quote:
grondig christelijk schreef op 11 november 2011 om 10:41:Ik denk dat ik je begrijp Small Brother, maar ik hoop dat wat je hier eenvoudig neerschrijft ook heel lastig is. Want als het niet lastig was werd men niet scherper en meer toegerust. Ik meen overigens te lezen dat je de één noch de ander in het gelijk stelt, maar dat jij het hier hebt over situaties in het leven die je moet overwinnen om sterker te worden. Lees ik dat goed?
Het gemakkelijkste zou zijn om mij achter Elle te scharen, want zij houdt hier een scherp oog op de balans. En als ik David Wilkerson blijf citeren, dan kom ik nergens omdat dat wordt beaamd door wie hem aanvalt, en niet genoeg steunend is aan wie hem verdedigt.. Maar je vraagt het mij. Maar voor ik concreet wordt eerst de moeizame weg van omhaal en overpeinzing..
quote:
Riemer Lap schreef op 08 november 2011 om 19:29:[...]
Er is geen verschil, het gaat om eindtijd appels en eindtijd peren in dit geval.
Kom maar met je verschil dan.
En geef dan ook aan wat je met de door mij aangedragen tekst uit Matth 6 wilt doen?
Mattheüs 6 zijn de appels en Mattheüs 23 de peren.
Mattheüs 6 gaat over de gelovigen en de zorgen die zij wel of niet hebben. Mattheüs 23 gaat over de prediking aan de onbekeerlijke gelovigen en ongelovigen. In Mattheüs 23 spreekt Jezus in duidelijke harde bewoordingen het oordeel over de onbekeerlijkheid.
De appels dat zijn de vruchten van ons geloof. Dat is Mattheüs 6. Ook wel snoeihard maar dan intern gericht aan hen die de goede weg lopen. Lees ook Mattheüs 5 over hoe broeders met elkaar omgaan in liefde. Maar in Mattheüs 6 komt dan de klemtoon op het koninkrijk van God en het ijdele van de wereldse materie en begeerten. Maak je niet druk om wat van deze wereld is en haar begeerten, maar maak je druk over hetgeen van God is. Zoek het koninkrijk van God, waarover Mattheüs 5 zoveel spreekt. Maar vergader schatten in den hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen. Die schatten dat zijn de vruchten van het geloof en dit onderwerp geeft volledig recht en aanleiding om daar uitgebreid bij stil te staan. Maar dat, jouw tekst en jouw onderwerp van mat.6, was niet passend bij het onderwerp van deze draad. Je tekst is dus wel relevant bij wat wij zeggen en doen met onze naaste, en bij hoe wij uitblinken in het spreken niet uit ons vlees maar als de waarlijke kinderen van God uit mat.5:9. Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.
Mattheüs 23, dat zijn de harde peren van de confrontatie met het ongeloof. Dat is wat deze draad in het onderwerp voluit raakt. Elke prediker die wordt verworpen heeft een taak om de onbekeerlijkheid en de zonde en het ongeloof te benoemen en aan te spreken. De prediker die dat nalaat is verantwoordelijk net zoals de alarmbazuiner die de vijand ziet naderen bij het slapende leger; en dan toch niet de bazuin blaast. Elke prediker die ziet hoe God juist wordt tegengestaan door vermeende christenen of andere mensen die zich de normen van God toeëigenen en het kindschap van God claimen. Deze prediker kan er niet omheen om te spreken en te waarschuwen van het oordeel en God's straf. En deze prediker zou niet alléén horen te staan als het een meer breed voorkomend verschijnsel is. Want alle gelovigen weten dat wat de prediker predikt geen onzin is maar een doemscenario voor de onbekeerlijkheid bevestigt en aankondigt. Zou een christen in algemen termen het onheil prediken veroordelen??? Zou een christen het rechtEm zouden dan de gelovige broeders en zustes van die predikers hun uitgesproken oordeel en hun veroordelende woorden verwerpen en afdoen als onheilsprediking?
En tegenwoordige heb je de appeer. Dat is een peer die smaakt als een appel. Dat lijkt een nieuwe variant die we niet kenden, maar het is gewoon het oude liedje. Want het oude liedje keert steeds terug op een andere wijs.
quote:
Riemer Lap schreef op 09 november 2011 om 00:49:Ik heb gefundeerd op het Heilige Woord aangetoond waarom het onjuist is om je in te laten met dergelijke "profeten".
Overigens ook Elle toont dat steeds weer aan.
Dat jullie er niets mee doen is dan spijtig: het is wel genoemd.
Daarnaast zit er zoveel scheef in de aangehaalde profetie en de duiding door de aanhangers (heb ik ook al aangetoond) dat het mij bevreemd dat jij dit soort zaken lijkt te willen verdedigen.
Er zijn twee groepen van mensen betrokken tegen welke je je uitspreekt. Ten eerste degenen die ‘meehobbelen’, en ten tweede degenen die de eerste verkondigers waren van de betreffende boodschap of prediking. Wat betreft de eerste groep waarvan jij zegt dat ze "maar mee hobbelen met..", daarbij ga je voorbij aan hun geloof en hun redenen waarvan ze ook getuigen. Daar is wel wat over te zeggen, maar ik wil even nader ingaan op de tweede groep van de mensen die de vermeende profetie doen. Namelijk het volgende:
Als predikers oproepen tot
bekering, dan is het onbegrijpelijk en zelfs oneerlijk om de wereld te onthouden en in onwetendheid te laten van de desastreuze gevolgen van onbekeerlijk handelen. Voor een wereld die niet wil geldt dat we het stof van onze voeten mogen schudden en heengaan. Maar voor de wereld van verwarring en verleiding en misleiding en dwaling juist op geloofsgebied, geldt een ander verhaal. Dat is het verhaal waarin God zelf ingrijpt en zijn inderen tuchtigt en op ale mogelijke manieren aanspreekt. Zoals wijzelf getuchtigd worden wanneer wij woorden over God willen spreken, maar daarin dan toch liever het woord geven aan het vleees en de eigen begeerte tot liefdeloosheid.
Wij zijn waakzaam, en wij zijn wel gere(e)d. Maar de wereld is niet gere(e)d. Wie zijn lamp gevuld heeft en waakzaam is zal zeker het licht laten schijnen en niet het lampje uitdoen in een waakzaam en wijze voorbereiding op de latere komst. Het lijkt wel alsof wij liever het talent in de grond begraven, dan als een onrechtvaardige rentmeester zoveel mogelijk anderen ermee te winnen. Het vullen van ons lampje is ook het verkondigen van het evangelie en het overtuigen van de wereld van de komst van God. Met een heldere boodschap van heerlijkheid voor wat in het licht is en duisternis voor wat niet in het licht is. Als wij werkelijk ook de wereld willen redden zit er niets anders op dan het goede nieuws te brengen, en als het goede nieuws niet wordt geaccepteerd om dan het stof van de schoenen te schudden en over wie willens en wetens God tegenstaan en Hem trosteren ook het oordeel te verkondigen. En niet per sé in die volgorde. En als je daarbij gaat zeggen dat het met de onbekeerlijkheid fout afloopt, en je schetst de scenario's waarin de onbekeerlijkheid zal belanden, dan is dat niets profetisch maar gewoon een reeds sinds Adam en Eva bekende consequentie waar geen enkele profetie aan te pas komt. Het is gewoon normale en noodzakelijke en op de Liefde gerichte prediking. Het is zo dat als het goed zou zijn alle gelovigen gaan prediken dat een maatschappij of een land of een groep ten onder zal gaan – indien er sprake is van ongeloof en onbekeerlijkheid. Onheilspredikingen zijn onlosmakelijk verbonden aan confrontaties met onbekeerlijkheid. Als er dan eens een keer iemand precies noemt wat ook nog uitkomt, dan is dat
als het goed is gewoon onontkomelijk omdat alle gelovigen al reeds van alle soorten van oordeel en straf getuigen en spreken; als het goed is. Maar het is niet goed. De gelovigen kiezen eerder de eigen begeerte en de eigen rust, en laten de wereld in haar sop gaarkoken. Liefdeloosheid zoekt aardse vrede en aardse rust en liefdeloosheid doet de boodschap aan de wereld uitgaan dat het met het oordeel wel meevalt en liefdeloosheid zoekt een plaats op de wereld van welbehagen en een verzoening met het ongeloof. Want liefdeloosheid ziet alleen aan wat voor eigen ogen en de ogen van de wereldse medebewoners welgevallig is.
Maar zo niet God. En daarom zullen er in een slechte wereld ook steeds mannen van God komen en het oordeel aankondigen. En naarmate de slechtheid ook een normatieve schijnbare goede waarde krijgt wordt het vanzelfsprekender een scenario met veel onheils profetieën. Wie zich tegen onheilsprofetieën keert, keert zich in principe tegen God. Want God profeteerde het onheil over Adam en Eva. En God zelf zal de eindtijd profetieën bevestigen door de eindtijd gepaard te doen gaan met veel rampspoed en ellende zodat zelfs de meest verstokte ongelovige zal inzien dat er een einde komt aan de waan van deze schepping.
Waarschuwingen en ordeelsaankondigingen zijn normaal in een omgeving van onbekeerlijkheid. Een gelovige prediker zal spreken over oordeel en vervloeking. Op alle manieren, want de mens komt voor in alle vormen van zijn. Maar dat is vanuit de roeping gezien niet een profetische opdracht maar het is vanuit de kennis en het eenvoudig aanwezige zicht dat in de onbekeerlijkheid en de verharding en het ongeloof, God wordt gelasterd en miskend en verzocht. En in een omgeving van onbekeerlijkheid en verval en verharding bij zogenaamde gelovigen zal God mensen bezielen en het geweten belasten en er zullen er zijn die worden gedwongen om op te staan en uit te spreken wat God op het hart legt. Wanneer Paulus getuigt van de profetie aan Timotheüs, getuigt hij ook dat hij twee anderen aan de satan heeft overgedaan. Een gelovige die zich uitspreekt in het geloof is een profeet en een man van God. Maar God is het die verkiezend bepaalt welke gelovige Zijn welbehagen en zijn bevestiging krijgt. Maar zouden wij dan alstjeblieft wel God keuzemogelijkheden gaan bieden, en niet ons terugtrekken, onder een afwerend weghouden van hen die links of rechts, of begaafd of bekrompen, of in zwakte of in sterkte, de absoluut zekere onheilstoekomst van de onbekeerlijkheid brengen? Ja, natuurlijk; God Doet Het ook wel, maar Hij wil graag dat wij daarin ons opstellen als gewillige dienstknechten.
Waarschuwingen zoeken altijd een kenbare communicatie van de zender tot de ontvangerEn als er een waarschuwing is of een inzicht van God’s handelend ingrijpen, dan zal die gelovige die zich daarover uitlaat zich ook manifesteren als van God. Want aan God komt alle eer van het inzicht en van het geloof. Een boodschapper of waarschuwer zal daarom altijd een duidelijke waarschuwing geven en een duidelijke benadering kiezen van de verantwoordelijken en een duidelijke veroordeling en aanzegging doen van de vloek van God over de onbekeerlijkheid. Want alléén dan kunnen mensen zeggen dat er een woord van God is uitgegaan.
Een prediker is géén aanstoot voor de eigen gemeente en geloofsgenoten.En dan nog is dat woord niet gericht aan gelovigen in de gemeente van God en is zij niet een aanstoot voor de gemeente van God, want zij is gericht tegen de onbekeerlijkheid en de hardheid en de onverzoenlijke tegenstand van God, en is elke bespiegeling over het waarheidsgehalte van de woorden een lege huls. Om twee redenen. Want ten eerste zal niemand weten of dit woord door God zal worden bevestigd of zelf door God is ingegeven of door God alsnog tot bouwsteen wordt gemaakt van het recht en de waarheid dat elk ingrijpen van God wordt voorafgegaan door profeten en oproepen tot bekering.
De prediker voorspelt nooit om macht of aanzien te krijgen.En ten tweede omdat het voorspellende gedeelte van de boodschap nooit het onderwerp is. Denk er maar eens over na: Jona was een ongelooflijke onheilsprofeet. Maar dan wel één van de soort die zijn profetie
niet ziet uitkomen. Maar de aardigheid is dat het niemand interesseerde (behalve hemzelf) dat zijn voorspelling niet uitkwam, want het geweten van de hoorder had al genoeg aan de kennis en het ervaren dat het eigen leven verwerpelijk is in de ogen van God.
De prediking beproeft de geesten, of zij uit God zijn.Geloof is een bepalende factor bij een verkondiging van het woord. Als het gaat om ongeloof, dan zal de boodschapper worden gehoond en afgemaakt, totdat het te laat is en de verkondigde boodschap vervuld wordt. Maar een gelovige van hart – en dat zijn ook ongelovigen die een verstandig met God rekenend hart hebben – die beproeft wat het is dat de boodschapper zegt en hij overweegt wat het is wat de boodschaper bedoelt, en hij bewaart daarvan het goede. Dat heeft niets met het geloof te maken, maar dat is wijsheid. En de dwaas wijst alles van de hand wat boodschappers zeggen, omdat hij genoeg heeft aan het putten uit het eigen hart en het eigen verstand. Hij wordt daardoor niet meer aanspreekbaar en elk wel aanspreken wordt dan een ergernis en tot een verharding.
Een eindtijd zonder eindtijdprofetieën is een tegenspraak in zichzelf en een eigen teken van de tijdHoe kan het zijn gekomen dat profetieën haast niet meer lijken voor te komen en de wereld een beloop neemt met de gelovigen erop alsof alles de goedkeuring heeft van God de Vader? Hoe kan het dat het gelovige westen bestuurt en beslist, terwijl de ongelovigen die God wel aanroepen, maar Zijn heilige schrift verachten en feilbaar achten, alles doen onder een voorbehoud “als God het wil”? Zal de satan er dan in slagen om niet alleen de opgerichte kerk te vernietigen, maar ook nog de wijze waarop God vraagt om het geloof te beleven?
In ongehoorzaamheid kunnen de gelovigen de Wil van God frustreren door niet meer te willen prediken en niet meer te willen spreken van het oordeel en niet meer te willen dienen in het leger van God's heirschaar. En er zal ook een tijd komen dat de tegenstander sterker lijkt dan God als het gaat om het gezag over de aarde en het gezag over de gelovigen. Die tekst werd hierboven al door Piebe aangehaald.
Doel van predikingDaarom is het van belang om ons niet te verliezen in wàt er wordt voorspeld, maar om de aandacht te houden bij waaròm er wordt voorspeld. Is het dienstig tot oproepen tot bekering en wordt er gepredikt tegen de zonde, dan weten we dat de prediking bevestigd kan worden. Afbranden en veroordeling van de prediking is dan niet aan de orde, maar juist
een ondersteuning van het ongeloof waartegen gepredikt wordt. Maar dan heb je dus al een luisterend oor en een gelovig hart, afgestemd op onderzoeken wat het toch is en vasthoudende en bevestigende wat uit God is en veroordelende en bestrijdende wat tegen God en uit de tegenstander is.
WaakzaamheidEr is een beeld over dwaze meisjes. Het is ongelooflijk treffend hoe levend dat beeld kan zijn in de verbeelding, maar zo dood in het gebruik. Wat is waakzaamheid? De essentie van het beeld is niet dat we moeten geloven. Want àlle meisjes geloven – zowel de dwaze als de wijze. De essentie is ook niet het volharden. Want de meisjes zijn aan de weg en geven hun plaats niet op. Het gaat niet om nauwkeurigheid of foutloosheid, want zelfs de wijze meisjes vallen in slaap en daarmee begint ook het beeld. Maar het gaat om het voorbereid zijn. Dat is actief het kindschap van God aannemen. Het gaat dus toch om geloof. Nee, het gaat NIET om het geloof; het gaat om
Leven uit het geloof. De dwaze meisjes geloven en weten dat ze zonder lampje niet de eer aan de heer kunnen bewijzen die hij vraagt. En zij gaan nu getrouw op de weg die hun geboden is. En denkende aan het verhaal dat al over hen is verteld zetten ze het op een lopen, en ze lopen de wedren en ze lopen alsof het om een sprint gaat. En onderweg roepen ze het uit naar alle kanten: Kom tot de weg en tot de heer, KOM! ga met ons en doe als wij. KOM!, want wie er niet op tijd is die zal in ongenade vallen. En ze roepen nog naar alle kanten om te stoppen met vuil maken en om de stoepjes te vegen. Want in hun haast om de olie te krijgen, realiseren ze zich ineens dat ze niet meer dwaas zijn, maar wijs, en zelfs nog wijzer dan de meisjes die aan de weg bleven: want als zij zelfs niet binnen komen die geen olie hebben, hoeveel temeer niet zij die niet aan de weg staan!! En ze beginnen te ondersteunen die graag willen maar niet kunnen en ze beginnen te roepen tegen hen die spottend toeroepen dat hun dwaasheid al is ingezet en hun lot bezegeld. Maar de spotters waren het zelf kwijt: het geloof is een tweesnijdend zwaard, waar geen mens en geen macht tegen opgewassen is. De meisjes zijn door hun rennen in een ander verhaal terecht gekomen. Het verhaal van de heer die ook nog niet aangekomen was, maar onverwachts terug komt. Hoe zal het dan gaan als de heer komt en hij ziet zijn dienstmaagden doen wat ze is opgedragen, en verzorgen wie ter verzorging zijn opgedragen, en actief zijn alsof de heer niet is weg is, maar juist alsof hij altijd om de hoek staat en op elke stap en op elk woord acht slaat, en erbij staat om toe te zien hoe nog velen worden toebereid op Zijn komst. En Hij besluit het nog heel even aan te zien, zolang Zijn kinderen het nog kunnen dragen. Alles tot eer en heerlijkheid van Hem! Uh, nee, helemaal niet. Want die heerlijkheid is al gewaardborgd. Maar tot vergroting van het getal dat aan die heerlijkheid deel gaat nemen !! En in het grotere getal wordt weer meer eer en heerlijkheid van God zichtbaar.
PredikingMaar de eersten kunnen de laatsten worden en de laatsten kunnen blijken de eersten te zijn. Al om elkaar heen tollend en elkaar veretend kunnen wij allen achterop raken. Het geloof vraagt van ons geen waakzaamheid in afwachting, maar waakzaamheid om niet te achter te bijven in de genade die God ons meedeelt tot vervulling van onze taak om de wereld rond te bazuinen dat God is Die is, en komt, en heersen zal, en dat het Zijn eer is en Zijn heerlijkheid die ons dagelijks leven vervult en die als een onmiskenbare lakmoesproef alles beweegt om ons heen. Tot nadering of tot afwijking. Maar als de christelijke wereld niet meer het koninkrijk van God uitdraagt en actief beleeft en actief opdraagt om die te zoeken, dan kan de wereld nooit ten volle meekrijgen dat er na deze wereld een andere wereld komen zal. Dan zal de wereld eens schuin kijken naar de kerken en terecht opmerken dat de wereld nog niet eens zoveel moreel slechter is dan de kerken. En van weeromstuit zullen de verschillen en het onderscheid vervagen en zullen de kerken niet meer begrijpen dat er een gedeelte is van de geesten dat is gesteld tot vloek en de straf en een gedeelte dat is gesteld tot zegen en de heerlijkheid. En alleen in het geheel is er de volledige diepte en de zingevende dimensies van geloof en ongeloof, en van genade in heerlijkheid en ongenade in vervloeking.