Zoiets gebeurt ook ten aanzien van het vierde gebod, over de sabbat. De woorden van God: ‘dan zult gij geen werk doen’ worden rechtstreeks toegepast op de zondag (brochure blz. 36). Vanuit dat principe wordt vervolgens alles beoordeeld.
Nu mag duidelijk zijn, dat de zondag voor ons een belangrijke dag is. Wij hebben in onze generale synode zelfs een deputaatschap benoemd om de zondagsheiliging te helpen bevorderen.
Ook belijden wij dat de rustdag vandaag voortkomt uit de rustdag toen. Daarin ligt de blijvende geldigheid van het 4e gebod, zoals de catechismus trefzeker aangeeft (HC zondag 38). Maar daarmee zeggen wij niet, dat de zondag gelijk is aan de sabbat. Want de sabbat is vervuld, zegt de Schrift, zij was een schaduw van hetgeen komen moest (Col.2:16,17), terwijl de werkelijkheid in Christus is. Bovendien was de sabbat de 7e dag van de week, nu vieren wij de dag van Jezus' opstanding, de 1e dag van de week.
Het lijkt wel heel Schriftuurlijk om te zeggen: ‘het staat er toch: dan zult gij geen werk doen’. Maar daarbij maken de bezwaarden minstens twee fouten. In de eerste plaats wordt zo te kort gedaan aan Col. 2:16 en 17, waar staat dat de sabbat gegeven was in een bepaalde bedeling. Net als het sabbatsjaar, en het jubeljaar. Die zijn samen met de sabbat vervuld, de werkelijkheid ervan is nu in Christus. Zo belijden we dat in NGB art. 25.
Waarmee meteen de tweede fout aan het licht komt: de rust van de rustdag was nooit gelegen in het neerleggen van het werk, of in welke menselijke handeling dan ook. De rust van het volk was en is in God. Zo was het toen, zo is het nu. Dat vieren wij op de rustdag. De sabbat was daarbij (typisch oudtestamentisch) ingevuld met tal van concrete regels: leg je werk neer! Evenzo het sabbatsjaar: scheld alle schulden kwijt! En het jubeljaar: geef ieder zijn land terug! Toen was dat zo, en toen was het ook uitvoerbaar omdat kerk en gemeenschap samenvielen. Maar dat kun je zo niet tijdloos meenemen naar de situatie van het Nieuwe Testament. Als het neerleggen van het werk nog steeds een goddelijk gebod zou zijn, waarom het sabbatsjaar dan niet? En het jubeljaar? Dat ‘staat’ er toch ook allemaal?
Ja, het staat er allemaal, maar wel in de context van het Oude Testament. Wie dat weglaat, laat de bijbel buikspreken. En hij gaat voorbij aan het feit, dat de kerk in de huidige situatie vaak een minderheid is in de samenleving. Wij kunnen deze dingen niet altijd naar onze hand zetten, al zouden we dat wel graag willen, uiteraard.
In Nederland zijn we zeer bevoorrecht door de diep-ingewortelde gewoonte van de zondagsrust, maar ga eens even kijken in het buitenland. Zijn alle christenen daar overtreders van het vierde gebod, omdat het daar normaal is dat de winkels minstens de halve zondag open zijn, en ze zelf dan ook moeten werken?
Dat staat in ieder geval niet in HC zondag 38. Daar belijden wij de kern van de rustdag: het is de dag waarop de gemeente samenkomt om God te ontmoeten. Ter wille van die ontmoeting zetten wij alles opzij (niet alleen werk, maar ook ontspanning en andere religieuze activiteiten), om als een groot gezin voor de Vader te treden. In die lijn is het zeer de moeite waard om over de hele dag ruimte te scheppen, om tot rust te komen, in God. Dat is goed en nodig in deze wervelende maatschappij. Daarom staan wij op de bres voor de rustdag!
geschreven door een zwolse dominee