zou God het ons vandaag uit de Hemel voorlezen.
Hallo Titaan,
Onze belevingswerelden zijn misschien zeer verschillend, tenminste, die indruk krijg ik bij het doorlezen van jouw vragen. Dit komt misschien omdat wij tot twee verschillende categorieën bijbellezers behoren. In de ene categorie vinden we zij die al zo lang als ze zich kunnen herinneren vertrouwd zijn met de bijbel, al van voordat zij zelf konden lezen: het boek is een deel van hun leven. In de andere categorie vinden we zij die min of meer onbekend zijn met de bijbel, en op een gegeven moment besluiten om het boek te gaan lezen. Voor deze lezers is niets aan de bijbel vanzelfsprekend. Ik behoor tot de tweede categorie en ik vermoed, maar weet natuurlijk niet zeker, dat jij tot de eerste groep behoort. De bijbel is dezelfde bijbel, maar het lezen kon wel eens totaal verschillend zijn. Jouw vragen zijn op hun manier logisch en systematisch, maar voor mijn gevoel komen ze van een andere (belevings-) wereld en dwingen ze mij op een soort flowchart-manier tot een keuze die ik helemaal niet hoef te maken, tenminste, niet in mijn belevingswereld. Ik zal daarom vertellen vanuit mijn belevingswereld.
Eerst wil ik een dooddoener de wereld uit helpen, met een bizar voorbeeld.
Stel nou dat een schutter met een mitrailleur om zich heen is gaan schieten op een drukke markt, met vele doden tot gevolg. De schutter wordt aangeklaagd door de aanklager en verdedigd door zijn advocaat. Er volgt een gesprek.
Aanklager: “Ik leg de verdachte de volgende misdaad ten laste, namelijk...”
Advocaat: “Ho, wacht even, u spreekt van een misdaad. Maar wat als de schietpartij nou een goede daad was?”
Aanklager: “Pardon?”
Advocaat: “Kijk, meneer de aanklager, denkt u nou werkelijk dat u echt alles weet, dat uw inzicht in wat goed is en wat kwaad is feilloos is, en dat u tot in detail weet wat de toekomst van alle slachtoffers zou zijn geweest als ze niet waren doodgeschoten?”
Aanklager: “Nou nee, maar...”
Advocaat: “Precies! Dat kunt u allemaal niet! Dat weet u allemaal niet! Dus kunt u eigenlijk niet beter zwijgen?”
Bizar gesprek, nietwaar? De advocaat doet eigenlijk twee dingen. Ten eerste draait hij de situatie helemaal om, hij doet een soort tegenaanval. Ten tweede zoekt hij het absurde, extreme uiterste op. Als de advocaat daar maar ver genoeg in gaat, bereikt hij het punt waarop de aanklager hem eerlijkheidshalve gelijk moet geven. Dit is een tweetraps-dooddoener, bedoeld om te gesprekspartner tot zwijgen te brengen. Stap een: de situatie omdraaien, stap twee: het extreme uiterste benoemen. Ik noem hem vanaf hier de Breindemper. Deze Breindemper wordt ook in discussies over met name de hardere bijbelteksten wel eens aangereikt door sommige gelovigen. Stap één, het omdraaien, is simpel; de massamoord in exodus 32:27 wordt bijvoorbeeld ineens barmhartig genoemd, of de val van Jericho zou juist perfect rechtvaardig zijn. In religieuze context wordt stap twee vaak ingevuld door naar God te verwijzen. Alleen Hij kan de toekomst zien, alleen Hij heeft perfecte kennis, alleen Hij oordeelt feilloos. De gesprekspartner is dus maar een ontoereikend, nietig stipje in Gods schaduw, en kan nu maar beter zwijgen en eerbiedig luisteren.... (en de ander gelijk geven) Dat is nou de Breindemper in werking: het omdraaien van de situatie en het opzoeken van het extreme uiterste, waar de gesprekspartner wel aan moet toegeven.
De aanval op de stad Laïs? (Rechters 18:27-29) Hier werkt de Breindemper.
Exodus 32:27? Hier werkt de Breindemper.
Deuteronomium 7:1,2? Hier werkt de Breindemper.
Dood van Nadab en Abihu (Leviticus 10:1-7)? Hier werkt de Breindemper.
Eerstgeborenen-moord in Egypte? Hier werkt de Breindemper.
Dood van Uzza (2 Samuël 6:6-9)? Hier werkt de Breindemper.
Eigenlijk is de Breindemper een verzoek aan de ander om even op te houden met zelfstandig nadenken, bijvoorbeeld wanneer bepaalde nare bijbelpassages ter sprake komen. Maar ook als je “maar” een mens bent kun je wel degelijk zinvol nadenken, onze grijze cellen hebben een nut. Nadenken is wel degelijk nuttig. Mensen kunnen ook zinvol nadenken over ethiek, bijvoorbeeld over verhalen over het opzettelijk doden van mensen. Nadenken moet nooit ontmoedigd worden!
De eerste keer dat je als argeloze, beginnende bijbellezer een Breindemper krijgt aangereikt herken je die niet zo goed. Je geeft je gesprekspartner gelijk maar je voelt aan dat er iets helemaal niet in de haak is. Je geeft krediet, je tekent een spirituele blanco cheque en het voelt verkeerd. Een tweede keer kun je dat doen, maar dan wordt het verdacht en dan vraag je je nog een keer goed af wat voor soort boek je eigenlijk aan het bespreken bent. Nog een derde keer, misschien? Op een gegeven moment herken je een patroon. Ik heb er een leuke naam voor bedacht, nietwaar? De Breindemper kan eigenlijk alleen maar bestaan en functioneren daar waar Gezagsargumentatie wordt toegepast. Dit is een belangrijk punt.
Wat is de bijbel? De bijbel is een verzameling van door mensen geschreven teksten. Alleen mensen maken boeken, de Geelgerande Waterroofkever doet dat bijvoorbeeld in het geheel niet. De woorden zijn door mensenhanden op papier gezet, dáár kunnen we in ieder geval honderd procent zeker van zijn. In de bijbel staan soms tegenstrijdigheden. Hoeveel schapen zaten in de Ark van Noach? Twee of veertien? Wie was de stiefopa van Jezus, dus de vader van de man van Maria? Een zekere Jakob of een zekere Eli? Het uitpluizen van bijbelse tegenstrijdigheden is een echte atheïstensport. Mij maakt het eigenlijk niet uit, maar het geeft wel aan dat God zelf niet de auteur van de bijbel is. We weten simpelweg niet door wie en wanneer en waar alle bijbelteksten zijn geschreven. Er zijn wel traditionele aannames, maar echt hard zijn die niet. Bovendien: teksten werden ook wel eens op naam van iemand anders uitgebracht. Soms verandert een bijbelboek of brief plotsklaps van stijl en taalgebruik, of een bepaalde woordkeuze verandert binnen in een tekst. Hier kunnen we vervolgens hele diepzinnige betekenissen achter zoeken, maar het ligt meer voor de hand dat zo’n tekst gewoon niet door één enkele auteur is geschreven. In de inleiding op het boek Ester in mijn Willibrordbijbel lees ik iets heel bijzonders: “De gegevens van historische, chronologische en geografische aard worden willekeurig gehanteerd. Voor de auteur is het geen enkel bezwaar dat hij plaatsen, personen en tijden door elkaar mengt.” Zou het voor de Heilige Geest nou echt nodig zijn om die wél door elkaar te gaan mengen in een verhaal? De bijbel zoals wij die hebben is de uitkomst van selectie van teksten uit een veel grotere verzameling teksten. Wie hebben die selectie gemaakt, met welke criteria, en welke andere teksten waren er die de bijbel niet bereikt hebben? Met het Nieuwe Testament is nog iets bijzonders aan de hand. Een tijd lang was er een wisselwerking mogelijk tussen enerzijds het zich ontwikkelende christendom en anderszijds de circulerende teksten die zij voortbracht. Geloof beïnvloedt tekst, tekst beïnvloedt geloof. Deze dynamiek kwam pas tot stilstand toen de bijbelcanon definitief werd vastgesteld. Knopen werden doorgehakt. De tot standkoming van de bijbel is een nogal obscuur proces waarvan we alleen maar de uitkomst echt goed kennen.
Het fenomeen Bijbel is niet boven vragen en onderzoek verheven. Als we iets niet weten, over het tot stand komen van de bijbel zelf, dan mag die vraag gewoon gesteld worden, hardop. Voor mij is de bijbel de uitkomst van een lange reeks processen, van menselijke processen, waar we desondanks nauwelijks een touw aan vast kunnen knopen. Het is achteraf niet allemaal controleerbaar. Dit geeft mij het onbehagelijke gevoel dat de bijbel zoals wij die nu hebben, eigenlijk net zo goed anders had kunnen wezen. Dan hadden we bijvoorbeeld niet de openbaring van Johannes aan het einde, maar die van ... (vul maar in, er waren meerdere teksten in het apocalyps- genre).
We kunnen erkennen dat we dingen over de bijbel zelf gewoon niet of nog niet weten, en vervolgens op onderzoek uitgaan. Het alternatief is dat we die vragen juist helemaal niet stellen. Dan houden we vast aan de tradities en we zeggen vervolgens dat God de ‘eigenlijke’ auteur van de bijbel is. Niemand zal hardop durven beweren dat God de bijbel heeft geschreven, maar je kunt er qua standpunt zo dicht mogelijk tegen aan proberen te kruipen. Je kunt de bijbel zoveel mogelijk ophemelen. Iemand stelde me eens de vraag: “Is God niet bij machte om zelf te bepalen wat er in Zijn Woord (lees: bijbel) staat en dat voor altijd te bewaren?” Het correcte antwoord luidt natuurlijk ‘ja’. Maar dit argument kunnen we ook op een telefoonboek toepassen. God is namelijk ook bij machte om te bepalen wat er in een telefoonboek staat, en er voor te zorgen dat er altijd kloppende telefoonboeken zouden zijn. Hij doet dat alleen niet.
Wie is Jezus? Uit de bijbel kunnen we minstens twee tegenstrijdige antwoorden halen.
Het traditionele, christelijke antwoord: Jezus is helemaal God en helemaal mens. Het Wachttorengenootschap zegt: geen van beide, jezus is niet God en ook geen mens. Beide standpunten doen een beroep op de bijbel en op de Heilige Geest. Dus op hetzelfde ‘gezag’ kunnen we twee tegenstrijdige standpunten baseren!
Praten over het ‘gezag’ van de bijbel is als het praten over de ‘kleur’ van een getal. Je kunt er eindeloos over discussiëren, maar het is niet de meest zinnige aanpak. De bijbel mogen we het woord van God noemen, omdat het boek dat ook echt kan wezen, ondanks de obscure, menselijke processen waar het boek uit ontstaan is. Dit is erkenning achteraf, gebaseerd op de dingen die we aantreffen in het kielzog van de bijbel, namelijk dat mensen een bewuste relatie met God aan kunnen knopen, levens die veranderen. Ik heb het nu over erkenning van de werkzaamheid van de bijbel, erkenning van onderaf: hier is geen sprake van verticaal opgelegd gezag gezag maar van bewezen werkzaamheid.
De bijbel zie ik als een menselijk boek. Dingen vallen soms op hun plek juist wanneer we rekening houden met die menselijke factor. Als voorbeeld wil ik de houding van Israël ten opzichte van andere volkeren nemen. Voordat het volk Israël zich vestigde heeft het decennia lang nomadisch geleefd in de wildernis. Het gebied waarin zij rondtrokken was misschien qua oppervlakte wel drie maal zo groot als de Benelux: best wel groot. Maar we hebben het over honderdduizenden mensen, mannen, vrouwen en kinderen bij elkaar. Zij hadden ook hun vee bij zich. Nu klinkt het omzwervingsgebied al een heel stuk kleiner. Niet iedere vierkante meter wildernis is even begaanbaar. Op een steile rotswand ga je niet kamperen. Je moet dagelijks drinken uit putten die door de lokale, reeds aanwezige bevolking als hun kostbare, schaarse eigendommen werden beschouwd. Je reist over begaanbare wegen en bergpassen waarvan iemand anders vindt dat ze van hem zijn en je vee graast op plekken die iemand anders reeds als wiedegrond voor zijn vee beschouwde. Hou dat maar eens decennia vol! De spreekwoordelijke 'koek' was al lang verdeeld en nu komen er onaangekondigd en onuitgenodigd heel veel mensen heel lang mee-eten. Zo moeten de andere volkeren in dat gebied het ongeveer ervaren hebben. Dit leidde ongetwijfeld tot spanningen, problemen en incidenten tussen Israël en de andere, lokale volkeren. Tja, helaas werkt dat zo bij mensen. Dit leidde waarschijnlijk tot een negatief beeld van, en enige verbolgenheid jegens, die andere volkeren. Ook als problemen voorbij zijn blijft zo’n negatieve houding nog lang nasudderen in het groepsbewustzijn. Zo worden die andere volkeren nog lange tijd als heel erg slecht beschreven in sommige verhalen, dat is helaas menselijk. Zo nu en dan vind je als lezer in de bijbel een sterk negatieve, afwijzende houding ten opzichte van andere culturen en volkeren, tot op het aggressieve en xenofobe af. Denk eens aan de echtscheidingsethiek van Ezra. Als je zo’n tekst vindt, kun je denken dat je iets merkt van de dreigende toorn van God, maar het is waarschijnlijk gewoon de dreigende toorn van de schrijver.
Op het moment dat iemand zichzelf, omwille van een bijbeltekst, aanleert om een keer een massamoord goed te praten (bijvoorbeeld die na het gouden kalf), gaat er iets kapot binnen in die lezer. Dan heeft de bijbel iemand
beschadigd.
Iedere keer als iemand met behulp van de bijbel God leert kennen, iedere keer als iemands leven op die manier verandert,
dan is de bijbel het woord van God.